U bent hier: Home » Modelreglementen » Modelreglement 2006
Ga naar: Homepage
Akte
verleden op 17 januari 2006 voor notaris mr. A.G. Hartman te
Amsterdam
(Bron:
www.notaris.nl)
A. Definities en algemene bepalingen
Artikel 1
In het reglement wordt verstaan onder:
a. "akte": de akte van splitsing, met inbegrip van de tekening
als bedoeld in artikel 5:109 tweede lid van het Burgerlijk
Wetboek, van het reglement alsmede de eventuele wijzigingen en
aanvullingen daarvan;
b. "beheerder": een door de vergadering benoemd (rechts)persoon
die nader te bepalen taken van het bestuur uitoefent, zoals het
administratief/financieel beheer, het technisch beheer of het
bouwkundig beheer;
c. "bestuur": het bestuur van de vereniging als bedoeld in
artikel 5:131 van het Burgerlijk Wetboek, gevormd door
één of meer bestuurders;
d. "boekjaar": het boekjaar van de vereniging;
e. "eigenaar": de gerechtigde tot een appartementsrecht als
bedoeld in artikel 5:106 vijfde lid van het Burgerlijk Wetboek,
waaronder begrepen een erfpachter, opstaller, vruchtgebruiker of
gerechtigde krachtens een recht van gebruik en/of bewoning op een
privé gedeelte respectievelijk appartementsrecht, tenzij
uit de tekst of de strekking van het desbetreffende artikel
anders blijkt;
f. "gebouw": het gebouw of de gebouwen dat/die in de splitsing
is/zijn betrokken;
g. "gebruiker": degene die als huurder of anderszins, anders dan
krachtens een beperkt recht, het gebruik van het privé
gedeelte heeft als bedoeld in artikel 5:120 van het Burgerlijk
Wetboek;
h. "gemeenschap": de in de splitsing betrokken goederen;
i. "gemeenschappelijke gedeelten": die gedeelten van het gebouw
en/of de grond die blijkens de akte niet bestemd zijn of worden
om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;
j. "gemeenschappelijke zaken": alle zaken die bestemd zijn of
worden om door alle eigenaars of een bepaalde groep van eigenaars
gebruikt te worden voor zover niet vallende onder i;
k. "grond": (het recht op) de grond die in de splitsing is
betrokken;
l. "huishoudelijk reglement": het huishoudelijk reglement als
bedoeld in artikel 59 van het reglement;
m. "jaarrekening": de jaarrekening waarin is opgenomen een balans
en een exploitatierekening met toelichting;
n. "jaarverslag": het verslag van het bestuur over de gang van
zaken in de vereniging en het gevoerde beleid;
o. "onderappartementsrecht": een appartementsrecht ontstaan bij
een ondersplitsing;
p. "ondereigenaar": de eigenaar van een
onderappartementsrecht;
q. "ondersplitsing": de splitsing in appartementsrechten als
bedoeld in artikel 5:106 derde lid van het Burgerlijk
Wetboek;
r. "privé gedeelte": het gedeelte of de gedeelten van het
gebouw en/of de grond dat/die blijkens de akte bestemd is/zijn of
worden om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;
s. "raad van commissarissen": de raad van commissarissen als
bedoeld in artikel 2:48 juncto artikel 5:135 van het Burgerlijk
Wetboek;
t. "reglement": het reglement van splitsing als bedoeld in de
artikelen 5:111 en 5:112 van het Burgerlijk Wetboek, inhoudende
onder meer de statuten van de vereniging en de rechten en
plichten van de eigenaars;
u. "reglement van ondersplitsing": het voor de ondersplitsing
geldende reglement van splitsing;
v. "reservefonds": het reservefonds als bedoeld in artikel 5:126
eerste lid van het Burgerlijk Wetboek;
w. "vereniging": de vereniging van eigenaars als bedoeld in
artikel 5:112 eerste lid onder e en artikel 5:124 van het
Burgerlijk Wetboek;
x. "vereniging van ondereigenaars": de vereniging van eigenaars
ontstaan bij de ondersplitsing;
y. "vergadering": de vergadering van eigenaars als bedoeld in
artikel 5:112 tweede lid onder d en artikel 5:125 eerste lid van
het Burgerlijk Wetboek;
z. "voorzitter": de voorzitter van de vergadering.
Artikel 2
1. De eigenaars en de gebruikers moeten zich overeenkomstig de
eisen van redelijkheid en billijkheid jegens elkander gedragen.
Iedere eigenaar en gebruiker dient voorts de bepalingen van het
reglement, het eventuele huishoudelijk reglement, de eventuele
regels als bedoeld in artikel 5:128 eerste lid van het Burgerlijk
Wetboek, en overige tussen hen krachtens wet of gewoonte
bestaande regels voor zover die op hem betrekking hebben, na te
leven.
2. Een eigenaar of gebruiker mag geen onredelijke hinder aan de
andere eigenaars en gebruikers toebrengen. Beroepsmatige erotiek
is niet toegestaan. Regels ter voorkoming van geluidshinder of
andere vormen van hinder kunnen nader bij huishoudelijk reglement
worden vastgesteld.
3. Iedere eigenaar en gebruiker is verplicht alle handelingen na
te laten waardoor schade kan worden toegebracht aan de belangen
van andere eigenaars en gebruikers, hypotheekhouders en andere
beperkt gerechtigden of aan de belangen van de vereniging. Hij is
verplicht alles te doen wat dienstig kan zijn ter voorkoming van
die schade en hij is verplicht voor zover dit redelijk is om
maatregelen te dulden die de strekking hebben bedoelde schade te
voorkomen, te beperken dan wel op te heffen.
4. Iedere eigenaar en gebruiker dient er voor in te staan dat
zijn huisgenoten en zijn personeel de in de vorige leden van dit
artikel bedoelde bepalingen en regels zullen naleven.
Artikel 3
Iedere eigenaar en gebruiker is aansprakelijk voor de door hem
aan het gebouw, de grond of de gemeenschappelijke zaken
toegebrachte schade en voor onredelijke hinder voor zover deze
schade of hinder aan hemzelf, aan zijn huisgenoten of zijn
personeel kan worden toegerekend. Hij is verplicht voor zover dit
redelijk is maatregelen te nemen of te dulden die de strekking
hebben bedoelde schade of hinder te voorkomen of te beperken.
Artikel 4
Iedere eigenaar en gebruiker is te allen tijde bevoegd en
verplicht tot het nemen van maatregelen, die strekken tot het
afwenden van een voor de gemeenschappelijke gedeelten of de
gemeenschappelijke zaken onmiddellijk dreigend gevaar. Hij is
alsdan verplicht het bestuur onverwijld te waarschuwen.
Artikel 5
In het geval dat in een privé gedeelte belangrijke schade
is ontstaan of dreigt te ontstaan of gevaar dreigt voor ernstige
hinder van de andere eigenaars en gebruikers, is iedere eigenaar
en gebruiker verplicht het bestuur onverwijld te waarschuwen en
de nodige maatregelen te nemen.
Artikel 6
Titel 4 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek is voor zover
mogelijk van overeenkomstige toepassing op de eigenaars en de
gebruikers, met dien verstande dat eventueel daarmee strijdige
feitelijke situaties die zich ten tijde van de splitsing - of,
indien dit later is, ten tijde van de oplevering van het gebouw -
voordoen door de eigenaars en gebruikers dienen te worden
geduld.
Artikel 7
Een krachtens (huishoudelijk) reglement of besluit van de
vergadering toegestane inwendige of uitwendige wijziging van het
gebouw mag eerst worden aangebracht nadat daarvoor de eventueel
vereiste publiekrechtelijke vergunning of toestemming is
verkregen. Evenzo mag een krachtens zodanig reglement of besluit
toegestaan gebruik van gemeenschappelijke en/of privé
gedeelten eerst worden uitgeoefend, en mag elke andere handeling
met betrekking tot het gebouw en/of de grond eerst worden
verricht, nadat daarvoor bedoelde vergunning of toestemming is
verkregen. De rechten voortvloeiende uit een dergelijke
publiekrechtelijke vergunning of toestemming mogen niet worden
uitgeoefend als daardoor strijd ontstaat met het in de akte
bepaalde.
B. Aandelen die door de splitsing ontstaan en aandelen in de
verplichting tot het bijdragen in de schulden en kosten die voor
rekening van de gezamenlijke eigenaars zijn
Artikel 8
1. Iedere eigenaar is in de gemeenschap gerechtigd voor het nader
in de akte te bepalen breukdeel overeenkomstig de in de akte
vermelde grondslag.
2. De eigenaars zijn voor de in het eerste lid bedoelde
breukdelen gerechtigd tot de baten die aan de gezamenlijke
eigenaars toekomen en zijn voor diezelfde breukdelen verplicht
bij te dragen in de schulden en kosten die voor rekening van de
gezamenlijke eigenaars zijn.
3. Indien een recht van erfpacht of opstal in de splitsing is
betrokken zal voor de verdeling van de canon/retributie over de
eigenaars gelden hetgeen met de grondeigenaar daarover werd
overeengekomen.
4. Ingeval van ondersplitsing gelden de rechten en verplichtingen
van de eigenaar van het in de ondersplitsing betrokken
appartementsrecht als rechten en verplichtingen van de
ondereigenaars gezamenlijk in overeenstemming met de bepalingen
die vastgesteld zijn bij het reglement van ondersplitsing.
C. Schulden en kosten die voor rekening van de gezamenlijke
eigenaars zijn en baten die aan de gezamenlijke eigenaars
toekomen, reservefonds en onderhoudsplan.
Artikel 9
1. Tot de schulden en kosten van de gezamenlijke eigenaarsals
bedoeld in artikel 5:112 eerste lid onder a van het Burgerlijk
Wetboek worden gerekend:
a. die welke gemaakt zijn in verband met het onderhoud of het
gebruik van de gemeenschappelijke gedeelten of van de
gemeenschappelijke zaken of tot het behoud daarvan;
b. die welke verband houden met noodzakelijke
herstelwerkzaamheden, vernieuwingen en vervangingen van de
gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken, voor
zover die ingevolge het reglement of een rechterlijke beslissing
als bedoeld in artikel 5:121 van het Burgerlijk Wetboek niet ten
laste komen van bepaalde eigenaars, en voor zover die niet vallen
onder a;
c. de schulden en kosten van de vereniging;
d. het bedrag van de schadevergoeding door de gezamenlijke
eigenaars als zodanig verschuldigd aan één van hen
of aan een derde;
e. de gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten verbonden aan
het optreden als eiser of als verweerder door of namens de
gezamenlijke eigenaars, onverminderd het bepaalde in artikel 13
derde lid;
f. de premies verschuldigd uit hoofde van de verzekeringen, die
door het reglement zijn voorgeschreven of waartoe ingevolge
artikel 15 door de vergadering is besloten;
g. de verschuldigde publiekrechtelijke lasten voor zover geen
aanslag is opgelegd aan de afzonderlijke eigenaars;
h. de verwarmingskosten in geval het een gemeenschappelijke
installatie betreft, waaronder begrepen de kosten van de
warmwaterinstallaties, de brandstofkosten, de
elektriciteitskosten, de op de desbetreffende kosten betrekking
hebbende administratie, alsmede, voor zover van toepassing, de
kosten van registratie en de berekening van het warmteverbruik,
alles voor zover de eigenaars daarvoor niet afzonderlijk worden
aangeslagen;
i. de kosten van het waterverbruik voor zover de eigenaars
daarvoor niet afzonderlijk worden aangeslagen;
j. alle overige schulden en kosten, gemaakt in het belang van de
gezamenlijke eigenaars als zodanig, daaronder begrepen de
schulden en kosten die voortvloeien uit besluiten van de
vergadering.
2. Tot de baten die aan de gezamenlijke eigenaars toekomen
behoren renten en andere opbrengsten van vermogen, andere aan de
gezamenlijke eigenaars als zodanig toekomende baten, alsmede
baten toekomende aan de vereniging, zoals de boeten bedoeld in
artikel 41.
Artikel 10
1. Er moet een reservefonds worden gevormd
ter voldoening van de kosten die zijn voorzien in het
onderhoudsplan als bedoeld in het tweede lid en ter voldoening
van niet-voorziene schulden en kosten. Aan het reservefonds zal
geen andere bestemming worden gegeven tenzij krachtens besluit
van de vergadering met overeenkomstige toepassing van het
bepaalde in artikel 52 vijfde en zesde lid, dan wel na opheffing
van de splitsing.
2. Het bestuur is verplicht een onderhoudsplan op te (laten)
maken, waarin zijn opgenomen de onderhouds- en
herstelwerkzaamheden en de vernieuwingen die op meer jaren
betrekking hebben, met een schatting van de daaraan verbonden
kosten en een gelijkmatige toerekening van die kosten aan de
onderscheiden jaren. Dit meerjarenonderhoudsplan dient te worden
opgemaakt voor een door de vergadering vast te stellen periode
van ten minste vijf jaren. Is die periode langer dan vijf jaren
dan moet het plan elke vijf jaar worden herzien.
3. Het onderhoudsplan als bedoeld in het tweede lid wordt
vastgesteld door de vergadering. In het kader van dit
meerjarenonderhoudsplan kunnen binnen het reservefonds
bestemmingsreserves worden gevormd.
4. Over gelden van het reservefonds kan slechts door de
voorzitter van de vergadering en één van de
eigenaars, die daartoe door de vergadering zal worden aangewezen,
en na machtiging daartoe van de vergadering, worden beschikt.
D. Jaarlijkse begroting, jaarrekening en bijdragen
Artikel 11
1.Voor de aanvang van elk boekjaar legt het bestuur aan de
vergadering over een begroting voor dat boekjaar, in welke
begroting de volgende posten duidelijk moeten zijn
onderscheiden:
a. de schulden en kosten als bedoeld in artikel 9 eerste lid;
b. de aan het desbetreffende boekjaar toe te rekenen bedragen uit
hoofde van het onderhoudsplan als bedoeld in artikel 10 tweede en
derde lid;
c. toevoegingen aan het reservefonds; en
d. de baten bedoeld in artikel 9 tweede lid.
2. De begroting wordt vastgesteld door de vergadering. Bij het
vaststellen van de begroting bepaalt de vergadering tevens het
bedrag dat bij wijze van voorschotbijdragen door de eigenaars
verschuldigd is, alsmede het aandeel van iedere eigenaar daarin,
vastgesteld met inachtneming van de verhouding als is bepaald in
artikel 8 tweede lid.
3. De eigenaars zijn verplicht met ingang van de eerste maand van
het desbetreffende boekjaar maandelijks bij vooruitbetaling
één/twaalfde van het bedoelde aandeel aan de
vereniging te voldoen, tenzij de vergadering anders besluit. De
betaling van de verschuldigde voorschotbijdrage kan niet worden
verrekend of opgeschort in verband met een (vermeende) vordering
op de vereniging of de gezamenlijke eigenaars. Zolang door de
vergadering niet de voorschotbijdrage voor een boekjaar is
vastgesteld, moetende eigenaars de laatstelijk vastgestelde
voorschotbijdragen voldoen. Deze voorschotbijdragen worden
verrekend met de door de vergadering krachtens het tweedelidvan
dit artikel vastgestelde voorschotbijdragen. Een overschot zal
aan de eigenaars worden gerestitueerd, een tekort dient binnen
één maand te worden aangezuiverd.
Artikel 12
1. Na afloop van elk boekjaar maakt het bestuur de jaarrekening
en het jaarverslag op. Uit de tot de jaarrekening behorende
balans moet de grootte van het reservefonds blijken. De tot de
jaarrekening behorende exploitatierekening vormt de rekening als
bedoeld in artikel 5:112 eerste lid onder b van het Burgerlijk
Wetboek en omvat de baten en lasten over het boekjaar,
onderverdeeld in de posten genoemd in artikel 11 eerste lid.
2. In de jaarvergadering bedoeld in artikel 45 tweede lid legt
het bestuur de jaarrekening ter vaststelling over aan de
vergadering. De jaarrekening wordt ondertekend door de
bestuurders en de commissarissen. Ontbreekt een raad van
commissarissen en wordt omtrent de getrouwheid van de stukken aan
de vergadering niet een verklaring overgelegd afkomstig van een
accountant bedoeld in artikel 2:393 eerste lid van het Burgerlijk
Wetboek, dan brengt de kascommissie bedoeld in artikel 58 tweede
lid ter vergadering verslag van haar bevindingen omtrent de
jaarrekening uit.
3. Bij het vaststellen van de jaarrekening bepaalt de vergadering
tevens de definitieve bijdragen van de eigenaars, met
inachtneming van de verhouding als is bepaald in artikel 8 tweede
lid.
4. Bij de toepassing van het in het derde lid bepaalde treden de
definitieve bijdragen in de plaats van de in artikel 11 tweede
lid bedoelde voorschotbijdragen. Indien deze voorschotbijdragen
de definitieve bijdragen te boven gaan, zal het verschil aan de
eigenaars worden terugbetaald, tenzij de vergadering anders
besluit. Indien de definitieve bijdragen de voorschotbijdragen te
boven aan, moeten de eigenaars het tekort binnen een maand na de
vaststelling van de exploitatierekening aanzuiveren, tenzij de
vergadering anders besluit.
Artikel 13
1. Indien een eigenaar het ingevolge
artikel 11 en/of artikel 12 door hem aan de vereniging
verschuldigde bedrag niet binnen een maand nadat het bedrag
opeisbaar is geworden aan de vereniging heeft voldaan, is hij
zonder dat enige ingebrekestelling is vereist in verzuim en is
hij over dat bedrag, van de datum van opeisbaarheid af, een rente
verschuldigd, berekend op basis van de wettelijke rente als
bedoeld in artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek, met een
minimum van tien euro (€ 10,-) of zoveel meer als de
vergadering telkenjare mocht vaststellen. Het bestuur is bevoegd
dit bedrag te matigen. Artikel 41 is niet van toepassing.
2. Indien een eigenaar het bedrag van zijn definitieve bijdrage
niet binnen zes maanden na verloop van de termijn als bedoeld in
artikel 12 vierde lid heeft voldaan, wordt zijn schuld omgeslagen
over de andere eigenaars in de onderlinge verhouding als is
bepaald in artikel 8 tweede lid, ongeacht de maatregelen die
jegens de nalatige eigenaar kunnen worden genomen en onverminderd
recht van verhaal van de andere eigenaars op eerstgenoemde.
3. Een eigenaar is verplicht alle door de vereniging gemaakte
kosten, die van rechtskundige bijstand daaronder begrepen, voor
het verhalen van het door die eigenaar aan de vereniging
verschuldigde, zowel in als buiten rechte, aan de vereniging te
vergoeden.
Artikel 14
1. Voor het geval een appartementsrecht aan meer eigenaars
gezamenlijk toebehoort, zijn die eigenaars hoofdelijk
aansprakelijk voor de verplichtingen die uit de gerechtigdheid
tot dat appartementsrecht voortvloeien, tenzij de onverdeeldheid
het gevolg is van een ondersplitsing.
2. In geval van ondersplitsing zijn de ondereigenaars gezamenlijk
aansprakelijk voor de nakoming van de verplichtingen die uit de
gerechtigdheid tot het in de ondersplitsing betrokken
appartementsrecht voortvloeien.
3. Indien een recht van erfpacht, vruchtgebruik, of van gebruik
en/of bewoning op een privé gedeelte respectievelijk
appartementsrecht is gevestigd, treedt de beperkt gerechtigde in
de plaats van de eigenaar ten aanzien van de aansprakelijkheid
voor de gezamenlijke schulden en kosten, tenzij bij de akte van
vestiging van het recht anders is bepaald.
E. Verzekeringen
Artikel 15
1. Het bestuur zal het gebouw verzekeren bij één of
meer door de vergadering aan te wijzen verzekeraars tegen water-,
storm-, brand- en ontploffingsschade. Het bestuur zal tevens een
verzekering afsluiten voor de wettelijke aansprakelijkheid die
kan ontstaan voor de vereniging en voor de eigenaars als zodanig.
Voorts zal de vergadering bevoegd zijn te besluiten tot het
aangaan van verzekeringen tegen andere gevaren of tegen de
wettelijke aansprakelijkheid van een bestuurder.
2. Het bedrag van de verzekeringen wordt vastgesteld door de
vergadering. Het zal wat de opstalverzekering betreft moeten
overeenstemmen met de herbouwkosten van het gebouw. De vraag of
deze overeenstemming bestaat, zal periodiek gecontroleerd moeten
worden in overleg met de verzekeraar.
3. Verzekeringsovereenkomsten worden door het bestuur afgesloten
ten name van de vereniging en de gezamenlijke eigenaars. Het is
daartoe, voor zover het betreft de in de eerste zin van het
eerste lid bedoelde verzekeringen, slechts bevoegd indien het
bepaalde in het vijfde lid wordt nageleefd.
4. De eigenaars verbinden zich de uit hoofde van de
verzekeringsovereenkomsten als bedoeld in de eerste zin van het
eerste lid uit te keren schadepenningen, indien deze een bedrag
gelijk aan één procent van de verzekerde waarde van
het gebouw te boven gaan, te doen plaatsen op een voor de
financiering van het herstel van de schade krachtens besluit van
de vergadering door het bestuur te openen afzonderlijke rekening
ten name van de vereniging, die de op deze rekening gestorte
gelden zal houden voor de eigenaars. Deze gelden dienen steeds
bestemd te blijven voor het herstel of de wederopbouw,
onverminderd artikel 5:136 vierde lid van het Burgerlijk Wetboek.
In geval van toepassing van het bepaalde in laatstgenoemde
artikel zal, indien een eigenaar zich heeft schuldig gemaakt aan
een daad of verzuim welke krachtens de wet of de
verzekeringsvoorwaarden gehele of gedeeltelijke ongehoudenheid
van de verzekeraar tot uitkering van de schadepenningen tot
gevolg zou hebben, de uitkering van het aandeel van de
desbetreffende eigenaar dienen te geschieden aan de
verzekeraar.
5. Het bestuur dient ervoor te zorgen, dat de
verzekeringsovereenkomsten als bedoeld in de eerste zin van het
eerste lid de volgende clausule bevatten:
"Zolang de eigendom van het hierbij verzekerde gebouw gesplitst
is in appartementsrechten, gelden de volgende aanvullende
voorwaarden. Een daad of verzuim van een eigenaar, welke
krachtens de wet of de verzekeringsvoorwaarden gehele of
gedeeltelijke ongehoudenheid van ondergetekenden tot uitkering
van de schadepenningen tot gevolg zou hebben, laat de uit deze
polis voortvloeiende rechten onverlet. Niettemin zal de
maatschappij in zodanig geval gerechtigd zijn, mits zij voor de
uitkering de wens daartoe te kennen heeft gegeven, een aandeel in
de schadepenningen overeenkomende met het aandeel waarin de
desbetreffende eigenaar in de gemeenschap gerechtigd is, van deze
terug te vorderen. Ingeval van toepassing van artikel 5:136
vierde lid van het Burgerlijk Wetboek zal de uitkering van het
aandeel in bedoeld geval in plaats van aan de eigenaar geschieden
aan de maatschappij. Gaat de verschuldigde uitkering een bedrag
van elfduizend driehonderd vijfenveertig euro (€ 11.345,-)
te boven, dan geschiedt zij op de wijze te bepalen door de
vergadering van eigenaars, zulks blijkende uit een door het
bestuur gewaarmerkt afschrift van de notulen van de vergadering.
Door uitkering overeenkomstig de voorwaarden dezer polis zal de
maatschappij tegenover alle belanghebbenden volledig zijn
gekweten."
6. In geval door de vergadering besloten wordt tot herstel of
herbouw, is het bepaalde in artikel 5:136 tweede tot en met
vierde lid van het Burgerlijk Wetboek en artikel 5:138 van het
Burgerlijk Wetboek van toepassing, met dien verstande dat
uitkering van het aan iedere eigenaar toekomende aandeel in de
schadepenningen aan deze, voorzover het bepaalde in het
vierde lid niet van toepassing is, slechts zal kunnen geschieden
met toestemming van degenen die op het desbetreffende
appartementsrecht een recht van hypotheek hebben.
7. Indien de schadepenningen niet toereikend blijken te zijn voor
herstel of herbouw, draagt iedere eigenaar bij in het tekort, in
de verhouding als is bepaald in artikel 8 tweede lid,
onverminderd het verhaal op degene die voor de schade
aansprakelijk is.
8. Iedere eigenaar is bevoegd een aanvullende verzekering te
sluiten. In het geval van een verandering in het privé
gedeelte als bedoeld in artikel 5:119 van het Burgerlijk Wetboek
is het bestuur tot het sluiten van een aanvullende verzekering
verplicht. Iedere eigenaar is verplicht de vereniging onverwijld
van een verandering in het privé gedeelte schriftelijk in
kennis te stellen. Leidt de verandering tot een wijziging van de
verzekeringspremie dan komt het verschil voor rekening van de
desbetreffende eigenaar.
9. Leidt het gebruik van een privé gedeelte tot verhoging
van de verzekeringspremie, dan komt die verhoging voor rekening
van de desbetreffende eigenaar.
F. Gebruik, beheer en onderhoud van de gemeenschappelijke
gedeelten en de gemeenschappelijke zaken
Artikel 16
1. De vereniging voert het beheer over - en draagt de zorg voor
het onderhoud van - de gemeenschappelijke gedeelten en de
gemeenschappelijke zaken.
2. Bij huishoudelijk reglement kan het gebruik, het beheer en het
onderhoud van de gemeenschappelijke gedeelten en de
gemeenschappelijke zaken nader worden geregeld.
Artikel 17
1. Tot de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke
zaken worden onder meer gerekend, voor zover aanwezig:
a. de grond, de funderingen, de dragende muren, de kolommen, het
geraamte van het gebouw, de gevels (daaronder begrepen de
gevelbeplatingen en dilataties), de balkonconstructies, de
galerijen, de daken (inclusief de waterkerende lagen), de
dakbedekking, de dakkapellen, de schoorstenen, de rook- en
ventilatiekanalen, de vuilstortkokers, de lift- en
leidingschachten, alsmede de vloeren en de wanden die de
scheiding vormen tussen gemeenschappelijke gedeelten of tussen
(een) gemeenschappelijk(e) gedeelte(n) en (een) privé
gedeelte(n) of tussen privé gedeelten;
b. het hek- en traliewerk (voorzover geen privé
tuinafscheiding), de borstweringen, de (vlucht-)trappen, de
entrees, de hallen, de gangen, de trappenhuizen, de hellingbanen,
de algemene bergingen, de fietsenbergingen, de containerruimten,
de ruimten voor de energievoorzieningen, de liftmachines, de
(stads-)verwarminginstallatie en de warmwaterinstallatie (voor
zover geen eigendom van derden), de hydrofoorinstallaties en de
vuilcontainers;
c. de plafonds en overige afwerklagen en de bekleding van de
vloeren en de wanden die zich niet bevinden in een privé
gedeelte, alsmede de plafonds en afwerklagen van de vloeren van
de balkons, ook voor zover aanwezig binnen een privé
gedeelte;
d. zowel de raamkozijnen met de glazen ramen en de sponningen als
de deurkozijnen met de deuren en drempels (waaronder zijn
begrepen schuifpuien met schuifdeuren) die zich bevinden in de
(al dan niet aan balkons of terrassen grenzende) gevels en/of in
de wanden die de scheiding vormen tussen gemeenschappelijke
gedeelten of tussen (een) gemeenschappelijk(e) gedeelte (n) en
een privé gedeelte, alsmede het bij een en ander behorende
(standaard) hang- en sluitwerk;
e. de energie besparende voorzieningen in of aan de
gemeenschappelijke gedeelten en/of de gemeenschappelijke
zaken;
f. de installaties met de daarbij behorende leidingen,
voorzieningen en overige werken, van:
- de lift(en);
- de hydrofoor/-foren;
- de (stads-)verwarming dan wel (gecombineerde) blokverwarming
en/of warm watervoorziening, met inbegrip van de radiatoren,
radiatorkranen en warmtemeters in een privé gedeelte (voor
zover geen eigendom van derden);
- de luchtbehandeling en de ventilatie;
- de rook- en branddetectie en de brandbestrijding;
- de bliksembeveiliging of andersoortige centrale aarding;
- de algemene beveiliging;
- de gemeenschappelijke verlichting;
die niet bestemd zijn om uitsluitend te worden gebruikt door de
eigenaar of gebruiker van - of niet uitsluitend dienstbaar zijn
aan - één privé gedeelte;
g. de leidingen voor:
- de afvoer van hemelwater, gootwater en fecaliën, voor
zover niet uitsluitend dienstbaar aan één
privé gedeelte;
- het transport van gas, water, elektriciteit en telefoon-,
audio- en videosignalen vanaf de aansluitingen op de
dienstleidingen tot aan een meterkast van een privé
gedeelte;
h. de huisbel- en deuropenerinstallatie (centrale panelen
voorzien van drukknoppen, intercom, videofoon, naamkaarthouders)
ook voor zover deze zich in de privé gedeelten bevinden,
met de daarbij behorende leidingen, voorzieningen en overige
werken, alsmede de brievenbussen;
i. de overige collectieve voorzieningen.\
2. Tot de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke
zaken worden niet gerekend:
a. de leidingen voor:
- de afvoer van hemelwater, gootwater en fecaliën, voor
zover uitsluitend dienstbaar aan één privé
gedeelte;
- het transport van gas, water, elektriciteit en telefoon-,
audio- en videosignalen in een privé gedeelte vanaf de
meterkast;
b. de installaties met de daarbij behorende leidingen,
voorzieningen en overige werken voor de zelfstandige verwarming
en koeling van een privé gedeelte;
c. al die zaken die bestemd zijn om uitsluitend te worden
gebruikt door de eigenaar of gebruiker van - of uitsluitend
dienstbaar zijn aan - één privé gedeelte,
voor zover niet anders in het reglement vermeld of met
inachtneming van het bepaalde in artikel 18 als zodanig
gekwalificeerd.
3. De in het tweede lid bedoelde zaken maken deel uit van het
desbetreffende privé gedeelte.
4. Op nieuwe gemeenschappelijke gedeelten en zaken, zoals nieuwe
gemeenschappelijke installaties, is het voorgaande van
toepassing, met ingang van de dag van aanbrenging daarvan.
Artikel 18
Indien er twijfel bestaat of een gedeelte van het gebouw of de
grond dan wel een zaak al dan niet tot de gemeenschappelijke
gedeelten en/of de gemeenschappelijke zaken behoort, wordt
hierover beslist door de vergadering.
Artikel 19
De vergadering kan besluiten een gemeenschappelijke installatie
te verwijderen. Alle bepalingen over gemeenschappelijke
installaties zijn vanaf dat moment ten aanzien van de verwijderde
installatie niet meer van toepassing. Hetzelfde geldt voor andere
gemeenschappelijke zaken.
Artikel 20
1. Iedere eigenaar en gebruiker heeft het gebruik van de
gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken
volgens de bestemming daarvan. Iedere eigenaar en gebruiker is
verplicht de nodige zorgvuldigheid in acht te nemen met
betrekking tot de gemeenschappelijke gedeelten en de
gemeenschappelijke zaken, ook wanneer die zich in zijn
privé gedeelte bevinden. Hij mag geen inbreuk maken op het
recht van medegebruik van de andere eigenaars en gebruikers.
2. In afwijking van het in de eerste zin van het eerste lid
bepaalde kan in het reglement worden bepaald dat aan de eigenaar
van één of meer appartementsrechten niet het
gebruik van een bepaald gemeenschappelijk gedeelte of een
bepaalde gemeenschappelijke zaak toekomt. In dat geval behoeft de
desbetreffende eigenaar niet bij te dragen in de schulden en
kosten die betrekking hebben op dat gemeenschappelijke gedeelte
of die gemeenschappelijke zaak.
Artikel 21
1. Iedere eigenaar en gebruiker is verplicht zich te onthouden
van luidruchtigheid, het onnodig verblijf in de
gemeenschappelijke gedeelten, voor zover deze niet voor het
verblijf voor korte of lange tijd bestemd zijn, en het plaatsen
van voertuigen of andere voorwerpen op plaatsen die hiervoor niet
zijn bestemd.
2. De wanden en/of plafonds van de gemeenschappelijke gedeelten
mogen niet worden gebruikt voor het ophangen van schilderijen,
afbeeldingen of andere voorwerpen, en het aanbrengen van
decoraties en dergelijke.
3. De vergadering kan tot de in het eerste en tweede lid genoemde
handelingen toestemming verlenen.
4. Uit het oogpunt van veiligheid is het niet toegestaan om op
enigerlei wijze de doorgang door de gemeenschappelijke ruimten,
in het bijzonder vluchtwegen, door het plaatsen van voorwerpen of
andere obstakels (voertuigen, vuilniszakken en al of niet
verplaatsbare bloembakken daaronder begrepen) te belemmeren.
Artikel 22
1. Iedere op-, aan-, onder- of bijbouw zonder voorafgaande
toestemming van de vergadering is verboden. Dit geldt ook als een
eigenaar een recht van erfpacht of van opstal wenst te
vestigen.
2. Het zichtbaar aanbrengen in of aan het gebouw van naamborden,
reclameaanduidingen, uithangborden, zonweringen, windschermen,
vlaggen, spandoeken, bloembakken, schijnwerpers,
(schotel)antennes, antennes van zendamateurs, luchtbehandelings-
en koelinstallaties en in het algemeen van uitstekende
voorwerpen, alsmede het in het zicht hangen van wasgoed, mag
slechts geschieden met toestemming van de vergadering of volgens
regels te bepalen in het huishoudelijk reglement.
3. De eigenaars en gebruikers mogen zonder toestemming van de
vergadering geen veranderingen aanbrengen in de
gemeenschappelijke gedeelten of aan de gemeenschappelijke zaken,
ook als deze zich in privé gedeelten bevinden.
Artikel 23
1. De eigenaars en gebruikers mogen zonder toestemming van de
vergadering geen verandering aanbrengen, waardoor het
architectonisch uiterlijk of de constructie van het gebouw
gewijzigd zou worden. De toestemming kan niet worden verleend
indien de hechtheid van het gebouw door de verandering in gevaar
kan worden gebracht.
2. In afwijking van het in het eerste lid en het derde lid van
artikel 22 bepaalde is de eigenaar die gerechtigd is tot twee of
meer direct horizontaal en/of verticaal aan elkaar grenzende
privé gedeelten, na verkregen toestemming van het bestuur,
bevoegd om de tussen die privé gedeelten aanwezige
(gemeenschappelijke) scheidingswand(en), respectievelijk
(gemeenschappelijke) vloer(en) geheel of gedeeltelijk te
verwijderen en/of - indien zodanige wanden, dan wel vloer(en)
(nog) niet zijn aangebracht - verwijderd te houden, mits deze
scheidingswand(en), dan wel vloer(en) geen dragende functie
heeft/hebben in de constructie van het gebouw. Deze bevoegdheid
eindigt zodra de eigenaar niet meer gerechtigd is tot de
desbetreffende aan elkaar grenzende privé gedeelten, in
welk geval de eigenaar gehouden is de begrenzing van de
desbetreffende privé gedeelten te brengen in de
oorspronkelijke toestand door het (her)plaatsen van de
scheidingswand(en) dan wel vloer(en) in een zoveel mogelijk
gelijkwaardige technische uitvoering als de overige
scheidingswanden dan wel vloer(en) van genoemde privé
gedeelten. Van het voornemen tot het verwijderen van dergelijke
niet dragende scheidingswand(en) dan wel vloer(en) en in geval
van (her)plaatsing, dient het bestuur vooraf door de
desbetreffende eigenaar(s) schriftelijk in kennis te worden
gesteld. Het bestuur kan nadere eisen stellen ten aanzien van het
verwijderen van de scheidingswand(en) dan wel vloer(en) en het
(her-)plaatsen ervan voor wat betreft afwerking, kwaliteit en
(geluids-)isolatie. De desbetreffende eigenaar en diens
rechtsopvolgers zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de nakoming
van het in dit lid bepaalde.
3. Voor zover de in het tweede lid bedoelde aan elkaar grenzende
privé gedeelten bij dezelfde gebruiker in gebruik zijn,
terwijl de desbetreffende appartementsrechten aan twee of meer
eigenaars toebehoren, kan het bestuur ontheffing van de in het
tweede lid bedoelde gehoudenheid tot (her-)plaatsing van de
scheidingswand(en) dan wel scheidingsvloer(en) verlenen.
Artikel 24
Aan een gegeven toestemming of ontheffing kunnen voorwaarden
worden verbonden. Toestemmingen en ontheffingen kunnen worden
gewijzigd en worden ingetrokken. De in de artikelen 21, 22 en 23
bedoelde toestemmingen of ontheffingen mogen niet op onredelijke
gronden worden gewijzigd of worden ingetrokken.
G. Gebruik, beheer en onderhoud van de privé
gedeelten
Artikel 25
1. Iedere eigenaar en gebruiker is verplicht het privé
gedeelte te gebruiken overeenkomstig de daaraan nader in de akte
gegeven bestemming. Een gebruik dat afwijkt van de in de akte
nader gegeven bestemming is slechts geoorloofd met toestemming
van de vergadering.
2. Bij huishoudelijk reglement kan het gebruik, het beheer en het
onderhoud van de privé gedeelten nader worden
geregeld.
3. In geval van ondersplitsing worden het gebruik, het beheer en
het onderhoud van de bij de ondersplitsing betrokken goederen
geregeld bij de ondersplitsing met inachtneming van de bepalingen
in dit reglement.
Artikel 26
1. De vloerbedekking van de privé gedeelten dient van een
zodanige samenstelling te zijn dat contactgeluiden zo veel
mogelijk worden tegengegaan. Met name is het niet toegestaan
parket of stenen vloeren aan te brengen, tenzij dit geschiedt met
inachtneming van normen die bij huishoudelijk reglement of door
de vergadering zijn vastgesteld en zodanig dat geen onredelijke
hinder kan ontstaan voor de overige eigenaars en/of
gebruikers.
2. De eigenaars en gebruikers mogen zonder toestemming van de
vergadering geen open vuur/haardinstallaties aanleggen.
3. Bestaande situaties ten tijde van de splitsing dienen te
worden geduld.
Artikel 27
Opslag van andere dan voor normaal huishoudelijk gebruik bestemde
(brand)gevaarlijke, ontplofbare dan wel verontreinigende stoffen
en/of materialen is uitsluitend geoorloofd na verkregen
schriftelijke toestemming van het bestuur. Het bestuur kan deze
toestemming slechts verlenen zover deze opslag geschiedt in
speciaal daartoe ingerichte opslagkluizen/tanks en deze opslag in
verband met verzekering tijdig is gemeld bij de verzekeraar. De
extra verschuldigde premie voor de opstalverzekering als gevolg
van het hebben en houden van deze hiervoor bedoelde stoffen is
voor rekening van de desbetreffende eigenaar.
Artikel 28
1. Iedere eigenaar en gebruiker is verplicht zijn privé
gedeelte behoorlijk te onderhouden. Tot dat onderhoud behoort met
name herstel, vernieuwing en vervanging, het schilder-, behang-
en tegelwerk, het onderhoud van de plafonds en van de afwerklagen
van de vloeren met uitzondering van de niet inpandige balkons,
het stucwerk en de privé binnendeuren (waaronder begrepen
hang- en sluitwerk), het schoonhouden en ontstoppen van alle
sanitair en leidingen met uitzondering van de leidingen als
bedoeld in artikel 17 eerste lid onder g. Tot dat onderhoud
behoort tevens het schilderwerk van die zijden van deuren en
raamkozijnen met glas als bedoeld in artikel 17 eerste lid onder
d die zich in gesloten toestand in het privé gedeelte
bevinden.
2. Iedere eigenaar en gebruiker dient er voor zorg te dragen dat
de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken
die zich in zijn privé gedeelte bevinden te allen tijde
goed bereikbaar zijn.
3. Indien voor het verrichten van een handeling met betrekking
tot een ander privé gedeelte of met betrekking tot de
gemeenschappelijke gedeelten of de gemeenschappelijke zaken, de
toegang tot of het gebruik van een privé gedeelte naar het
oordeel van het bestuur noodzakelijk is, is iedere desbetreffende
eigenaar en gebruiker verplicht hiertoe zijn toestemming en
medewerking te verlenen. Eventuele schade die hieruit
voortvloeit, wordt door de eigenaar van het andere
appartementsrecht respectievelijk de vereniging vergoed.
4. Indien wordt besloten tot vervanging of tot herstel van
dakbedekking onder de privé terrassen dient die eigenaar
het daarop aanwezige beloopbaar oppervlak (zoals betegeling of
kunstgras) voor eigen rekening te verwijderen en te herstellen.
De desbetreffende eigenaar komt mitsdien geen recht op
schadevergoeding toe als hiervoor in het derde lid is
bepaald.
5. De eigenaars en de gebruikers zijn verplicht een bestuurder of
de door het bestuur aan te wijzen personen toegang tot de
privé gedeelten te verschaffen, wanneer dit voor de
vervulling van de taak van het bestuur noodzakelijk is.
6. Glasschade in of aan een privé gedeelte komt voor
rekening van iedere betrokken eigenaar en gebruiker indien en
voorzover er geen verzekering bestaat in de zin van artikel 15.
Indien en voorzover wel een zodanige verzekering bestaat, draagt
het bestuur zorg voor de reparatie.
Artikel 29
Iedere eigenaar en gebruiker is verplicht de gemeenschappelijke
technische installaties en de bijbehorende leidingen en andere
gemeenschappelijke zaken als bedoeld in artikel 17 eerste lid te
gedogen.
Artikel 30
1. Alle privé gedeelten, met uitzondering van de zich
daarin bevindende gemeenschappelijke gedeelten en/of
gemeenschappelijke zaken, zijn voor rekening en risico van de
betrokken eigenaar.
2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor schade die
veroorzaakt is door een evenement dat buiten de betrokken
privé gedeelten heeft plaatsgehad. In dat geval komt de
schade aan dat privé gedeelte voor de eigenaars
gezamenlijk, onverminderd hun verhaal op degene die voor de
schade aansprakelijk is.
3. Alle zich in de privé gedeelten bevindende
gemeenschappelijke gedeelten en/of gemeenschappelijke zaken zijn
voor rekening en risico van de eigenaars gezamenlijk,
onverminderd hun verhaal op degene die voor de schade
aansprakelijk is.
Artikel 31
1. Iedere eigenaar en gebruiker die recht heeft op het gebruik
van een privé gedeelte voor zover bestemd tot tuin, is
verplicht deze voor zijn rekening als tuin aan te leggen en te
onderhouden met inachtneming van de besluiten van de vergadering
en van het bepaalde in het huishoudelijk reglement. Hieronder is
begrepen het onderhoud, het herstel, de vernieuwing en de
vervanging van erfafscheidingen, bergruimten en schuren.
2. De privé terrassen en balkons zullen uitsluitend als
zodanig mogen worden gebruikt en hierop zullen nimmer zware
plantenbakken/bouwsels, aarde en dergelijke mogen worden
aangebracht welke het draagvermogen van die terrassen, het
onderliggende dak en balkons overtreffen, zulks ter voorkoming
van schade aan de balkons, plafonds en daken. Tevens zullen op de
terrassen en balkons geen beplantingen mogen worden aangebracht,
waarvan men redelijkerwijs kan verwachten dat na volgroeiing
alsnog het draagvermogen wordt overschreden of dat die beplanting
dusdanig uitgroeit dat de lichtinval van de overige gedeelten
niet meer optimaal is.
3. Het is niet geoorloofd zonder toestemming van de vergadering
opgaand hout in de tuin te hebben, waardoor het uitzicht van de
andere eigenaars of gebruikers en het ontvangen van licht en
lucht door de ramen en openingen van het gebouw zouden worden
belemmerd. Evenmin is het geoorloofd zonder deze toestemming
auto's, caravans, schuurtjes, bergingen, dierenhokken, carports,
boten, trailers, tenten en dergelijke in de tuin te plaatsen.
4. Het is evenmin zonder toestemming van de vergadering
geoorloofd tegen de muren planten of heesters te laten opgroeien
tot voorbij vijftig centimeter beneden het laagste raamkozijn van
de eerste verdieping van het gebouw.
Artikel 32
Aan een gegeven toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden.
Toestemmingen kunnen worden gewijzigd en worden ingetrokken. De
in de artikelen 25, 26, 27 en 31 bedoelde toestemmingen mogen
niet op onredelijke gronden worden gewijzigd of worden
ingetrokken.
Artikel 33
Het in de artikelen 26 tot en met 31 bepaalde kan bij
huishoudelijk reglement nader worden geregeld.
H. Het door een eigenaar zelf in gebruik nemen van zijn
privé gedeelte
Artikel 34
1. Iedere eigenaar en gebruiker heeft het recht op uitsluitend
gebruik van zijn privé gedeelte.
2. Een eigenaar behoeft geen toestemming om met zijn huisgenoten
zijn privé gedeelte in gebruik te nemen, of om een tot
dusver niet tot zijn huisgenoten behorend persoon bij zich te
doen inwonen.
3. Ten aanzien van het in gebruik geven van een privé
gedeelte aan een gebruiker is het in de artikelen 35 tot en met
38 bepaalde van toepassing.
I. Het in gebruik geven door een eigenaar van zijn
privé gedeelte aan een gebruiker
Artikel 35
1. Een eigenaar kan de aan zijn appartementsrecht verbonden
gebruiksrechten door een ander laten uitoefenen, mits hij er voor
zorgdraagt dat die ander het gebruik slechts verkrijgt na
ondertekening van en afgifte aan het bestuur van een in tweevoud
opgemaakte en gedagtekende verklaring dat hij de bepalingen van
het reglement en het eventuele huishoudelijk reglement, alsmede
eventuele regels als bedoeld in artikel 5:128 eerste lid van het
Burgerlijk Wetboek, voor zover die op een gebruiker betrekking
hebben, zal naleven. Een eigenaar wordt geacht aan het in dit lid
gestelde te hebben voldaan indien het in de vorige zin van dit
lid bepaalde is opgenomen in de overeenkomst waarbij het
privé gedeelte met inbegrip van het medegebruik van de
gemeenschappelijke gedeelten en/of gemeenschappelijke zaken aan
een ander wordt verhuurd of op andere wijze in gebruik wordt
gegeven en een kopie of een uittreksel van deze overeenkomst in
tweevoud aan het bestuur is ter hand gesteld en deze kopie of dit
uittreksel door het bestuur voor akkoord is ondertekend.
2. Van de in het eerste lid bedoelde verklaring respectievelijk
kopie of uittreksel van de overeenkomst behoudt zowel de
gebruiker als het bestuur een exemplaar.
3. De in het eerste lid bedoelde verklaring wordt geacht ook
betrekking te hebben op besluiten en bepalingen die eerst na die
verklaring worden genomen respectievelijk vastgesteld, tenzij een
beroep op die besluiten en bepalingen jegens de gebruiker in
strijd zou zijn met de redelijkheid en billijkheid. Artikel 5:128
tweede lid van het Burgerlijk Wetboek is van toepassing.
4. Het bepaalde in de voorgaande leden van dit artikel is niet
van toepassing op gebruikers ten tijde van de totstandkoming van
de splitsing, tenzij de kantonrechter op de voet van artikel
5:128 tweede lid van het Burgerlijk Wetboek anders beslist.
5. Het bestuur zal de gebruiker van iedere aanvulling of
verandering van het reglement of het eventuele huishoudelijk
reglement, alsmede van eventuele regels als bedoeld in artikel
5:128 van het Burgerlijk Wetboek, op de hoogte stellen.
6. Niettegenstaande de ingebruikgeving van een privé
gedeelte aan een ander, blijft de eigenaar aansprakelijk voor de
verplichtingen die uit het reglement voortvloeien en voor de
gedragingen van de gebruiker van zijn privé gedeelte. De
eigenaar en de gebruiker kunnen gezamenlijk schriftelijk aan het
bestuur mededelen dat de door de eigenaar verschuldigde
definitieve en voorschotbijdragen door de gebruiker zullen worden
voldaan, onverminderd de verplichtingen van de eigenaar tot
betaling.
Artikel 36
1. Het bestuur kan te allen tijde verlangen dat de gebruiker zich
jegens de vereniging als borg verbindt voor de eigenaar, en wel
voor de betaling van hetgeen laatstgenoemde ingevolge het
reglement aan de vereniging schuldig is of zal worden.
2. Voormelde borgtocht zal zich slechts uitstrekken tot
verplichtingen van de betrokken eigenaar die opeisbaar worden na
het tijdstip waarop per aangetekende brief door het bestuur aan
de gebruiker is medegedeeld dat de vereniging van de in het
vorige lid bedoelde bevoegdheid gebruik wenst te maken. Bovendien
zal de gebruiker uit hoofde van de hier bedoelde borgtocht per
maand nimmer meer verschuldigd zijn dan een bedrag,
overeenkomende met de geschatte maandelijkse huurwaarde van het
desbetreffende privé gedeelte.
Artikel 37
1. Een eigenaar is verplicht er voor zorg te dragen, dat zijn
privé gedeelte niet betrokken wordt door iemand die de in
artikel 35 bedoelde verklaring niet getekend heeft.
2. De gebruiker die zonder de in artikel 35 bedoelde verklaring
getekend te hebben of zonder de in artikel 36 bedoelde
verplichting te zijn nagekomen een privé gedeelte
betrokken heeft dan wel in gebruik houdt, kan door het bestuur
hieruit op kosten van de eigenaar worden verwijderd en hem kan
het gebruik van de gemeenschappelijke gedeelten en de
gemeenschappelijke zaken worden ontzegd.
3. Indien iemand zonder enige titel een privé gedeelte
betrokken heeft, neemt het bestuur tijdig alle noodzakelijke
maatregelen die kunnen leiden tot ontruiming van het privé
gedeelte. Ook de eigenaar is verplicht tot het nemen van
maatregelen tot ontruiming. Het bestuur gaat niet tot ontruiming
over dan nadat het de betrokkene tot ontruiming heeft aangemaand.
Aan de betrokkene kan in ieder geval het gebruik van de
gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken
worden ontzegd.
Artikel 38
De artikelen 35 tot en met 37 zijn van overeenkomstige toepassing
op de gebruiker die zijn rechten ontleent aan een andere
gebruiker.
J. Ontzegging van het gebruik van een privé
gedeelte
Artikel 39
1. Aan de eigenaar die zelf het recht van gebruik uitoefent en
die:
a. de bepalingen van het reglement, het huishoudelijk reglement,
de eventuele regels bedoeld in artikel 5:128 van het Burgerlijk
Wetboek of besluiten van de vergadering niet nakomt of
overtreedt;
b. zich schuldig maakt aan onbehoorlijk gedrag jegens andere
eigenaars en/of gebruikers;
c. door zijn aanwezigheid in het gebouw aanleiding geeft tot
ernstige verstoring van de rust in het gebouw;
d. zijn financiële verplichtingen jegens de vereniging niet
nakomt;
kan door de vergadering een waarschuwing worden gegeven dat,
indien hij ondanks deze waarschuwing een of meer van de genoemde
gedragingen verricht of voortzet, de vergadering kan overgaan tot
de in het volgende lid bedoelde maatregel.
2. Worden een of meer van de in het vorige lid bedoelde
gedragingen nogmaals gepleegd of worden deze voortgezet, dan kan
de vergadering besluiten tot ontzegging van het gebruik van het
privé gedeelte dat aan de eigenaar toekomt alsmede van het
gebruik van de gemeenschappelijke gedeelten en de
gemeenschappelijke zaken.
3. De vergadering besluit niet tot het geven van een waarschuwing
of besluit niet tot ontzegging van het gebruik dan na verhoor of
behoorlijke oproeping van de eigenaar. De oproeping geschiedt
tegelijkertijd met de bijeenroeping van de vergadering, en wel
bij aangetekende brief met vermelding van de gerezen bezwaren. De
eigenaar kan zich ter vergadering doen vertegenwoordigen of doen
bijstaan door een raadsman.
4. De in dit artikel bedoelde besluiten moeten worden genomen met
overeenkomstige toepassing van artikel 52 vijfde en zesde
lid.
5. De in dit artikel bedoelde besluiten worden door het bestuur
bij aangetekende brief ter kennis van de belanghebbende en van de
op zijn appartementsrecht ingeschreven hypotheekhouders gebracht.
De besluiten zullen de gronden vermelden die tot de maatregel
hebben geleid.
6. Een besluit tot ontzegging van het hierboven bedoelde gebruik
zal niet eerder ten uitvoer mogen worden gelegd dan na verloop
van een maand na verzending van de kennisgeving als in het vijfde
lid bedoeld. Beroep op de rechter ingevolge artikel 5:130 van het
Burgerlijk Wetboek schorst de tenuitvoerlegging van het genomen
besluit, tenzij de rechter anders bepaalt.
7. Indien een eigenaar zijn privé gedeelte in gebruik
heeft gegeven, is het in de vorige leden bepaalde op de gebruiker
van toepassing wanneer deze een gedraging verricht als vermeld in
het eerste lid, of indien hij niet voldoet aan de financiële
verplichtingen voortvloeiende uit de door hem gestelde
borgtocht.
8. Indien een ondereigenaar of de gebruiker van diens
privé gedeelte een gedraging verricht als bedoeld in het
eerste lid, kan de vergadering van eigenaars besluiten dat de
vergadering van ondereigenaars tegenover diegene die de
overtreding begaan heeft een besluit tot ontzegging van het
gebruik als in het eerste lid bedoeld zal moeten nemen, in welk
geval de desbetreffende vergadering van ondereigenaars verplicht
is een zodanige maatregel te nemen met toepassing van het in dit
artikel bepaalde.
9. Het in de vorige leden van dit artikel bepaalde geldt eveneens
ten aanzien van een gebruiker die zijn rechten ontleent aan een
andere gebruiker.
K. Overdracht van een appartementsrecht
Artikel 40
1. Een appartementsrecht kan worden overgedragen. Onder
overdracht valt ook toedeling, alsmede vestiging van de beperkte
rechten van vruchtgebruik, van gebruik en/of bewoning en van
erfpacht of van opstal. Het bestuur is verplicht aan de met de
overdracht belaste notaris een aan de akte te hechten verklaring
af te geven, welke verklaring een opgave inhoudt van hetgeen de
betrokken eigenaar op de dag van de overdracht aan de vereniging
schuldig is. De verkrijger is jegens de vereniging niet verder
aansprakelijk dan tot het bedrag dat uit de opgave blijkt. De
verklaring houdt tevens in een opgave van de omvang van het
reservefonds en het aandeel daarin van de eigenaar.
2. Ingeval van vestiging van erfpacht, worden de krachtens de
wet, de akte en een eventueel huishoudelijk reglement aan de
eigenaar toekomende bevoegdheden uitgeoefend door de erfpachter,
en zullen de voor rekening van de eigenaar komende verplichtingen
voor diens rekening komen, tenzij in de akte van vestiging anders
is bepaald.
3. Na overdracht als bedoeld in het eerste lid van dit artikel
moet de nieuwe eigenaar of beperkt gerechtigde daarvan onverwijld
schriftelijk mededeling doen aan het bestuur. Ingeval van
vestiging van een beperkt recht als in het eerste lid bedoeld,
houdt de mededeling tevens in aan wie het stemrecht toekomt.
4. Onverminderd het in het eerste lid bepaalde zijn voor de
terzake het overgedragen appartementsrecht verschuldigde
voorschotbijdragen en definitieve bijdragen die voorafgaande aan
de overdracht in het lopende of in het voorafgaande boekjaar
opeisbaar zijn geworden of zullen worden, de oude en de nieuwe
eigenaar hoofdelijk aansprakelijk.
5. Onverminderd het in het eerste lid bepaalde is uitsluitend de
oude eigenaar aansprakelijk voor de extra voorschotbijdragen als
bedoeld in artikel 52 zevende lid, en de definitieve bijdragen
die verschuldigd zijn als gevolg van besluiten van de vergadering
als bedoeld in artikel 52 vijfde lid, die tot stand gekomen zijn
in het tijdvak gedurende hetwelk hij eigenaar was. Hetzelfde
geldt voor bijzondere bijdragen verschuldigd terzake andere
rechtsfeiten die in voormeld tijdvak hebben plaatsgehad.
6. Het bestuur draagt zorg dat alle daarvoor in aanmerking
komende overeenkomsten op naam van de nieuwe eigenaar gesteld
worden.
7. Het bestuur is bevoegd voor de nakoming van de in het eerste,
vierde en vijfde lid bedoelde verplichtingen voldoende zekerheid
in de vorm van een depot onder de notaris te verlangen.
8. Indien de vereniging terzake de eigendomsovergang een
financiële bijdrage verschuldigd is aan de beheerder, komt
deze ten laste van de oude eigenaar.
9. De eventuele informatiekosten en toetredingskosten, die
slechts mogen dienen ter dekking van de gemaakte kosten, komen
ten laste van de nieuwe eigenaar.
L. Overtredingen
Artikel 41
1. Bij overtreding of niet-nakoming van een der bepalingen van de
wet, van het reglement, van het huishoudelijk reglement of van
een besluit van de vergadering door een eigenaar of door een
gebruiker, zal het bestuur de betrokkene een schriftelijke
waarschuwing doen toekomen per aangetekende brief en hem wijzen
op de overtreding of niet-nakoming.
2. Indien de betrokkene binnen een maand geen gevolg geeft aan de
waarschuwing kan het bestuur hem een eenmalige of dagboete
opleggen van ten hoogste een bedrag dat door de vergadering voor
zodanige overtredingen of niet-nakoming is bepaald voor elke
overtreding of niet-nakoming, onverminderd de gehoudenheid van de
betrokkene tot schadevergoeding, zo daartoe termen aanwezig zijn,
en onverminderd de andere maatregelen, welke de vergadering kan
nemen krachtens de wet of het reglement.
3. De te verbeuren boeten komen ten bate van de vereniging.
4. Indien het bedrag van de boete niet tijdig wordt voldaan is
artikel 13 eerste lid van toepassing.
5. Voor de toepassing van dit artikel wordt een ondereigenaar
gelijkgesteld aan een eigenaar.
M. Oprichting van de vereniging en vaststelling van de
statuten van de vereniging
I. Algemene bepalingen
Artikel 42
1. De vereniging wordt bij de akte opgericht en de statuten maken
deel uit van het reglement.
2. De naam van de vereniging en de gemeente waar zij haar zetel
heeft worden in de akte bepaald.
3. De vereniging heeft ten doel het beheer van het gebouw en de
grond en het behartigen van gemeenschappelijke belangen van de
eigenaars.
4. Ter bereiking van haar doel kan de vereniging een
appartementsrecht of een ander registergoed in eigendom
verkrijgen en dit hypothecair verbinden tot zekerheid voor (een)
door haar aan te gane geldlening(en). De vereniging is bevoegd
tot overdracht dan wel tot ingebruikgeving aan de eigenaars of
aan derden van dat appartementsrecht/registergoed.
5. De vereniging kan vergunningen die betrekking hebben op het
gebouw en de grond, alsmede de exploitatie daarvan, aanvragen en
op naam houden.
Artikel 43
1. De middelen van de vereniging worden gevormd door de bijdragen
van de eigenaars verschuldigd krachtens het reglement, alsmede
door andere baten.
2. Het bestuur is verplicht de kasmiddelen van de vereniging te
plaatsen bij een bank op een rekening ten name van de
vereniging.
3. De gelden van het reservefonds worden gedeponeerd op een
afzonderlijke bankrekening ten name van de vereniging.
4. De vergadering kan besluiten tot belegging van de gelden van
het reservefonds, welke belegging dient te geschieden met
inachtneming van algemeen aanvaarde bedrijfseconomische eisen op
beleggingsgebied als rentabiliteit, solvabiliteit,
risicospreiding en afstemming op het doel van het
reservefonds.
Artikel 44
Het boekjaar is het kalenderjaar. Ingeval van ondersplitsing
dient het boekjaar van de vereniging van ondereigenaars gelijk te
zijn aan dit boekjaar.
II. De vergadering
Artikel 45
1. De vergaderingen worden gehouden op een door het bestuur vast
te stellen plaats in de gemeente waar de grond is gelegen, bij
voorkeur in de nabijheid van het gebouw.
2. Jaarlijks wordt, binnen zes maanden na afloop van het
boekjaar, een vergadering gehouden, de jaarvergadering. In deze
vergadering legt het bestuur, in overeenstemming met het bepaalde
in artikel 12 tweede lid, de jaarrekening ter vaststelling aan de
vergadering over. Tevens brengt het bestuur in deze vergadering
zijn jaarverslag uit.
3. Vergaderingen worden voorts gehouden zo dikwijls het bestuur,
de raad van commissarissen of de voorzitter zulks nodig acht,
alsmede indien een aantal eigenaars dat tenminste tien procent
van het aantal stemmen kan uitbrengen zulks schriftelijk verzoekt
aan het bestuur.
4. Indien een door eigenaars verlangde vergadering niet door het
bestuur wordt bijeengeroepen op een zodanige termijn, dat de
verlangde vergadering binnen drie weken na ontvangst van het
verzoek wordt gehouden, zijn de verzoekers bevoegd zelf een
vergadering bijeen te roepen met inachtneming van dit
reglement.
5. De vergadering benoemt al dan niet uit de eigenaars de
voorzitter. Voor de eerste maal kan de benoeming van de
voorzitter bij de akte geschieden. Tenzij bij de benoeming anders
is bepaald wordt de voorzitter voor onbepaalde tijd benoemd. Hij
kan te allen tijde door de vergadering worden ontslagen.
6. De voorzitter is belast met de leiding van de vergadering; bij
zijn afwezigheid voorziet de vergadering zelf in haar
leiding.
7. Indien het bestuur uit meer dan één persoon
bestaat, kunnen de functies van voorzitter van het bestuur en
voorzitter van de vergadering in één persoon
verenigd zijn. In dat geval zullen alle bepalingen in dit
reglement of een eventueel huishoudelijk reglement welke een
machtiging van het bestuur door de voorzitter voorschrijven voor
niet geschreven worden gehouden.
8. De oproeping ter vergadering vindt schriftelijk plaats met een
termijn van tenminste vijftien dagen - de dag van oproeping en
van vergadering daaronder niet gerekend - en wordt verzonden naar
de werkelijke of, in overeenstemming met artikel 1:15 van het
Burgerlijk Wetboek, de gekozen woonplaats van de eigenaars; zij
bevat de opgave van de onderwerpen van de agenda alsmede de
plaats en het tijdstip van de vergadering. Elke eigenaar is tot
uiterlijk zeven dagen voor de vergadering en mits bij
schriftelijke kennisgeving aan het bestuur - dan wel per fax of
e-mail - bevoegd onderwerpen op de agenda te laten plaatsen. Het
bestuur is alsdan verplicht onverwijld de overige eigenaars
hiervan in kennis te stellen.
9. Alle ter vergadering aanwezige stemgerechtigden zijn verplicht
een presentielijst te tekenen. Deze presentielijst is bepalend
voor het quorum. De gevolmachtigde tekent de presentielijst
namens de volmachtgever.
Artikel 46
1. Van het verhandelde in de vergadering worden, tenzij hiervan
een notarieel proces-verbaal wordt opgemaakt, onderhandse notulen
gehouden, welke moeten worden ondertekend door de voorzitter en
het bestuur en welke worden vastgesteld in dezelfde of de
eerstvolgende vergadering.
2. Het bestuur zendt per post, per fax of per e-mail aan iedere
eigenaar binnen twee weken na de vergadering de notulen of het
ontwerp daarvan toe.
3. Iedere eigenaar is gerechtigd tot inzage van de notulen.
Artikel 47
1. Stemgerechtigd zijn de eigenaars. Bij erfpacht, vruchtgebruik
of recht van gebruik en/of bewoning komt het stemrecht toe aan de
beperkt gerechtigde, tenzij bij de vestiging van het recht anders
is bepaald. Bij het recht van opstal blijft het stemrecht bij de
eigenaar, tenzij bij de vestiging van dat recht anders is
bepaald.
2. Het totaal aantal stemmen en het aantal stemmen dat ieder van
de eigenaars kan uitbrengen worden in de akte bepaald.
3. In geval van ondersplitsing zal het stemrecht dat aan het in
de ondersplitsing betrokken appartementsrecht toekomt, worden
uitgebracht door het bestuur van de vereniging van ondereigenaars
in de verhouding zoals bij de ondersplitsing is bepaald, met dien
verstande dat de onderlinge verhouding tussen het stemrecht
verbonden aan het ondergesplitste appartementsrecht en de andere
appartementsrechten niet gewijzigd wordt. De vergadering kan in
geval van ondersplitsing besluiten het aantal uit te brengen
stemmen te verveelvoudigen, doch slechts onder handhaving van de
onderlinge stemverhouding tussen de eigenaars als in de akte is
bepaald. De stemmen voor het in de ondersplitsing betrokken
appartementsrecht behoeven niet eensluidend te worden
uitgebracht, tenzij in het reglement van ondersplitsing anders is
bepaald. De ondereigenaars zijn bevoegd de vergadering van
eigenaars bij te wonen. Uitsluitend het bestuur van de vereniging
van ondereigenaars is bevoegd om in de vergadering het woord te
voeren.
4. Een stemgerechtigde kan zijn stemrecht niet uitoefenen bij het
nemen van besluiten waarbij aan hem, zijn echtgenoot,
geregistreerd partner of bloedverwanten in de rechte lijn, of aan
vennootschappen waarin hij, zijn echtgenoot, geregistreerd
partner of bloedverwanten in de rechte lijn direct of indirect
een meerderheidsbelang hebben, anders dan in hun hoedanigheid van
eigenaar, rechten worden toegekend of verplichtingen worden
kwijtgescholden.
Artikel 48
1. Indien een appartementsrecht, anders dan ingeval van
ondersplitsing, aan meer eigenaars toekomt zullen dezen hun
stemrecht in de vergadering slechts kunnen uitoefenen door middel
van één hunner of van een derde, daartoe
schriftelijk aangewezen.
2. Indien zij over hun vertegenwoordiging ter vergadering niet
tot overeenstemming kunnen komen, is de meest gerede hunner
bevoegd de kantonrechter te verzoeken een derde aan te wijzen als
vertegenwoordiger.
Artikel 49
Iedere eigenaar is bevoegd, hetzij in persoon, hetzij bij een
schriftelijk gevolmachtigde die al dan niet lid van de vereniging
is, de vergadering bij te wonen, daarin het woord te voeren en
het stemrecht uit te oefenen, wat dit laatste betreft met
inachtneming van het bepaalde in artikel 47 derde lid en artikel
48 eerste lid. Een bestuurder kan niet als gevolmachtigde
optreden. Iedere eigenaar en gevolmachtigde is bevoegd zich te
doen vergezellen van een jurist of een accountant die ter
vergadering het woord mag voeren.
Artikel 50
1. Alle besluiten waarvoor in dit reglement of krachtens de wet
geen afwijkende regeling is voorgeschreven worden genomen met
volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Onder
volstrekte meerderheid van stemmen wordt hier verstaan: meer dan
de helft van de ter vergadering uitgebrachte stemmen; blanco
stemmen, ongeldige stemmen en (verklaringen van) stemonthouding
worden niet tot de uitgebrachte stemmen gerekend.
2. Bij staking van stemmen over zaken wordt het voorstel geacht
te zijn verworpen. Indien bij stemming over personen geen hunner
de volstrekte meerderheid der uitgebrachte stemmen verkrijgt,
wordt herstemd tussen de twee personen die de meeste stemmen op
zich verenigd hebben. Indien meer dan twee personen de meeste
stemmen verkregen hebben, wordt door loting uitgemaakt welke twee
van hen voor herstemming in aanmerking komen. Indien het grootste
aantal stemmen slechts door één persoon is
verkregen, zal worden herstemd tussen die persoon en een persoon
die een aantal stemmen verkregen heeft welk het dichtst bij het
grootste aantal stemmen ligt, en indien meer personen in dit
laatste geval verkeren, zal door het lot worden beslist wie van
hen voor herstemming in aanmerking komt. Bij deze tweede stemming
is alsdan gekozen hij die de meeste stemmen op zich verenigd
heeft, terwijl ingeval bij deze tweede stemming de stemmen staken
het lot beslist.
3. Met een besluit van de vergadering staat gelijk een voorstel,
waarmee alle eigenaars schriftelijk hun instemming hebben
betuigd, fax en e-mail daaronder begrepen.
Artikel 51
Besluiten zijn vernietigbaar overeenkomstig het daaromtrent
bepaalde in de artikelen 2:15 en 5:130 van het Burgerlijk
Wetboek. De bevoegdheid om vernietiging van een besluit te
verzoeken vervalt door verloop van een maand, welke termijn
begint met de aanvang van de dag volgende op de dag waarop de
belanghebbende van het besluit kennis heeft genomen of daarvan
kennis heeft kunnen nemen. Het vorenstaande is niet van
toepassing op een besluit tot wijziging van de akte als bedoeld
in artikel 60.
Artikel 52
1. De vergaderingbeslist over het beheer van de
gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken, voor
zover de beslissing hierover niet aan het bestuur toekomt. De
vergadering stelt het in het vijfde lid bedoelde bedrag vast met
inachtneming van de daar genoemde wijze van besluitvorming.
2. De beslissing over het onderhoud van de gemeenschappelijke
gedeelten en de gemeenschappelijke zaken berust bij het bestuur,
onverminderd het bepaalde in artikel 56 tweede lid. Het bestuur
kan geen onderhoudswerkzaamheden opdragen die niet op de
vastgestelde begroting voorkomen, tenzij het daartoe vooraf door
de vergadering is gemachtigd.
3. De vergadering beslist over de kleur van het buitenverfwerk
alsmede over de kleur van dat gedeelte van het binnenverfwerk
hetwelk moet geschieden aan de gemeenschappelijke gedeelten en de
gemeenschappelijke zaken en aan die zijde van de particuliere
voordeur die is gekeerd naar het gemeenschappelijke gedeelte.
4. Iedere eigenaar en gebruiker is verplicht zijn medewerking te
verlenen aan de uitvoering van de besluiten van de vergadering,
voor zover dit redelijkerwijze van hem verlangd kan worden. Lijdt
hij als gevolg hiervan schade dan wordt deze hem door de
vereniging vergoed.
5. Besluiten door de vergadering tot:
a. het doen van buiten het in artikel 9 eerste lid sub a en b
bedoelde onderhoud vallende uitgaven;
b. het doen van uitgaven ten laste van het reservefonds;
c. het aangaan van verplichtingen met een financieel belang die
een totaal door de vergadering vast te stellen bedrag te boven
gaan;
kunnen slechts worden genomen met een meerderheid van tenminste
twee/derde van het aantal stemmen, uitgebracht in een vergadering
waarin een aantal eigenaars tegenwoordig of vertegenwoordigd is,
dat tenminste twee/derde van het totaal aantal stemmen kan
uitbrengen. De laatste zinsnede van artikel 50 eerste lid is van
overeenkomstige toepassing. In een vergadering, waarin minder dan
twee/derde van het hiervoor bedoelde maximum aantal stemmen kan
worden uitgebracht, kan geen geldig besluit worden genomen.
6. In het in de laatste zin van het vorige lid bedoelde geval zal
een nieuwe vergadering worden uitgeschreven, te houden niet
vroeger dan twee en niet later dan zes weken na de eerste. In de
oproeping tot deze vergadering zal mededeling worden gedaan dat
de komende vergadering een tweede vergadering is als bedoeld in
dit artikel. In deze vergadering zal over de aanhangige
onderwerpen een besluit met twee/derde meerderheid kunnen worden
genomen ongeacht het aantal stemmen dat ter vergadering kan
worden uitgebracht.
7. Indien door de vergadering overeenkomstig het in het vijfde of
het zesde lid bepaalde tot het doen van een uitgave wordt
besloten, wordt tevens de extra (voorschot)bijdrage bepaald,
welke door het bestuur te dier zake van de eigenaars kan worden
gevorderd. De uitvoering van zodanige besluiten kan eerst
geschieden wanneer de voor de uitvoering benodigde gelden in de
kas van de vereniging gereserveerd zijn.
8. Het in het vijfde en zesde lid bepaalde geldt eveneens voor
besluiten tot verbouwing of voor besluiten tot het aanbrengen van
nieuwe installaties of tot het wegbreken van bestaande
installaties, voor zover deze niet als een uitvloeisel van het
onderhoud zijn te beschouwen.
9. Bij deze besluiten dient tevens te worden vastgesteld welke
eigenaars in welke verhouding moeten bijdragen in de kosten. Deze
verhouding kan afwijken van het bepaalde in artikel 8 tweede lid.
Een afwijkende kostenverdeling dient te worden opgenomen in het
huishoudelijk reglement.
III. Het bestuur
Artikel 53
1. Het bestuur wordt gevormd door een oneven aantal van
één of meer bestuurders. Met inachtneming hiervan
bepaalt de vergadering het aantal bestuurders. Indien het bestuur
uit meer bestuurders bestaat benoemt het uit zijn midden een
voorzitter, een secretaris en een penningmeester. Voor de eerste
maal kan de benoeming van het bestuur bij de akte geschieden. Bij
gebreke van benoeming van een eerste bestuur geldt/gelden
degene(n) die tot splitsing overgaat/overgaan als
bestuurder(s).
2. Het bestuur dient naam en adresgegevens van de bestuurders te
laten registreren in de kadastrale registers.
3. De bestuurders worden door de vergadering voor onbepaalde tijd
benoemd en zij kunnen te allen tijde door de vergadering worden
geschorst en ontslagen. Bij belet of ontstentenis van een
bestuurder kan de vergadering in diens vervanging voorzien.
4. Het bestuur is belast met het bestuur van de vereniging, met
inachtneming van het bepaalde in het reglement. Onder dit bestuur
is begrepen het beheer van de middelen van de vereniging, met
inachtneming van het bepaalde in artikel 43. De vergadering kan
nadere regels met betrekking tot dit beheer vaststellen.
5. Het bestuur behoeft de machtiging van de vergadering voor het
instellen van en berusten in rechtsvorderingen of
verzoekschriftprocedures, het aangaan van
vaststellingsovereenkomsten, alsmede voor het verrichten van
rechtshandelingen en het geven van kwijtingen een belang van een
nader door de vergadering vast te stellen bedrag te boven gaande.
Het bestuur behoeft geen machtiging om in een geding verweer te
voeren, voor het nemen van conservatoire maatregelen en voor het
voeren van incassoprocedures.
6. Voorzover het nemen van spoedeisende maatregelen noodzakelijk
is, is het bestuur hiertoe zonder opdracht van de vergadering
bevoegd, met dien verstande dat het voor het aangaan van
verbintenissen een belang van een nader door de vergadering vast
te stellen bedrag te boven gaande de machtiging nodig heeft van
de voorzitter.
7. Het bestuur vergadert tenminste vier maal per jaar en voorts
zo dikwijls een bestuurder dat wenst.
8. Indien het bestuur uit meer bestuurders bestaat geldt het
volgende:
a. de oproepingstermijn voor een bestuursvergadering bedraagt
tenminste vijf dagen;
b. in de bestuursvergaderingen komt aan elke bestuurder
één stem toe;
c. het bestuur kan slechts geldige besluiten nemen met volstrekte
meerderheid van stemmen in een vergadering waarin de meerderheid
van de bestuurders aanwezig of schriftelijk vertegenwoordigd is;
de tweede zin van artikel 50 eerste lid is van toepassing;
d. in afwijking in zoverre van het onder c. bepaalde is de
aanwezigheid van alle bestuurders vereist als de oproeping voor
de vergadering niet of op te korte termijn heeft
plaatsgevonden;
e. het bestuur kan ook buiten vergadering besluiten, mits alle
bestuurders schriftelijk, per fax of e-mail, instemmen met
het besluit.
9. Een bestuurder kan zijn stemrecht niet uitoefenen bij het
nemen van besluiten waarbij aan hem, zijn echtgenoot,
geregistreerd partner of bloedverwanten in de rechte lijn, anders
dan in hun hoedanigheid van eigenaar, of aan vennootschappen
waarin hij, zijn echtgenoot, geregistreerd partner of
bloedverwanten in de rechte lijn direct of indirect een
meerderheidsbelang hebben, rechten worden toegekend of
verplichtingen worden kwijtgescholden.
10. Van het in de bestuursvergadering behandelde worden notulen
gemaakt.
Artikel 54
1. Het bestuur legt een register aan van eigenaars en
gebruikers.
2. In alle gevallen waarin een eigenaar voor de oproeping van de
overige eigenaars en overige stemgerechtigden in een juridische
procedure de namen en adressen van de overige eigenaars en
stemgerechtigden verzoekt, worden hem deze door het bestuur
kosteloos en onverwijld ter beschikking gesteld.
3. Na kennisgeving als bedoeld in artikel 40 derde lid en na
ontvangst van de verklaring als bedoeld in artikel 35 eerste lid
wordt het register door het bestuur bijgewerkt.
4. Het bestuur is verplicht zo spoedig mogelijk een opgave te
doen indien een notaris daartoe op grond van artikel 5: 122
vijfde lid van het Burgerlijk Wetboek een verzoek indient.
Artikel 55
De boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de vereniging
moeten tot de opheffing van de splitsing worden bewaard door het
bestuur.
Artikel 56
1.De vergadering kan besluiten de administratie - waaronder dient
te worden verstaan het ontvangen en (doen) incasseren van alle
betalingen en het doen van alle uitgaven, het voeren van de
boekhouding in de meest uitgebreide zin en het verstrekken van de
nodige specificaties en opgaven aan eigenaars, notarissen en het
bestuur - op te dragen aan een door haar aan te wijzen beheerder
en onder de voorwaarden als door haar met die beheerder zullen
worden overeengekomen.
2.De vergadering kan besluiten het technisch en/of bouwkundig
beheer op te dragen aan een door haar aan te wijzen technisch
en/of bouwkundig beheerder en onder de voorwaarden als door haar
met die beheerder zullen worden overeengekomen.
IV. Raad van commissarissen en commissies
Artikel 57
1. De vergadering is bevoegd een raad van commissarissen in te
stellen, in welk geval het volgende geldt.
2. De raad van commissarissen wordt gevormd door
één of meer commissarissen. De vergadering bepaalt
het aantal commissarissen. Indien de raad uit meer commissarissen
bestaat benoemt hij uit zijn midden een voorzitter en een
secretaris.
3. De commissarissen worden door de vergadering voor onbepaalde
tijd benoemd en zij kunnen te allen tijde door de vergadering
worden geschorst en ontslagen. Bij belet of ontstentenis van een
commissaris kan de vergadering in diens vervanging voorzien.
4. Een commissaris behoeft geen eigenaar te zijn. Het
lidmaatschap van de raad van commissarissen is niet verenigbaar
met de functie van bestuurder, van voorzitter van de vergadering
of van lid van een commissie van de vereniging.
5. De raad van commissarissen oefent, onverminderd het in het
huishoudelijk reglement omtrent de bevoegdheden, taken en
werkwijze van de raad bepaalde, toezicht uit op het beleid van
het bestuur en op de algemene gang van zaken in de vereniging.
Voorts adviseert de raad van commissarissen het bestuur en de
vergadering zo dikwijls dit wordt verlangd of de raad dit
wenselijk oordeelt.
6. Het bestuur verschaft aan de raad van commissarissen alle door
hem gewenste inlichtingen en verleent hem desgewenst inzage in
alle boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de
vereniging.
7. De raad van commissarissen vergadert tenminste twee maal per
jaar en voorts zo dikwijls de voorzitter of een ander lid van de
raad van commissarissen dat wenst. De raad van commissarissen kan
het bestuur oproepen in zijn vergadering aanwezig te zijn.
8. Indien de raad uit meer commissarissen bestaat geldt het
volgende:
a. de oproepingstermijn voor een vergadering van de raad bedraagt
tenminste vijf dagen;
b. in de vergaderingen van de raad komt aan elke commissaris
één stem toe;
c. de raad kan slechts geldige besluiten nemen met volstrekte
meerderheid van stemmen in een vergadering waarin de meerderheid
van de commissarissen aanwezig of schriftelijk vertegenwoordigd
is; de tweede zin van artikel 50 eerste lid is van
toepassing;
d. in afwijking in zoverre van het onder c. bepaalde is de
aanwezigheid van alle commissarissen vereist als de oproeping
voor de vergadering niet of op te korte termijn heeft
plaatsgevonden;
e. de raad van commissarissen kan ook buiten vergadering
besluiten, mits alle commissarissen schriftelijk, per fax of
e-mail, instemmen met het besluit.
9. Van het in de vergadering van de raad van commissarissen
behandelde worden notulen gemaakt.
Artikel 58
1. De vergadering is bevoegd commissies in te stellen, onder
vaststelling van hun taakomschrijving.
2. Ontbreekt een raad van commissarissen, dan benoemt de
vergadering jaarlijks een kascommissie, bestaande uit tenminste
twee leden. Het lidmaatschap van de commissie is niet verenigbaar
met de functie van bestuurder en die van voorzitter van de
vergadering. De leden van de kascommissie onderzoeken de
jaarrekening en brengen aan de vergadering verslag van hun
bevindingen uit. Het bestuur is verplicht de commissie ten
behoeve van haar onderzoek alle door haar gevraagde inlichtingen
te verschaffen, en haar de boeken, bescheiden en andere
gegevensdragers van de vereniging voor raadpleging ter
beschikking te stellen.
N. Huishoudelijk Reglement
Artikel 59
1. De vergadering kan een huishoudelijk reglement vaststellen ter
regeling van de volgende onderwerpen:
a. het gebruik, het beheer en het onderhoud van de
gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken;
b. het gebruik, het beheer en het onderhoud van privé
gedeelten;
c. de orde van de vergadering;
d. de instructie aan het bestuur;
e. de werkwijze, de taak en de bevoegdheid van de raad van
commissarissen en commissies;
f. het behandelen van klachten;
g. regels ter voorkoming van onredelijke hinder;
h. een afwijkende kostenverdeling als bedoeld in artikel 52
negende lid;
i. al hetgeen overigens naar het oordeel van de vergadering
regeling behoeft, alles voor zover dit niet reeds in het
reglement is geregeld.
2. De regels als bedoeld in artikel 5:128 van het Burgerlijk
Wetboek moeten in het huishoudelijk reglement worden opgenomen en
daarvan deel uitmaken.
3. Bepalingen in het huishoudelijk reglement die in strijd zijn
met de wet of het reglement worden voor niet geschreven
gehouden.
4. Het huishoudelijk reglement kan door de vergadering slechts
worden vastgesteld, gewijzigd en aangevuld bij een besluit
genomen met een meerderheid als bedoeld in artikel 52 vijfde lid.
Kan op grond van het in de vorige zin bepaalde geen geldig
besluit worden genomen, dan zal een nieuwe vergadering worden
uitgeschreven. Artikel 52 zesde lid is van overeenkomstige
toepassing.
5. Het in het vorige lid bepaalde is van overeenkomstige
toepassing op een besluit tot verlening van ontheffing van het in
het huishoudelijk reglement bepaalde.
6. Het bestuur is verplicht het huishoudelijk reglement en de
wijzigingen daarvan te publiceren in de openbare registers.
O. Wijziging van de akte
Artikel 60
1. Wijziging van de akte kan uitsluitend geschieden met
medewerking van alle eigenaars. Indien een of meer eigenaars niet
wensen mee te werken aan een beoogde wijziging, kan hun
medewerking worden vervangen door een rechterlijke machtiging op
de wijze en onder de voorwaarden als is vermeld in artikel 5:140
van het Burgerlijk Wetboek.
2. In afwijking van het in het eerste lid bepaalde kan een
wijziging van de akte ook plaats vinden door het bestuur, mits
dit geschiedt krachtens een vergaderingsbesluit dat is genomen
met een meerderheid van tenminste vier/vijfde van het totaal
aantal stemmen dat door de eigenaars kan worden uitgebracht.
3. In de oproeping tot de in het tweede lid bedoelde vergadering
moet worden vermeld dat tijdens die vergadering een wijziging van
de akte zal worden voorgesteld, terwijl de tekst en/of de
tekening van de voorgestelde wijziging bij de oproeping dient te
worden gevoegd.
4. Het bepaalde in het derde lid van artikel 50 is op zo'n
besluit niet van toepassing.
5. Een eigenaar die niet voor een besluit tot wijziging van de
akte heeft gestemd kan overeenkomstig het bepaalde in artikel
5:140a van het Burgerlijk Wetboek vernietiging van het besluit
bij de rechter vorderen.
6. De bevoegdheid om vernietiging te vorderen verjaart door
verloop van drie maanden, welke termijn begint met de aanvang van
de dag, volgende op die waarop het besluit door de vergadering is
genomen.
7. Een wijziging van de akte behoeft de toestemming van hen die
een beperkt recht op een appartementsrecht hebben, van hen die
daarop beslag hebben gelegd (tenzij het uitsluitend een wijziging
van het reglement betreft), alsmede, indien een recht van
erfpacht of van opstal in de splitsing is betrokken, van de
grondeigenaar. Ook is toestemming nodig van de gerechtigden tot
een erfdienstbaarheid, indien hun recht door de wijziging wordt
verkort.
8. Een wijziging van de akte kan uitsluitend geschieden bij een
daartoe opgemaakte notariële akte. Indien de wijziging is
gebaseerd op een vergaderingsbesluit als bedoeld in het tweede
lid, kan de notariële akte niet worden gepasseerd voordat
vaststaat dat dit besluit niet door de rechter kan worden
vernietigd.
P. Opheffing van de splitsing en ontbinding van de
vereniging
Artikel 61
Opheffing van de splitsing door de eigenaars en ontbinding van de
vereniging kan uitsluitend geschieden bij notariële akte met
inachtneming van het bepaalde in de artikelen 5:139 en volgende
van het Burgerlijk Wetboek.
Q. Geschillenbeslechting
Artikel 62
Geschillen tussen een of meer eigenaars onderling of tussen een
of meer eigenaars en de vereniging kunnen krachtens gezamenlijke
keuze van de betrokkenen bij het geschil aan een of meer
deskundigen worden voorgelegd ter beslechting bij wege van
arbitrage of bindend advies dan wel tot bemiddeling door
mediation.
R. Slotbepaling
Artikel 63
Al het vorenstaande geldt voor zover bij de akte niet anders is
bepaald.
ANNEX (UTSLUITEND BETREKKING HEBBEND OP WOONGEBOUWEN)
Variatie op het reglement:
BEPALINGEN OP TE NEMEN, WANNEER HET GEBRUIK VAN HET PRIVÉ
GEDEELTE AFHANKELIJK WORDT GESTELD VAN DE TOESTEMMING VAN HET
BESTUUR.
Artikel 34 wordt vervangen door:
Artikel 34
1. Een eigenaar behoeft de toestemming van het bestuur alvorens
zijn privé gedeelte zelf en met de met name genoemde
huisgenoten in gebruik te nemen of een tot dusverre niet tot zijn
huisgenoten behorend persoon bij zich te doen inwonen.
2. Het verzoek om toestemming wordt door de eigenaar (waaronder
begrepen de koper of andere gerechtigde tot levering van het
appartementsrecht) schriftelijk aan het bestuur gedaan onder het
verschaffen van de namen van zijn huisgenoten voor wie de
toestemming tot de bewoning mede wordt gevraagd en onder
vermelding van alle verlangde gegevens die dienstig kunnen zijn
voor de beslissing op het verzoek.
3. Het bestuur is verplicht om binnen veertien dagen na ontvangst
van het verzoek de verzoeker in de gelegenheid te stellen dit
mondeling toe te lichten, waarbij hij zich kan doen
vertegenwoordigen of doen bijstaan door een raadsman. Het bestuur
moet daarna binnen acht dagen op het verzoek beslissen. Het
brengt de gemotiveerde beslissing onverwijld schriftelijk ter
kennis van de verzoeker.
4. Weigering van de verzoeker of van de huisgenoten die hij heeft
opgegeven, mag slechts plaatsvinden indien naar billijkheid van
de overige bewoners niet mag worden verlangd dat zij de
betrokkenen in hun midden opnemen.
5. Bij de toepassing van de in het vierde lid aangegeven norm zal
het bestuur in het bijzonder acht slaan op de solvabiliteit van
de betrokkenen. Het bestuur kan in verband daarmee verlangen dat
de verzoeker zorgdraagt voor een verklaring dienaangaande van een
door het bestuur aan te wijzen accountant. De kosten van deze
verklaring komen voor rekening van de verzoeker.
6. De verzoeker kan binnen veertien dagen na het verzenden van de
beslissing daartegen in beroep komen bij de vergadering. Artikel
45 vierde lid is van overeenkomstige toepassing.
7. De vergadering stelt de verzoeker in de gelegenheid het beroep
mondeling toe te lichten, waarbij hij zich kan doen bijstaan of
vertegenwoordigen door een raadsman.
8. De vergadering geeft binnen veertien dagen daarna haar
gemotiveerde beslissing en brengt deze onverwijld schriftelijk
ter kennis van de betrokkenen.
Artikel 34a
1. Ingeval van openbare verkoping van een appartementsrecht zal
iedere gegadigde zich kunnen wenden tot het bestuur met het
verzoek de verklaring af te geven dat geen bezwaar zal worden
gemaakt tegen gebruik door de gegadigde met zijn huisgenoten (of
een ander die de gegadigde als gebruiker wil toelaten met diens
huisgenoten) van het privé gedeelte waarop het te verkopen
appartementsrecht betrekking heeft, indien dit bij de openbare
verkoop aan hem mocht worden toegewezen. Teneinde deze verklaring
te verkrijgen zal de gegadigde, onder betaling van een door het
bestuur te bepalen bedrag ter bestrijding van de te maken kosten,
aan het bestuur de gegevens verstrekken bedoeld in artikel 34
tweede lid.
2. Indien het bestuur de toestemming weigert kan de gegadigde in
beroep komen bij de vergadering. Deze wordt in dat geval terstond
bijeen geroepen en kan beslissen ongeacht het aanwezige quorum,
terwijl de termijn van oproeping ten hoogste drie dagen
bedraagt.
3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is mede van
toepassing bij openbare executoriale verkoop door de hypothecaire
schuldeiser, tenzij de bedoelde schuldeiser voor de verkoop aan
het bestuur bij aangetekende brief heeft medegedeeld dat hij in
de verkoopvoorwaarden de bepaling wenst op te nemen, dat de koper
een verklaring zal kunnen afleggen krachtens welke hij en zijn
huisgenoten bevoegd zullen zijn het privé gedeelte - in
afwijking van het bepaalde in artikel 34 eerste lid en artikel
34c eerste lid - zelf in gebruik te nemen of aan derden in
gebruik te geven zonder dat hiervoor enige toestemming vereist
is. De hier bedoelde verklaring dient te worden opgenomen in een
daartoe bestemde notariële akte, waarvan een afschrift zal
worden ingeschreven in de openbare registers gelijktijdig met het
afschrift of uittreksel van het proces-verbaal van toewijzing of
van de akte van levering bij verkoop als bedoeld in artikel 3:268
tweede lid van het Burgerlijk Wetboek. Het bestuur is verplicht
de verklaring ter kennis te brengen van de andere eigenaars.
Artikel 34b
De toestemming om als huisgenoot het privé gedeelte te
gebruiken heeft ten gevolge dat de huisgenoot geen toestemming
behoeft als bedoeld in de voorgaande artikelen indien hij zelf
eigenaar of gebruiker wordt, mits is voldaan aan de overige
vereisten van toelating.
Onder hoofdstuk I wordt vóór artikel 35
toegevoegd artikel 34c, luidende:
Artikel 34c
1.Indien een eigenaar zijn privé gedeelte aan een ander in
gebruik wil geven zal die ander het gebruik slechts kunnen
verkrijgen voor zich en eventuele huisgenoten, na voorafgaande
schriftelijke toestemming van het bestuur.
2. Het bepaalde in artikel 34 is van overeenkomstige toepassing,
met dien verstande dat het verzoek om toestemming door de
eigenaar en de beoogde gebruiker gezamenlijk moet worden gedaan
onder overlegging van de overeenkomst of andere titel waaraan de
beoogde gebruiker zijn recht ontleent of zal ontlenen.
3. De toestemming van het bestuur is ook vereist indien de
gebruiker een tot dan niet tot zijn huisgenoten behorend persoon
bij zich wenst te doen inwonen.
4. De toestemming van het bestuur is pas geldig nadat de beoogde
gebruiker de verklaring bedoeld in artikel 35 heeft
afgegeven.
5. De toestemming om als huisgenoot het privé gedeelte te
gebruiken heeft ten gevolge dat de huisgenoot geen toestemming
behoeft als bedoeld in de voorgaande artikelen indien hijzelf
gebruiker of eigenaar wordt, mits voldaan is aan de overige
vereisten voor het verkrijgen van de toestemming, zoals het
afgeven van de verklaring bedoeld in artikel 35.
Artikel 38 komt te luiden:
Artikel 38
De artikelen 34c tot en met 37 zijn van overeenkomstige
toepassing op de gebruiker die zijn rechten ontleent aan een
andere gebruiker.
Eventueel op te nemen in het HUISHOUDELIJK REGLEMENT bij
splitsing van een nieuw woongebouw
a. Het aanbrengen van harde vloerbedekking in de privé
gedeelten, met uitzondering van de badkamer(s), de keuken(s), en
de toiletruimte(n), is slechts toegestaan indien onder die
vloerbedekking een dusdanig veerkrachtig materiaal is aangebracht
dat een isolatie-index voor contactgeluiden (Ico) wordt bereikt
welke aan een minimale waarde voldoet als vermeld in het
bouwbesluit dat gold ten tijde van de afgifte van de
bouwvergunning voor het gebouw. De isolatie-index wordt bepaald
volgens de norm "NEN5077 geluidswering in gebouwen". De
vloerconstructie dient als "zwevende" vloer dus geheel vrij van
de bestaande betonvloer casu quo wandconstructie te worden
uitgevoerd. Een uiterst zorgvuldige uitvoering (door een erkend
bedrijf/deskundige) is hierbij een vereiste.
b. Indien een van de eigenaars het vermoeden heeft dat een vloer
of vloerbedekking van een aangrenzend privé gedeelte niet
voldoet aan de norm zoals is vermeld in lid a, dan is deze
eigenaar gerechtigd een geluidsonderzoek in te laten stellen.
c. De eigenaar van het appartementsrecht recht gevende op het
gebruik van het in lid b bedoelde aangrenzend privé
gedeelte is gehouden om, zonder enig recht op schadevergoeding,
medewerking te verlenen aan het laten plaatshebben van bedoeld
geluidsonderzoek.
d. Het geluidsonderzoek dient door een erkend onderzoeksbureau te
worden uitgevoerd. Het bestuur zal, in overleg met betrokken
partijen, het onderzoeksbureau aanwijzen.
e. De kosten van het geluidsonderzoek zijn voor rekening van de
eigenaars op wiens verzoek het geluidsonderzoek wordt uitgevoerd,
tenzij uit het onderzoek blijkt dat de vloer of de vloerbedekking
niet voldoet aan de in lid a gestelde norm. Alsdan zijn de kosten
van het geluidsonderzoek voor rekening van de eigenaar van het
appartementsrecht recht gevende op het gebruik van het
privé gedeelte waarvan blijkt dat de vloer of
vloerbedekking niet voldoet aan de in lid a gestelde norm.
f. Indien uit het geluidsonderzoek mocht blijken dat de vloer of
de vloerbedekking niet voldoet aan de in lid a gestelde norm, dan
is de betreffende eigenaar gehouden om voor eigen rekening en
risico dusdanige voorzieningen te treffen dat de vloer alsnog aan
de bedoelde norm voldoet.
g. Indien het niet mogelijk blijkt om passende voorzieningen te
treffen zoals bedoeld onder f, dan is de desbetreffende eigenaar
gehouden om voor eigen rekening en risico de vloer of
vloerbedekking te verwijderen.
h. De uitvoering van dit artikel vindt plaats zonder enige
rechterlijke tussenkomst.
Heeft u een vraag of een opmerking? Neem dan contact met ons op!
Disclaimer: Disclaimer
U bent hier: Home » Modelreglementen » Modelreglement 2006