U bent hier: Home » Juridisch-1 » Samenhang nietig/vernietigbaarheidheid
Ga naar: Homepage

Samenhang nietig/vernietigbaarheid

Auteur: mr Richard de Laat

Op 24 mei 2007 oordeelde de kantonrechter te Nijmegen (489178/ZA VERZ 07-7041/292/FH), dat hij ook bevoegd is in een verzoekschriftprocedure ex artikel 5:130 BW een besluit nietig te verklaren indien sprake is van nauwe samenhang.
Mr Richard de Laat, advocaat Van Riet en associees advocaten te Utrecht schreef naar aanleiding daarvan het volgende artikel:

De vraag of een besluit nietig dan wel vernietigbaar is, is in beginsel bepalend voor de bevoegde rechter. Is het besluit vernietigbaar, dan is de sector kanton bevoegd op grond van artikel 5:130 BW en is een verzoekschriftprocedure vereist.
Bij nietigheid is een dagvaardingsprocedure vereist bij de rechtbank, sector civiel. Deze situatie wordt in de praktijk als verwarrend en ongewenst ervaren, met name omdat niet altijd duidelijk is of sprake is van vernietigbaarheid dan wel nietigheid.
Het volgende voorbeeld maakt dit duidelijk:
Een gebouw is in de hoofdsplitsing gesplitst in woningen, winkels en parkeerplaatsen.
De hoofdappartementen zijn vervolgens ondergesplitst in 100 woningen (in de onder-VvE Woningen), 20 winkels (in de onder-VvE Winkels) en 200 parkeerplaatsen (in de onder-VvE Parkeerplaatsen).
Stel dat de onder-VvE Woningen met 60% de meerderheid van de stemmen heeft in de hoofdsplitsing en in de hoofdsplitsing besluit tot het vervangen van de kozijnen van alle woningen, terwijl die volgens de aktes gemeenschappelijk zijn in de onder-VvE Woningen en niet in de hoofdsplitsing. Door het besluit in de hoofdsplitsing te nemen moeten ook de onder-VvE's Winkels en Parkeergarage naar rato van ieders aandeel in de hoofdsplitsing meebetalen aan de kozijnen van de woningen, terwijl zij enige tijd geleden wél voor eigen rekening elk hun eigen onderhoud hebben laten uitvoeren. Stel bovendien dat de kosten van herstel zo omvangrijk zijn, dat ze meer dan 50% van de totale jaarbegroting van de hoofdsplitsing bedragen en de akte bepaalt, dat voor dergelijke besluiten met tenminste 70% van de stemmen ter vergadering aangenomen moeten worden. Uiteraard stemden de onder-VvE's Winkels en parkeren tegen.
Hoe kunnen zij het besluit aanvechten?
Ten eerste is het besluit nietig wegens strijd met de akte van splitsing.
Immers, de hoofd-VvE pleegt onderhoud aan delen van het gebouw die niet gemeenschappelijke in de hoofdsplitsing zijn. De hoofd-VvE kan en mag daarover niet beschikken. Door dat toch te doen is het besluit nietig. De hoofdsplitsing is er niet aan gebonden. Voert de hoofd-VvE het besluit toch uit, dat kunnen de onder-VvE's Winkels en Parkeergarage daartegen in een dagvaardingsprocedure opkomen op de wijze als hierboven omschreven.
Maar het besluit is ook vernietigbaar om twee redenen:

  • ten eerste is het besluit genomen in strijd met de voorschriften die het rechtsgeldig tot stand komen van besluiten regelen, artikel 5:129 in combinatie met artikel 2:15 lid 1 sub a BW vanwege het ontbreken van de vereiste gekwalificeerde meerderheid;
  • ten tweede is het besluit in strijd met de redelijkheid en billijkheid,

Zie artikel artikel 5:129 in combinatie met artikel 2:15 lid 1 sub b BW.
De onredelijkheid is met name ingegeven doordat de andere ondersplitsingen wel hun eigen onderhoud bekostigen en bovendien niet gebaat zijn bij het vervangen van de kozijnen van de woningen, terwijl zij daaraan wel moeten meebetalen.
Om deze redenen kan tegen hetzelfde besluit op grond van artikel 5:130 BW een verzoekschrift bij de sector kanton worden ingediend.
In het voorbeeld is het besluit zowel nietig als vernietigbaar.
Vóór de wijziging van Rv met ingang van 2002 was de kantonrechter niet bevoegd om over de nietigheid te oordelen en moest hij het verzoek voor wat betreft de nietigheid niet-ontvankelijk verklaren. Dat de bevoegdheid van de kantonrechter echter met ingang van 1 januari 2002 óók de nietigheid lijkt te omvatten indien sprake is van nauwe samenhang van beide aspecten, blijkt uit een uitspraak van de sector kanton Nijmegen d.d. 24 mei 2007. In die uitspraak stelde de kantonrechter vast, dat de rechtbank op grond van artikel 42 Wet op de Rechterlijke Organisatie (RO) in eerste aanleg kennisneemt van alle burgerlijke zaken.
Enkele bepaalde, in artikel 93 Rv genoemde categorieën zaken, worden binnen de rechtbank voorgelegd aan de sector kanton. De overige zaken, waaronder de procedures van de artikelen 2:14 en 2:15 BW, worden voorgelegd aan de sector civiel van de rechtbank.
Verder overwoog de kantonrechter, dat de uiteenlopende bevoegdheid bij nietigheid en/of vernietigbaarheid in de praktijk kan leiden tot onnodige processuele complicaties. Het is immers niet altijd meteen duidelijk of een besluit nietig is dan wel vernietigbaar en in dergelijke situaties kan een belanghebbende ter voorkoming van verval van rechten genoopt zijn zowel een (dagvaardings)procedure bij de sector civiel te beginnen om de nietigheid in te roepen als een verzoekschriftprocedure bij de kantonrechter om datzelfde besluit te laten vernietigen.
Bij samenloop van nietigheid en vernietigbaarheid is voor de nietigheid de rechtbank, sector civiel bevoegd en voor de vernietigbaarheid de kantonrechter. Artikel 94 lid 2 Rv bepaalt vervolgens dat, indien een zaak meer vorderingen betreft en tenminste één daarvan een vordering is waarvoor de kantonrechter bevoegd is, deze vorderingen alle door de kantonrechter worden behandeld en beslist voor zover de samenhang tussen de vorderingen zich tegen afzonderlijke behandeling verzet.
In het voorbeeld is uiteraard sprake van samenhang tussen beide aspecten.
Immers, het betreft één en hetzelfde besluit en de onredelijkheid van het ten onrechte laten meebetalen (vernietigbaarheid) kent dezelfde oorzaak als waarom het besluit in strijd is met de akte van splitsing (nietigheid). In een dergelijk geval kan dus naast vernietiging tevens in het verzoekschrift bij de sector kanton gevorderd worden te verklaren voor recht, dat het bestreden besluit nietig is en is er dus geen reden om de zaak op de voet van artikel 71 Rv te verwijzen naar de sector civiel van de rechtbank.
Hoewel de voorgaande redenering van de kantonrechter te Nijmegen om redenen van proceseconomie de juiste lijkt valt niet uit te sluiten, dat in hoger beroep of door andere rechters alsnog geoordeeld zal worden dat de rechtszekerheid zich tegen gecombineerde behandeling van nietigheid en vernietigbaarheid door de sector kanton verzet, ook als sprake is van nauwe samenhang. Dan zullen alsnog beide procedures naast elkaar zullen bestaan.
Wat daarvan ook zij, de verzoeker komt niet in een nadeliger procespositie te verkeren indien aan de kantonrechter verzocht wordt de nietigheid uit te spreken. Wordt de verzoeker door de kantonrechter niet-ontvankelijk verklaard, dan rest alsnog de dagvaardingsprocedure.

De Advocaten Van Riet
Postbus 9907
3506 GX UTRECHT
telefoon: 030 - 263 50 50

Heeft u een vraag of een opmerking? Neem dan contact met ons op!

Disclaimer: Disclaimer

U bent hier: Home » Juridisch-1 » Samenhang nietig/vernietigbaarheidheid

Naar begin pagina