U bent hier: Home » Modelreglementen » Regelement serviceflat 1987
Ga naar: Homepage
Het reglement is vastgesteld bij akte verleden op 21 augustus 1987
voor notaris mr H. M. Sasse te Arnhem.
(Bron:
www.notaris.nl)
A. Definities
Artikel 1
In het reglement wordt verstaan onder:
a. "akte": de akte van splitsing;
b. "gebouw": het gebouw of de gebouwen dat/die in de splitsing
is/zijn betrokken;
c. "eigenaar": de gerechtigde tot een appartementsrecht, als
bedoeld in artikel 875 a vierde lid van het Burgerlijk
Wetboek;
d. "gemeenschappelijke gedeelten": die gedeelten van het gebouw
alsmede de daarbij behorende grond die blijkens de akte niet
bestemd zijn of worden om als afzonderlijk geheel te worden
gebruikt;
e. "gemeenschappelijke zaken": alle zaken die bestemd zijn of
worden om door alle eigenaars of een bepaalde groep van eigenaars
gebruikt te worden voorzover niet vallende onder d;
f. "privé gedeelte": het gedeelte of de gedeelten van het
gebouw en de daarbij behorende grond dat/die blijkens de akte
bestemd is/zijn of wordt/worden om als afzonderlijk geheel te
worden gebruikt;
g. "gebruiker": de gebruiker als bedoeld in artikel 875 m van het
Burgerlijk Wetboek;
h. "vereniging": de vereniging van eigenaars als bedoeld in
artikel 875 f eerste lid onder e van het Burgerlijk Wetboek;
i. "vergadering": de vergadering van eigenaars als bedoeld in
artikel 875 f tweede lid onder d van het Burgerlijk Wetboek;
j. "bestuur": het bestuur van de vereniging als bedoeld in
artikel 876 e van het Burgerlijk Wetboek, gevormd door
één of meer administrateurs.
B. Aandelen, die door de splitsing ontstaan, en aandelen in de
verplichting tot het bijdragen in de schulden en kosten, die voor
rekening van de gezamenlijke eigenaars zijn
Artikel 2
1. Ieder der eigenaars is in de gemeenschap gerechtigd voor het
nader in de akte te bepalen breukdeel.
2. De eigenaars zijn voor de in het eerste lid bedoelde
breukdelen gerechtigd tot de gemeenschappelijke baten.
3. De eigenaars zijn voor de in het eerste lid bedoelde
breukdelen verplicht bij te dragen in de schulden en kosten, die
voor rekening van de gezamenlijke eigenaars zijn.
C. Schulden en kosten voor rekening van de gezamenlijke
eigenaars
Artikel 3
Tot de schulden en kosten als bedoeld in artikel 875 f eerste lid
onder a van het Burgerlijk Wetboek worden gerekend:
a. die welke gemaakt zijn in verband met het onderhoud of het
gebruik van de gemeenschappelijke gedeelten of van de
gemeenschappelijke zaken of tot het behoud daarvan;
b. die welke verband houden met noodzakelijke
herstellingswerkzaamheden en vernieuwingen van de
gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken, voor
zover die ingevolge het reglement of een rechterlijke beslissing
als bedoeld in artikel 875 o van het Burgerlijk Wetboek niet ten
laste komen van bepaalde eigenaars, en voor zover die niet vallen
onder a;
c. de schulden en kosten van de vereniging, met inbegrip van de
schulden en kosten terzake van de gemeenschappelijke
huishouding;
d. het bedrag van de schadevergoeding door de gezamenlijke
eigenaars als zodanig verschuldigd aan één van hen
of een derde;
e. de gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten, verbonden aan
het optreden als eiser of als verweerder door of namens de
gezamenlijke eigenaars;
f. de assurantiepremiën verschuldigd uit hoofde van de
verzekeringen, die door het reglement zijn voorgeschreven of
waartoe ingevolge de artikelen 8 en 9 door de vergadering is
besloten;
g. de verschuldigde publiekrechtelijke lasten voor zover geen
aanslag is opgelegd aan de afzonderlijke eigenaars;
h. de verwarmingskosten, waaronder begrepen de kosten van de
warmwaterinstallaties, de brandstofkosten, de kosten van het
onderhoud van de verwarmingsinstallaties, de op de desbetreffende
kosten betrekking hebbende administratie, alsmede voor zover van
toepassing, de kosten van registratie en de berekening van het
warmteverbruik voor zover het gemeenschappelijke installaties
betreft, tenzij de akte daaromtrent een afwijkende regeling
bevat;
i. alle overige schulden en kosten, gemaakt in het belang van de
gezamenlijke eigenaars als zodanig.
D. Jaarlijkse exploitatierekening, begroting en te storten
bijdragen
Artikel 4
1. Na afloop van elk boekjaar, dat in de akte nader zal worden
aangegeven, wordt door het bestuur een exploitatierekening over
dat boekjaar opgesteld en ter vaststelling aan de jaarlijkse
vergadering voorgelegd. Deze exploitatierekening omvat enerzijds
de baten en anderzijds de lasten over dat boekjaar, waaronder
begrepen een naar tijdsduur evenredig gedeelte van de te begroten
onderhoudskosten die op meer jaren betrekking hebben, inbegrepen
noodzakelijke vernieuwingen.
Zo tot vorming van een reservefonds als bedoeld in artikel 37
eerste lid is besloten, wordt onder de lasten begrepen een
telkenjare door de vergadering vast te stellen bedrag ten behoeve
van een zodanig reservefonds.
2. Op grond van de vastgestelde exploitatierekening worden de
definitieve bijdragen van de eigenaars door het bestuur met
inachtneming van de verhouding als is bepaald in artikel 2 derde
lid vastgesteld, met dien verstande dat de definitieve bijdragen
in de plaats treden van de in artikel 5 tweede lid bedoelde
voorschotbijdragen en dat hetgeen als voorschotbijdragen is
betaald in mindering wordt gebracht.
3. Indien over enig boekjaar de voorschotbijdragen, als bedoeld
in artikel 5 tweede lid, de definitieve bijdragen te boven gaan,
zal het verschil aan het reservefonds worden toegevoegd, tenzij
de vergadering anders besluit.
Kent de vereniging geen reservefonds, dan zullen de in de vorige
zin bedoelde verschillen aan de eigenaars worden gerestitueerd,
tenzij de vergadering anders besluit.
4. Indien over enig boekjaar de definitieve bijdragen de
voorschotbijdragen te boven gaan, moeten de eigenaars dit tekort
binnen een maand na de vaststelling van de exploitatierekening
aanzuiveren.
Artikel 5
1. Van de gezamenlijke schulden en kosten - waaronder begrepen
een naar tijdsduur evenredig gedeelte van de te begroten kosten
als bedoeld in artikel 4 eerste lid - wordt jaarlijks door het
bestuur een begroting voor het aangevangen of het komende
boekjaar ontworpen en aan de jaarlijkse vergadering voorgelegd.
Deze vergadering stelt de begroting vast.
2. Bij het vaststellen van de begroting bepaalt de vergadering
tevens het bedrag, dat bij wijze van voorschotbijdrage door de
eigenaars verschuldigd is, alsmede het aandeel van iedere
eigenaar daarin, vastgesteld met inachtneming van de verhouding
als is bepaald in artikel 2 derde lid.
De eigenaars zijn verplicht met ingang van een door het bestuur
te bepalen datum maandelijks één/twaalfde van het
bedoelde aandeel aan de vereniging te voldoen.
Artikel 6
1. Indien een eigenaar het ingevolge artikel 4 en/of artikel 5
door hem aan de vereniging verschuldigde bedrag niet binnen een
maand, nadat het bedrag opeisbaar is geworden, aan de vereniging
heeft voldaan, is hij hierover van rechtswege van de datum van
opeisbaarheid af een rente verschuldigd, berekend op basis van de
wettelijke rente ten tijde van de dag van opeisbaarheid verhoogd
met twee punten, met een minimum van honderd gulden (f.100,00) of
zoveel meer als de vergadering telkenjare mocht vaststellen. Het
bestuur is bevoegd dit bedrag te matigen. De incassokosten zijn
voor rekening van de desbetreffende eigenaar.
Artikel 34 is niet van toepassing.
2. Indien een eigenaar het bedrag van zijn definitieve bijdrage
niet binnen zes maanden na verloop van de termijn als bedoeld in
artikel 4 vierde lid heeft voldaan, wordt zijn schuld omgeslagen
over de andere eigenaars in de onderlinge verhouding als is
bepaald in artikel 2 derde lid, ongeacht de maatregelen die
jegens de nalatige eigenaar kunnen worden genomen en onverminderd
recht van verhaal van de andere eigenaars op eerstgenoemde.
Artikel 7
Voor het geval een appartementsrecht aan meer dan
één persoon in onverdeeldheid toekomt, zijn deze
personen hoofdelijk aansprakelijk voor de verplichtingen, die uit
de gerechtigdheid tot dat appartementsrecht voortvloeien.
E. Verzekeringen
Artikel 8
1. Het bestuur zal het gebouw verzekeren bij één of
meer door de vergadering aan te wijzen verzekeraars tegen water-,
storm-, brand- en ontploffingsschade en zal tevens een
verzekering afsluiten voor de wettelijke aansprakelijkheid, die
kan ontstaan voor de vereniging en voor de eigenaars als
zodanig.
Voorts zal de vergadering bevoegd zijn te besluiten tot het
aangaan van verzekeringen tegen andere gevaren.
2. Het bedrag der verzekeringen wordt vastgesteld door de
vergadering; het zal wat de brandverzekering betreft moeten
overeenstemmen met de herbouwkosten van het gebouw; de vraag, of
deze overeenstemming bestaat, zal periodiek gecontroleerd moeten
worden in overleg met de verzekeraar.
3. Verzekeringsovereenkomsten worden door het bestuur afgesloten
ten name van de vereniging en de gezamenlijke eigenaars. Het is
daartoe, voor zover het betreft de in de eerste zin van het
eerste lid bedoelde verzekeringen, slechts bevoegd indien het
bepaalde in het vijfde lid wordt nageleefd.
4. De eigenaars verbinden zich de uit hoofde van de
verzekeringsovereenkomsten als bedoeld in de eerste zin van het
eerste lid uit te keren schadepenningen, indien deze een nader in
de akte te bepalen bedrag te boven gaan, te doen plaatsen op een
voor de financiering van het herstel van de schade krachtens
besluit van de vergadering door het bestuur te openen
afzonderlijke bankrekening ten name van de vereniging, die de op
deze rekening gestorte gelden zal houden voor de eigenaars; ten
aanzien van de op deze rekening te storten gelden is artikel 37
derde tot en met vijfde lid van overeenkomstige toepassing, met
dien verstande dat de gelden steeds bestemd moeten blijven voor
het herstel of de wederopbouw, onverminderd artikel 876 j vierde
lid van het Burgerlijk Wetboek. In geval van toepassing van het
bepaalde in laatstgenoemd artikel zal, indien een eigenaar zich
heeft schuldig gemaakt aan een daad of verzuim, welke krachtens
de wet of de verzekeringsvoorwaarden gehele of gedeeltelijke
ongehoudenheid van de verzekeraar tot uitkering van de
schadepenningen tot gevolg zou hebben, de uitkering van het
aandeel van de desbetreffende eigenaar dienen te geschieden aan
de verzekeraar.
5. Het bestuur dient ervoor te zorgen, dat de
verzekeringsovereenkomsten als bedoeld in de eerste zin van het
eerste lid de volgende clausule bevatten:
"Zolang de eigendom van het hierbij verzekerde gebouw gesplitst
is in appartementsrechten, gelden de volgende aanvullende
voorwaarden. Een daad of verzuim van een eigenaar, welke
krachtens de wet of de verzekeringsvoorwaarden gehele of
gedeeltelijke ongehoudenheid van ondergetekende tot uitkering van
de schadepenningen tot gevolg zou hebben, laat de uit deze polis
voortvloeiende rechten onverlet. Niettemin zullen de
ondergetekenden in zodanig geval gerechtigd zijn, mits zij voor
de uitkering de wens daartoe te kennen hebben gegeven, een
aandeel in de schadepenningen overeenkomende met het aandeel
waarin de desbetreffende eigenaar in de gemeenschap gerechtigd
is, van deze terug te vorderen. Ingeval van toepassing van
artikel 876 j vierde lid van het Burgerlijk Wetboek zal de
uitkering van het aandeel in bedoeld geval in plaats van aan de
eigenaar geschieden aan de ondergetekenden.
Gaat de verschuldigde uitkering een bedrag van tweeduizend
vijfhonderd gulden (f 2.500,00) te boven, dan geschiedt zij op de
wijze te bepalen door de vergadering van eigenaars, zulks
blijkende uit een door de voorzitter gewaarmerkt afschrift van de
notulen der vergadering.
Door uitkering overeenkomstig de voorwaarden dezer polis zullen
ondergetekenden tegenover alle belanghebbenden volledig zijn
gekweten."
6. Ingeval door de vergadering besloten wordt tot herstel of
herbouw, is het bepaalde in artikel 876 j tweede tot en met
vierde lid van het Burgerlijk Wetboek en artikel 876 k van het
Burgerlijk Wetboek van toepassing met dien verstande dat
uitkering van het aan iedere eigenaar toekomende aandeel in de
schadepenningen aan deze slechts zal kunnen geschieden met
toestemming van degenen die op het desbetreffende
appartementsrecht een recht van hypotheek hebben.
7. Indien de schadepenningen niet toereikend blijken te zijn voor
herstel of herbouw, draagt iedere eigenaar bij in het tekort, in
de verhouding als is bepaald in artikel 2 derde lid, onverminderd
het verhaal op de gene die voor de schade aansprakelijk is.
8. Iedere eigenaar is bevoegd een suppletoire verzekering te
sluiten. In het geval bedoeld in artikel 875 l tweede lid van het
Burgerlijk Wetboek is het bestuur tot het sluiten van een
suppletoire verzekering verplicht.
Artikel 9
De roerende zaken als bedoeld in artikel 10 eerste lid sub c
zullen ten name van de gezamenlijke eigenaars door het bestuur
worden verzekerd bij één of meer door de
vergadering aan te wijzen verzekeraars tegen gevaren zoals
vermeld in artikel 8 eerste lid eerste zin.
Voorts zal de vergadering bevoegd zijn te besluiten tot het
aangaan van verzekeringen tegen andere gevaren.
F. Gebruik, beheer en onderhoud van de gemeenschappelijke
gedeelten en de gemeenschappelijke zaken alsmede de verzorging
van de gemeenschappelijke huishouding
Artikel 10
1. Tot de gemeenschappelijke gedeelten en zaken worden ondermeer
gerekend voor zover aanwezig:
a. funderingen, dragende muren en kolommen, het geraamte van het
gebouw met de ondergrond, het ruwe metselwerk, alsmede de
vloeren, de buitengevels, waaronder begrepen raamkozijnen met
glas, deuren welke zich in de buitengevel bevinden of de
scheiding vormen tussen het gemeenschappelijk en het privé
gedeelte, balkonconstructies, borstweringen, galerijen,
terrassen, de daken, schoorstenen en ventilatiekanalen, het hek-
en traliewerk, alsmede alle voor gemeenschappelijk gebruik
bestemde ruimten;
b. technische installaties met de daarbij behorende leidingen,
met name voor centrale verwarming (met inbegrip van de radiatoren
en radiatorkranen in de privé gedeelten), voor
luchtbehandeling, vuilafvoer, afvoer van hemelwater met de
riolering, voor gas en water en verder de hydrofoor, de
electriciteits- en telefoonleidingen, de gemeenschappelijke
antenne, de bliksembeveiliging, de liften, de alarminstallatie en
de systemen voor oproep en deuropeners;
c. de stoffering, het meubilair en de overige inventaris,
aanwezig in de gemeenschappelijke gedeelten, daaronder begrepen
de keukeninventaris.
2. Indien een eigenaar of gebruiker verandering aanbrengt in
installaties die zich in de privé gedeelten bevinden,
draagt hij van deze verandering de kosten en het risico.
3. Een besluit tot wijziging of vervanging van gemeenschappelijke
radio- en/of televisie-installaties kan slechts worden genomen
met inachtneming van het bepaalde in artikel 43 vijfde lid.
Artikel 11
Indien er twijfel bestaat of een zaak tot de gemeenschappelijke
gedeelten of de gemeenschappelijke zaken behoort, wordt hierover
beslist door de vergadering.
Artikel 12
1. Iedere eigenaar en gebruiker heeft het gebruik van de
gemeenschappelijke gedeelten en/of de gemeenschappelijke zaken
volgens de bestemming daarvan, alsmede het genot van de
gemeenschappelijke huishouding.
Hij moet daarbij inachtnemen het reglement en het huishoudelijk
reglement en de regels als bedoeld in artikel 876 c van het
Burgerlijk Wetboek en hij mag geen inbreuk maken op het recht van
medegebruik en medegenot van de andere eigenaars en
gebruikers.
2. Een eigenaar is gehouden bij de verkrijging van zijn
appartementsrecht een overeenkomst met de vereniging aan te gaan,
krachtens welke hij gebruik kan maken van de door de vereniging
in het kader van de gemeenschappelijke huishouding te verlenen
diensten.
Een model van de overeenkomst wordt opgenomen in het
huishoudelijk reglement.
3. Ingeval een eigenaar zijn privé gedeelte, met
inachtneming van het in het eerste lid van artikel 26 bepaalde,
aan een ander in gebruik wil geven, dient de gebruiker met de
vereniging een overeenkomst als bedoeld in het tweede lid aan te
gaan, krachtens welke hij gebruik kan maken van de door de
vereniging in het kader van de gemeenschappelijke huishouding te
verlenen diensten gedurende de tijd van het gebruik door hem van
het privé gedeelte, tegen een vergoeding op gelijke wijze
te berekenen als ten aanzien van een eigenaar en door hem aan de
vereniging te voldoen.
Gedurende de tijd dat de in de vorige zin van dit artikel
bedoelde overeenkomst van de gebruiker voortduurt, is de
uitvoering van de overeenkomst met de eigenaar opgeschort.
4. De vergadering beslist over het onderhoud van de bij het
gebouw behorende grond, die behoort tot de gemeenschappelijke
gedeelten. Het is niet geoorloofd zonder toestemming van de
vergadering opgaand hout op de grond te hebben, zodanig dat
daardoor het uitzicht en het ontvangen van licht en lucht door de
ramen en openingen van het gebouw zouden worden belemmerd.
Artikel 13
1. Iedere eigenaar en gebruiker is verplicht zich te onthouden
van luidruchtigheid, het onnodig verblijf in de
gemeenschappelijke gedeelten, voor zover deze niet voor verblijf
voor korte of lange tijd bestemd zijn, en het daarin plaatsen van
fietsen, bromfietsen of andere voorwerpen op plaatsen, die
hiervoor niet zijn bestemd.
2. De wanden en/of plafonds van de gemeenschappelijke gedeelten
mogen niet worden gebruikt voor het ophangen van schilderijen of
andere voorwerpen, en het aanbrengen van decoraties en
dergelijke.
3. De vergadering kan tot de in het eerste en tweede lid genoemde
handelingen toestemming verlenen, en een reeds verleende
toestemming intrekken.
Artikel 14
1. Iedere op-, aan- of onderbouw zonder toestemming van de
vergadering is verboden.
2. Het aanbrengen aan de buitenzijde van naamborden,
reclame-aanduidingen, uithangborden, zonneschermen, vlaggen,
spandoeken, bloembakken, schijnwerpers en in het algemeen van
uitstekende voorwerpen mag slechts geschieden met toestemming van
de vergadering of volgens regels te bepalen in het huishoudelijk
reglement.
3. De vergadering kan bij het verlenen van de toestemming
bepalen, dat deze weer kan worden ingetrokken.
4. Iedere eigenaar en gebruiker is te allen tijde bevoegd en
verplicht tot het nemen van maatregelen, die strekken tot het
afwenden van een voor de gemeenschappelijke gedeelten of de
gemeenschappelijke zaken onmiddellijk dreigend gevaar. Hij is
alsdan verplicht het bestuur onmiddellijk te waarschuwen.
Artikel 15
De eigenaars en gebruikers mogen zonder toestemming van de
vergadering geen verandering in het gebouw aanbrengen, waardoor
het architectonisch uiterlijk of de constructie ervan gewijzigd
zou worden. De toestemming kan niet worden verleend indien de
hechtheid van het gebouw door de verandering in gevaar wordt
gebracht.
Artikel 16
De vereniging voert het beheer en draagt de zorg voor het
onderhoud van de gemeenschappelijke gedeelten en de
gemeenschappelijke zaken, en verzorgt de gemeenschappelijke
huishouding.
G. Gebruik, beheer en onderhoud van de privé
gedeelten
Artikel 17
1. Iedere eigenaar en gebruiker heeft het recht op uitsluitend
gebruik van zijn privé gedeelte, mits hij aan de andere
eigenaars en gebruikers geen onredelijke hinder toebrengt.
2. Bij huishoudelijk reglement kan het gebruik van de
privé gedeelten nader geregeld worden.
3. De vergadering kan regels opstellen die tot onderwerp hebben
het maximum aantal personen dat ten aanzien van een privé
gedeelte de ingevolge dit reglement aan een eigenaar of gebruiker
toekomende gebruiksrechten kan uitoefenen.
4. Iedere eigenaar en gebruiker is verplicht bij het gebruik van
het privé gedeelte het reglement en het huishoudelijk
reglement in acht te nemen.
5. Iedere eigenaar en gebruiker is verplicht het privé
gedeelte te gebruiken overeenkomstig de daaraan nader in de akte
gegeven bestemming.
Een gebruik dat afwijkt van deze bestemming is slechts geoorloofd
met toestemming van de vergadering. De vergadering kan bij het
verlenen van de toestemming bepalen dat deze weer kan worden
ingetrokken.
6. In geval van een gebruik zoals in het vijfde lid tweede zin
bedoeld, is artikel 875 l tweede lid van het Burgerlijk Wetboek
van toepassing.
Artikel 18
1. Iedere eigenaar en gebruiker is verplicht zijn privé
gedeelte behoorlijk te onderhouden. Tot dat onderhoud behoort met
name het schilder-, behang- en tegelwerk, het onderhoud van de
plafonds, de afwerklagen van vloeren en balkons, van het stucwerk
en van deuren en ramen (waaronder begrepen de reparatie en
vervanging van hang- en sluitwerk), ook van de deuren als bedoeld
in artikel 10 eerste lid letter a, het schoonhouden en ontstoppen
van alle sanitair en leidingen, de reparatie en vervanging van de
privé brievenbus en het schilderwerk van radiatoren.
2. Iedere eigenaar en gebruiker is verplicht de nodige
zorgvuldigheid in acht te nemen met betrekking tot de
gemeenschappelijke gedeelten en/of de gemeenschappelijke zaken,
ook wanneer laatstgenoemde zaken zich in zijn privé
gedeelte bevinden.
3. Indien voor het verrichten van een handeling met betrekking
tot de gemeenschappelijke gedeelten of zaken de toegang tot of
het tijdelijk gebruik van een privé gedeelte naar het
oordeel van het bestuur noodzakelijk is, is iedere desbetreffende
eigenaar en gebruiker verplicht hiertoe zijn toestemming te
verlenen. Eventuele schade die hieruit voortvloeit, wordt door de
vereniging vergoed.
4. Indien voor het verrichten van een handeling met betrekking
tot een privé gedeelte de toegang of het gebruik van een
ander privé gedeelte noodzakelijk is kan de toestemming
van iedere desbetreffende eigenaar en gebruiker met toepassing
van artikel 875 o van het Burgerlijk Wetboek vervangen worden
door een machtiging van de kantonrechter.
5. In het geval dat in een privé gedeelte belangrijke
schade is ontstaan of dreigt te ontstaan of gevaar dreigt voor
ernstige hinder van de andere eigenaars en gebruikers, is iedere
eigenaar en gebruiker verplicht het bestuur onmiddellijk te
waarschuwen en de nodige maatregelen te nemen.
6. Glasschade in of aan een privé gedeelte komt voor
rekening van iedere betrokken eigenaar en gebruiker indien en
voor zover er geen verzekering bestaat in de zin van artikel
8.
Indien en voor zover wel een zodanige verzekering bestaat, draagt
het bestuur zorg voor de reparatie.
Artikel 19
1. Iedere eigenaar en gebruiker die recht heeft op het gebruik
van een privé gedeelte is verplicht de installaties voor
afzuiging, liften, centrale verwarming, radio, televisie en
dergelijke, welke met toestemming of krachtens besluit van de
vergadering zijn aangebracht, te gedogen.
2. Iedere eigenaar en gebruiker die recht heeft op het gebruik
van een privé gedeelte moet de hoofdaansluitingen van gas,
water, electriciteit, radio, televisie, telefoon- en centrale
verwarmingsinstallaties met bijbehorende meters en installaties
gedogen.
Artikel 20
Iedere eigenaar en gebruiker is tegenover de andere eigenaars en
gebruikers aansprakelijk voor de schade toegebracht aan de
gemeenschappelijke gedeelten en/of gemeenschappelijke zaken en
voor onredelijke hinder voor zover deze schade of hinder
veroorzaakt is door de schuld van hemzelf of van zijn huisgenoten
of zijn personeel en hij is verplicht voor zover dit redelijk is
maatregelen te nemen of te dulden die de strekking hebben
bedoelde schade of hinder te voorkomen.
Artikel 21
Het voorkomen van geluidshinder wordt geregeld bij huishoudelijk
reglement.
Artikel 22
1. Alle privé gedeelten met uitzondering van de zich
daarin bevindende gemeenschappelijke gedeelten en/of
gemeenschappelijke zaken, zijn voor rekening en risico van de
betrokken eigenaars.
2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor schade die
veroorzaakt is door een evenement dat buiten de betrokken
privé gedeelten heeft plaatsgehad. In dat geval komt de
schade voor de eigenaars gezamenlijk, onverminderd hun verhaal op
degene die voor de schade aansprakelijk is.
3. Alle zich in het privé gedeelte bevindende
gemeenschappelijke gedeelten en/of gemeenschappelijke zaken zijn
voor rekening en risico van de eigenaars gezamenlijk,
onverminderd hun verhaal op degene die voor de schade
aansprakelijk is.
Artikel 23
1. Iedere eigenaar en gebruiker die recht heeft op het gebruik
van een privé gedeelte, voor zover bestemd tot tuin, is
verplicht deze voor zijn rekening als tuin aan te leggen en te
onderhouden met inachtneming van de besluiten van de vergadering
en van het bepaalde in het huishoudelijk reglement.
2. De vierde titel van het Derde Boek van het Burgerlijk Wetboek
is op de eigenaars en gebruikers van toepassing.
3. Het is niet geoorloofd zonder toestemming van de vergadering
opgaand hout in de tuin te hebben, waardoor het uitzicht van de
andere eigenaars of gebruikers en het ontvangen van licht en
lucht door de ramen en openingen van het gebouw zouden worden
belemmerd. Evenmin is het geoorloofd zonder deze toestemming
auto's, caravans, boten, trailers, tenten en dergelijke zaken in
de tuin te plaatsen.
4. Het is evenmin zonder toestemming van de vergadering
geoorloofd tegen de muren planten of heesters te laten opgroeien
tot voorbij vijftig centimeter beneden het laagste raamkozijn van
de eerste etage van het gebouw.
5. De vergadering kan bij het verlenen van de toestemming
bepalen, dat deze weer kan worden ingetrokken.
Artikel 24
Iedere eigenaar en gebruiker is verplicht alle handelingen na te
laten, waardoor schade kan worden toegebracht aan de belangen van
hypotheekhouders en andere zakelijke gerechtigden en hij is
verplicht alles te doen wat dienstig kan zijn ter voorkoming van
die schade.
H. Vervreemding van een appartementsrecht
Artikel 25
1. Een appartementsrecht kan worden vervreemd.
Onder vervreemding in dit artikel valt ook toedeling, alsmede
vestiging van de zakelijke rechten van vruchtgebruik en van
gebruik en/of bewoning.
2. Voor de terzake van het verkregen appartementsrecht
verschuldigde voorschotbijdragen en definitieve bijdragen die in
het lopende of in het voorafgaande boekjaar opeisbaar zijn
geworden of nog zullen worden, zijn de verkrijger en de
vervreemder hoofdelijk aansprakelijk.
3. Alleen de vervreemder is aansprakelijk voor de extra
voorschotbijdragen als bedoeld in artikel 43 zesde lid, en de
definitieve bijdragen die verschuldigd zijn als gevolg van
besluiten van de vergadering als bedoeld in artikel 43 vijfde
lid, die tot stand gekomen zijn in het tijdvak, gedurende hetwelk
hij eigenaar was.
Hetzelfde geldt voor bijzondere bijdragen verschuldigd terzake
van andere rechtsfeiten, die in voormeld tijdvak hebben
plaatsgehad.
4. In afwijking van het vorige lid is uitsluitend de verkrijger
aansprakelijk voor assurantiepremiën en het verschuldigde
loon aan het bestuur, voor zover deze premie of dit loon
opeisbaar is geworden na de vervreemding.
5. Het bestuur draagt zorg dat alle daarvoor in aanmerking
komende overeenkomsten op naam van de verkrijger gesteld
worden.
6. Het bestuur is bevoegd voor de nakoming van de in het tweede,
derde en vierde lid bedoelde verplichtingen voldoende zekerheid
te verlangen.
7. Bij vervreemding van een appartementsrecht is de verkrijger,
die het privé gedeelte zelf in gebruik wil nemen,
verplicht een verklaring te tekenen dat hij de bepalingen van het
huishoudelijk reglement zal naleven.
I. Het in gebruik geven door een eigenaar van zijn
privé gedeelte aan een gebruiker
Artikel 26
1. Een eigenaar kan, met inachtneming van het in artikel 31
bepaalde, zijn privé gedeelte met inbegrip van het
medegebruik van de gemeenschappelijke gedeelten en/of de
gemeenschappelijke zaken aan een ander in gebruik geven, mits hij
er voor zorg draagt dat die ander het gebruik slechts verkrijgt
na het aangaan van een overeenkomst als bedoeld in artikel 12
derde lid en na ondertekening en afgifte aan het bestuur van een
in duplo opgemaakte en gedagtekende verklaring dat hij de
bepalingen van het reglement en het huishoudelijk reglement,
alsmede besluiten als bedoeld in artikel 876 c van het Burgerlijk
Wetboek, voor zover die op een gebruiker betrekking hebben, zal
naleven.
2. Van de in het eerste lid bedoelde verklaring behoudt zowel de
gebruiker als het bestuur een exemplaar.
3. De in het eerste lid bedoelde verklaring zal geacht worden ook
betrekking te hebben op besluiten of bepalingen die eerst na die
verklaring worden genomen respectievelijk vastgesteld, tenzij een
beroep op die besluiten of bepalingen jegens de gebruiker in
strijd zou zijn met de goede trouw.
4. Het bestuur zal de gebruiker van iedere aanvulling of
verandering van het reglement of huishoudelijk reglement, alsmede
van een besluit als bedoeld in artikel 876 c van het Burgerlijk
Wetboek, op de hoogte stellen.
5. Niettegenstaande de ingebruikgeving van een
privé-gedeelte aan een ander, blijft de eigenaar
aansprakelijk voor de verplichtingen die uit het reglement
voortvloeien. De eigenaar en de gebruiker kunnen gezamenlijk
schriftelijk aan het bestuur mededelen dat de door de eigenaar
verschuldigde definitieve en voorschotbijdragen door de gebruiker
zullen worden voldaan.
Artikel 27
1. Het bestuur kan te allen tijde verlangen dat de gebruiker zich
jegens de vereniging als borg verbindt voor de eigenaar, en wel
voor de richtige voldoening van hetgeen laatstgenoemde ingevolge
het reglement aan de vereniging schuldig is of zal worden.
2. Voormelde borgtocht zal zich slechts uitstrekken tot
verplichtingen van de betrokken eigenaar die opeisbaar worden na
het tijdstip, waarop per aangetekende brief door het bestuur aan
de gebruiker is medegedeeld, dat de vereniging van de in het
vorige lid bedoelde bevoegdheid gebruik wenst te maken.
Bovendien zal de gebruiker uit hoofde van de hier bedoelde
borgtocht per maand nimmer meer verschuldigd zijn dan een bedrag,
overeenkomende met de geschatte maandelijkse huurwaarde van het
desbetreffende privé gedeelte.
Verlangd zal kunnen worden dat de borg afstand doet van het
voorrecht van uitwinning en van alle andere voorrechten en
excepties door de wet aan borgen toegekend of nog toe te
kennen.
Artikel 28
1. Onverminderd het bepaalde in artikel 33 zevende lid kan een
gebruiker door het bestuur uit het door hem betrokken
privé gedeelte verwijderd worden en kan hem het
medegebruik van de gemeenschappelijke gedeelten en/of de
gemeenschappelijke zaken worden ontzegd:
a. indien hij de in artikel 26 bedoelde overeenkomst niet heeft
aangegaan of de aldaar bedoelde verklaring niet heeft ondertekend
en afgegeven;
b. indien hij het privé gedeelte betrokken heeft zonder de
krachtens artikel 31 eerste lid vereiste toestemming van het
bestuur.
2. Indien iemand zonder enige titel een privé gedeelte
betrokken heeft, neemt het bestuur alle noodzakelijke maatregelen
die kunnen leiden tot ontruiming van het privé
gedeelte.
Het bestuur gaat niet tot ontruiming over dan nadat het de
betrokkene tot ontruiming heeft aangemaand.
3. In het onder het tweede lid bedoelde geval kan aan de
betrokkene in ieder geval het gebruik van de gemeenschappelijke
gedeelten en zaken ontzegd worden.
J. Toestemming tot ingebruikneming
Artikel 29
1. Een eigenaar behoeft de toestemming van het bestuur alvorens
zijn privé-gedeelte zelf en met de met name genoemde
huisgenoten in gebruik te nemen of een tot dusverre niet tot zijn
huisgenoten behorend persoon bij zich te doen inwonen.
2. Het verzoek om toestemming wordt door de eigenaar (waaronder
begrepen de koper of andere gerechtigde tot levering van het
appartementsrecht) schriftelijk aan het bestuur gedaan onder het
verschaffen van de namen van zijn huisgenoten voor wie de
toestemming tot de bewoning mede wordt gevraagd en onder
vermelding van alle verlangde gegevens die dienstig kunnen zijn
voor de beslissing op het verzoek.
3. Het bestuur is verplicht om binnen veertien dagen na ontvangst
van het verzoek de verzoeker in de gelegenheid te stellen dit
mondeling toe te lichten, waarbij hij zich kan doen
vertegenwoordigen of doen bijstaan door een raadsman. Het bestuur
moet daarna binnen acht dagen op het verzoek beslissen. Het
brengt de gemotiveerde beslissing onverwijld schriftelijk ter
kennis van de verzoeker.
4. Weigering van de verzoeker of van de huisgenoten die hij heeft
opgegeven, mag slechts plaatsvinden indien naar billijkheid van
de overige bewoners niet mag worden verlangd dat zij de
betrokkenen in hun midden opnemen.
5. Bij de toepassing van de in het vierde lid aangegeven norm zal
het bestuur in het bijzonder acht slaan op de gezondheidstoestand
en de solvabiliteit van de betrokkenen. Het bestuur kan in
verband daarmede verlangen dat de verzoeker zorgdraagt voor
verklaringen dienaangaande van een door het bestuur aan te wijzen
arts (niet zijnde de huisarts van de betrokkenen) en accountant.
De kosten van deze verklaringen komen voor rekening van de
verzoeker.
6. De verzoeker kan binnen veertien dagen na het verzenden van de
beslissing daartegen in beroep komen bij de vergadering.
7. De vergadering stelt de verzoeker in de gelegenheid het beroep
mondeling toe te lichten, waarbij hij zich kan doen bijstaan of
vertegenwoordigen door een raadsman.
8. De vergadering geeft binnen veertien dagen daarna haar
gemotiveerde beslissing en brengt deze onverwijld schriftelijk
ter kennis van de betrokkenen.
Artikel 30
1. Ingeval van openbare verkoping van een appartementsrecht zal
iedere gegadigde zich kunnen wenden tot het bestuur met het
verzoek de verklaring af te geven dat geen bezwaar zal worden
gemaakt tegen gebruik door de gegadigde met zijn huisgenoten (of
een ander die de gegadigde als gebruiker wil toelaten met diens
huisgenoten) van het privé gedeelte waarop het te verkopen
appartementsrecht betrekking heeft, indien dit bij de openbare
verkoop aan hem mocht worden toegewezen.
Teneinde deze verklaring te verkrijgen zal de gegadigde, onder
betaling van een in het reglement of het huishoudelijk reglement
te bepalen bedrag ter bestrijding van de te maken onkosten, aan
het bestuur de gegevens verstrekken bedoeld in artikel 29 tweede
lid.
2. Indien het bestuur de toestemming weigert kan de gegadigde in
beroep komen bij de vergadering.
Deze wordt in dat geval terstond bijeen geroepen en kan beslissen
ongeacht het aanwezige quorum, terwijl de termijn van oproeping
ten hoogste drie dagen bedraagt.
3. Het bepaalde in het eerste en het tweede lid is mede van
toepassing bij verkoop door de eerste hypothecaire schuldeiser
ingevolge een beding als bedoeld in artikel 1223 tweede lid van
het Burgerlijk Wetboek, tenzij de bedoelde schuldeiser tenminste
dertig dagen vóór de veiling aan het bestuur bij
aangetekende brief heeft medegedeeld dat hij in de
veilingvoorwaarden de bepaling wenst op te nemen, dat de koper
een verklaring zal kunnen afleggen krachtens welke hij en zijn
huisgenoten alsmede zijn rechtsopvolgers met hun huisgenoten
bevoegd zullen zijn de privé gedeelten - in afwijking van
artikel 29 eerste lid en artikel 31 eerste lid - zelf in gebruik
te nemen of aan derden in gebruik te geven zonder dat hiervoor
enige toestemming vereist is.
De hier bedoelde verklaring dient te worden opgenomen in een
daartoe bestemde notariële akte, waarvan een afschrift zal
worden overgeschreven in de openbare registers gelijktijdig met
het afschrift of uittreksel van het proces-verbaal van gunning.
Het bestuur is verplicht de verklaring ter kennis te brengen van
de andere eigenaars.
4. Indien de koper een verklaring bedoeld in het derde lid heeft
afgelegd, zal binnen één maand na de overschrijving
in de openbare registers door het bestuur een vergadering bijeen
geroepen worden, waarin beraadslaagd zal worden over de
wijzigingen van het in artikel 29 eerste lid, artikel 31 eerste
lid, en het in dit artikel bepaalde in dier voege dat ook de
andere eigenaars en hun rechtsopvolgers met hun huisgenoten
bevoegd zullen zijn het privé gedeelte waarop hun
appartementsrecht betrekking heeft in gebruik te nemen of aan
anderen in gebruik te geven, zonder dat hiervoor enige
toestemming nodig is.
Artikel 31
1. Indien een eigenaar zijn privé gedeelte aan een ander
in gebruik wil geven, zal die ander het gebruik slechts kunnen
verkrijgen voor zich en eventuele huisgenoten, na voorafgaande
schriftelijke toestemming van het bestuur.
2. Het bepaalde in artikel 29 is van overeenkomstige toepassing,
met dien verstande dat het verzoek om toestemming door de
eigenaar en de verzoeker gezamenlijk moet worden gedaan onder
overlegging van de overeenkomst of andere titel waaraan de
verzoeker zijn recht ontleent of zal ontlenen.
3. De toestemming van het bestuur is ook vereist indien de
gebruiker een tot dan toe niet tot zijn huisgenoten behorend
persoon bij zich wenst te doen inwonen.
Artikel 32
1. De eigenaar of gebruiker dient er voor in te staan dat de
huisgenoten, die van het bestuur of de vergadering toestemming
hebben verkregen tot het gebruik van het privé gedeelte,
zich gedragen naar de bepalingen van het reglement en het
huishoudelijk reglement, alsmede dat zij een besluit als bedoeld
in artikel 876 c van het Burgerlijk Wetboek zullen naleven.
2. De toestemming om als huisgenoot het privé gedeelte te
gebruiken, heeft ten gevolge dat de huisgenoot geen toestemming
behoeft als bedoeld in de voorafgaande artikelen, indien hij zelf
eigenaar of gebruiker wordt, mits voldaan is aan de overige
vereisten van toelating.
K. Ontzegging van het gebruik van privé
gedeelten
Artikel 33
1. Aan de eigenaar die zelf het recht van gebruik uitoefent en
die:
a. de bepalingen van het reglement of het huishoudelijk reglement
of de bepalingen als bedoeld in artikel 876 c van het Burgerlijk
Wetboek niet nakomt of overtreedt;
b. zich schuldig maakt aan onbehoorlijk gedrag jegens de andere
eigenaars en/of gebruikers;
c. door zijn aanwezigheid in het gebouw aanleiding geeft tot
ernstige verstoring van de rust in het gebouw;
d. zijn financiële verplichtingen jegens de vereniging niet
nakomt, kan door de vergadering een waarschuwing worden gegeven
dat indien hij ondanks deze waarschuwing binnen een jaar nadat
hij deze heeft ontvangen andermaal een of meer der genoemde
gedragingen verricht of voortzet, de vergadering kan overgaan tot
de in het volgende lid bedoelde maatregel.
Het vorenstaande is eveneens van toepassing indien een of meer
van de huisgenoten van de eigenaar een of meer der genoemde
gedragingen verricht(en) of voortzet(ten).
2. Worden een of meer der in het vorige lid bedoelde gedragingen
binnen genoemde termijn andermaal gepleegd of worden deze
voortgezet, dan kan de vergadering besluiten tot ontzegging van
het gebruik van het privé-gedeelte dat aan de eigenaar
toekomt alsmede van de gemeenschappelijke gedeelten en van het
genot van de gemeenschappelijke huishouding.
Hetzelfde geldt indien een eigenaar bij zijn verzoek om toelating
onjuiste gegevens heeft verschaft.
3. De vergadering besluit niet tot het geven van een waarschuwing
en besluit niet tot ontzegging van het gebruik respectievelijk
genot dan na verhoor of behoorlijke oproeping van de eigenaar. De
oproeping geschiedt tenminste veertien dagen vóór
de dag van de vergadering, en wel bij aangetekende brief met
vermelding van de gerezen bezwaren. De eigenaar kan zich ter
vergadering doen vertegenwoordigen of doen bijstaan door een
raadsman.
4. De in dit artikel bedoelde besluiten moeten worden genomen met
een meerderheid van tenminste twee/derde van de uitgebrachte
stemmen, in een vergadering waarin een aantal eigenaars
tegenwoordig of vertegenwoordigd is, dat tenminste twee/derde van
het totaal aantal stemmen kan uitbrengen.
Artikel 43 vijfde lid is van overeenkomstige toepassing.
5. De in dit artikel bedoelde besluiten worden door het bestuur
bij aangetekende brief ter kennis van de belanghebbende en van de
op zijn appartementsrecht ingeschreven hypotheekhouders gebracht.
De besluiten zullen de gronden vermelden die tot de maatregel
hebben geleid.
6. Een besluit tot ontzegging van het hierboven bedoelde gebruik
en genot zal niet eerder ten uitvoer mogen worden gelegd dan na
verloop van een termijn van een maand na verzending van de
kennisgeving als bedoeld in het vijfde lid. Beroep op de rechter
ingevolge artikel 876 d van het Burgerlijk Wetboek schorst de
tenuitvoerlegging van het genomen besluit, tenzij de rechter
anders bepaalt.
7. Indien een eigenaar zijn privé-gedeelte in gebruik
heeft gegeven, is het in de vorige leden bepaalde op de gebruiker
van toepassing, wanneer deze of diens huisgenoten een gedraging
verrichten als vermeld in het eerste of tweede lid, of indien hij
niet voldoet aan de financiële verplichtingen voortvloeiende
uit de door hem gestelde borgtocht.
L. Overtredingen
Artikel 34
1. Bij overtreding van één der bepalingen van de
wet, van het reglement of van het huishoudelijk reglement, hetzij
door een eigenaar, hetzij door een gebruiker, zal het bestuur de
betrokkene een schriftelijke waarschuwing doen toekomen per
aangetekende brief en hem wijzen op de overtreding.
2. Indien de betrokkene binnen een maand geen gevolg geeft aan de
waarschuwing kan het bestuur hem een boete opleggen van ten
hoogste een bedrag dat nader in de akte zal worden bepaald voor
elke overtreding, onverminderd de gehoudenheid van de overtreder
tot schadevergoeding, zo daartoe termen aanwezig zijn, en
onverminderd de andere maatregelen, welke de vergadering kan
nemen krachtens de wet of het reglement.
3. De te verbeuren boeten komen ten bate van de vereniging.
4. Indien het bedrag van de boete niet vrijwillig wordt voldaan
is artikel 6 eerste lid van toepassing.
M. Oprichting en vaststelling van de statuten van de
vereniging van eigenaars
I Algemene bepalingen
Artikel 35
1. Bij de akte wordt opgericht een vereniging van eigenaars als
bedoeld in artikel 875 f eerste lid onder e van het Burgerlijk
Wetboek.
2. De naam van de vereniging en de plaats waar zij gevestigd is
worden in de akte bepaald.
3. De vereniging heeft ten doel het behartigen van de
gemeenschappelijke belangen van de eigenaars en meer in het
bijzonder:
a. het beheer van de gemeenschappelijke gedeelten en zaken;
b. het verzorgen van een gemeenschappelijke huishouding ten
behoeve van de eigenaars en gebruikers;
c. het aangaan van overeenkomsten met de eigenaars en met de
gebruikers, als bedoeld in artikel 12 tweede en derde lid.
4. Onder het verzorgen van een gemeenschappelijke huishouding als
vorenbedoeld zal het vervullen van de volgende diensten en
voorzieningen zijn begrepen:
(Zie noot aan het slot)
a. het verstrekken van één warme maaltijd per
persoon per dag;
b. het verstrekken van huishoudelijke hulp gedurende een aantal
uren per week, waaronder begrepen het schoonmaken van de
gemeenschappelijke gedeelten en zaken en, voor zover daarin in
het huishoudelijk reglement wordt voorzien, van de privé
gedeelten;
c. het tegen vergoeding beschikbaar stellen van de eventueel in
het gebouw aanwezige logeerkamers;
d. het verwarmen van het gebouw, met inbegrip van de
privé-gedeelten, door middel van een centrale
verwarmingsinstallatie, alsmede het leveren van warm water.
5. Het huishoudelijk reglement geeft nadere regels voor de
gemeenschappelijke huishouding.
Artikel 36
De middelen van de vereniging worden gevormd door de bijdragen
door de eigenaars en gebruikers verschuldigd overeenkomstig de
bepalingen van het reglement, alsmede door andere baten.
Artikel 37
1. Er kan krachtens besluit van de vergadering een reservefonds
worden gevormd, ter bestrijding van andere kosten dan bedoeld in
artikel 4 eerste lid tweede zin. Aan dat fonds zal geen andere
bestemming worden gegeven tenzij krachtens besluit van de
vergadering met overeenkomstige toepassing van het bepaalde in
artikel 43 vijfde lid dan wel na opheffing van de splitsing.
De bijdragen tot het reservefonds worden gerekend tot de
gezamenlijke schulden en kosten als bedoeld in artikel 5 eerste
lid.
2. De gelden van het reservefonds worden krachtens besluit van de
vergadering gedeponeerd op een afzonderlijke bankrekening ten
name van de vereniging.
3. Over de in het vorige lid bedoelde gelden kan slechts door de
voorzitter van de vergadering en één van de
eigenaars, die daartoe door de vergadering zal worden aangewezen,
en na bekomen machtiging van de vergadering worden beschikt.
4. De vergadering zal kunnen besluiten tot belegging van de
geldmiddelen van het reservefonds, welke belegging echter niet
anders zal mogen geschieden dan op de wijze als aangegeven in de
Beleggingswet.
5. De waardepapieren zullen moeten worden bewaard op de wijze als
door de vergadering bepaald.
II Vergadering van eigenaars
Artikel 38
1. De vergaderingen van eigenaars worden gehouden op een door de
vergadering vast te stellen plaats.
2. Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar wordt
een vergadering gehouden, waarin, in overeenstemming met artikel
4 eerste lid, door het bestuur de exploitatierekening over het
afgelopen boekjaar wordt voorgelegd die door de vergadering moet
worden vastgesteld voor de bepaling van de definitieve bijdrage
door iedere eigenaar. In deze of een eerdere vergadering wordt
tevens de begroting vastgesteld voor het aangevangen of het
komende boekjaar.
3. Vergaderingen worden voorts gehouden zo dikwijls het bestuur
of de voorzitter van de vergadering zulks nodig acht, alsmede
indien een aantal eigenaars dat tenminste een nader in de akte te
bepalen aantal stemmen kan uitbrengen zulks verzoekt aan het
bestuur.
4. De vergaderingen van eigenaars worden bijeengeroepen door het
bestuur. Indien een door eigenaars verlangde vergadering niet
door het bestuur wordt bijeengeroepen op een zodanige termijn,
dat de verlangde vergadering binnen één maand na
binnenkomen van het verzoek wordt gehouden, zijn de verzoekers
bevoegd zelf een vergadering bijeen te roepen met inachtneming
van dit reglement.
5. Door de vergadering wordt al dan niet uit de eigenaars of hun
huisgenoten een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter
benoemd. Voor de eerste maal kan de benoeming van de voorzitter
bij de akte geschieden.
De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter worden voor
onbepaalde tijd benoemd indien zij eigenaar of huisgenoot waren
ten tijde van hun benoeming. Zij kunnen te allen tijde door de
vergadering worden ontslagen.
6. De voorzitter, casu quo de plaatsvervangend voorzitter, is
belast met de leiding van de vergadering; bij hun afwezigheid
voorziet de vergadering zelf in haar leiding.
De oproeping ter vergadering vindt plaats met een termijn van
tenminste acht dagen - de dag van oproeping en van vergadering
daaronder niet medegerekend - en wordt verzonden naar de
werkelijke of, in overeenstemming met artikel 15 van het Eerste
Boek van het Burgerlijk Wetboek, de gekozen woonplaats van de
eigenaars; zij bevat de opgave van de punten der agenda alsmede
de plaats van de vergadering.
7. De plaatsvervangend voorzitter treedt op ingeval van
ontstentenis of belet van de voorzitter.
8. De aanwezigheid ter vergadering blijkt uit de
vóór de aanvang van de vergadering ondertekende
presentielijst.
Artikel 39
1. Stemgerechtigd zijn de eigenaars, onverminderd het bepaalde in
artikel 875 q derde lid van het Burgerlijk Wetboek.
2. Het totaal aantal stemmen en het aantal stemmen, dat ieder der
eigenaars kan uitbrengen, worden in de akte bepaald.
Artikel 40
1. Indien een appartementsrecht aan meer eigenaars toekomt zullen
dezen hun stemrecht in de vergadering slechts kunnen uitoefenen
door middel van één hunner of van een derde,
daartoe schriftelijk aangewezen.
2. Indien zij over hun vertegenwoordiging ter vergadering niet
tot overeenstemming kunnen komen, is de meest gerede hunner
bevoegd de kantonrechter te verzoeken een derde aan te wijzen als
vertegenwoordiger.
Artikel 41
1. Ieder der eigenaars is bevoegd, hetzij in persoon, hetzij bij
een schriftelijk gevolmachtigde al dan niet lid van de
vereniging, de vergadering bij te wonen, daarin het woord te
voeren en het stemrecht uit te oefenen.
2. Ook de huisgenoten van de eigenaars alsmede de gebruikers en
hun huisgenoten mogen ter vergadering aanwezig zijn.
3. Andere personen worden toegelaten met toestemming van de
voorzitter.
Artikel 42
1. Alle besluiten, waarvoor in dit reglement of krachtens de wet
geen afwijkende regeling is voorgeschreven, worden genomen met
volstrekte meerderheid der uitgebrachte stemmen.
2. Bij staking van stemmen over zaken wordt het voorstel geacht
te zijn verworpen. Indien bij stemming over personen geen hunner
de volstrekte meerderheid der uitgebrachte stemmen verkrijgt,
wordt herstemd tussen de twee personen, die de meeste stemmen op
zich verenigd hebben.
Indien meer dan twee personen de meeste stemmen verkregen hebben,
wordt door loting uitgemaakt, welke twee van hen voor herstemming
in aanmerking komen.
Indien het grootste aantal stemmen slechts door één
persoon is verkregen, zal worden herstemd tussen die persoon en
een persoon, die een aantal stemmen verkregen heeft, hetwelk het
dichtst bij het grootste aantal stemmen ligt, en indien meer
personen in dit laatste geval verkeren, zal door het lot worden
beslist, wie van hen voor herstemming in aanmerking komt. Bij
deze tweede stemming is alsdan gekozen hij, die de meeste stemmen
op zich verenigd heeft, terwijl ingeval bij deze tweede stemming
de stemmen staken het lot beslist.
3. Blanco stemmen zijn slechts van betekenis ter bepaling van het
quorum.
4. Met een besluit van de vergadering staat gelijk een voorstel,
waarmede alle eigenaars schriftelijk hun instemming hebben
betuigd.
5. In een vergadering, waarin minder dan de helft van het in
artikel 39 tweede lid bedoelde aantal stemmen kan worden
uitgebracht, kan geen geldig besluit worden genomen.
In dat geval zal een nieuwe vergadering worden uitgeschreven, te
houden niet vroeger dan twee en niet later dan zes weken na de
eerste. In de oproeping tot deze vergadering zal mededeling
worden gedaan, dat de komende vergadering een tweede vergadering
is als bedoeld in dit artikel. In deze vergadering zal over de
aanhangige onderwerpen een besluit kunnen worden genomen ongeacht
het aantal stemmen, dat ter vergadering kan worden
uitgebracht.
Artikel 43
1. De vergadering beslist over het beheer van de
gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken
alsmede over de gemeenschappelijke huishouding, voor zover de
beslissing hierover niet aan het bestuur toekomt.
2. De beslissing over het onderhoud van de gemeenschappelijke
gedeelten en de gemeenschappelijke zaken berust bij het bestuur
behoudens het bepaalde in artikel 12 vierde lid. Het bestuur kan
echter geen onderhoudswerkzaamheden opdragen die een bedrag dat
door de vergadering zal worden vastgesteld te boven gaan, tenzij
het daartoe vooraf door de vergadering is gemachtigd.
3. De vergadering beslist over de kleur van het buitenverfwerk
alsmede over de kleur van dat gedeelte van het binnenverfwerk
hetwelk moet geschieden aan de gemeenschappelijke gedeelten en de
gemeenschappelijke zaken en aan die zijde van de particuliere
voordeur die is gekeerd naar het gemeenschappelijke gedeelte.
4. Iedere eigenaar en gebruiker is verplicht zijn medewerking te
verlenen aan de uitvoering van de besluiten der vergadering, voor
zover dit redelijkerwijze van hem verlangd kan worden. Lijdt hij
als gevolg hiervan schade dan wordt deze hem door de vereniging
vergoed.
5. Besluiten door de vergadering tot het doen van buiten het
onderhoud vallende uitgaven die een totaal in het huishoudelijk
reglement vast te stellen bedrag te boven gaan, kunnen slechts
worden genomen met een meerderheid van tenminste twee/derde van
het aantal uitgebrachte stemmen in een vergadering, waarin een
aantal eigenaars tegenwoordig of vertegenwoordigd is, dat
tenminste twee/derde van het totaal aantal stemmen kan
uitbrengen. In een vergadering, waarin minder dan twee/derde van
het in de vorige zin bedoelde maximum aantal stemmen kan worden
uitgebracht, kan geen geldig besluit worden genomen.
In dat geval zal een nieuwe vergadering worden uitgeschreven, te
houden niet vroeger dan twee en niet later dan zes weken na de
eerste.
In de oproep tot deze vergadering zal mededeling worden gedaan
dat de komende vergadering een tweede vergadering is als bedoeld
in dit artikel. In deze vergadering zal over de aanhangige
onderwerpen een besluit kunnen worden genomen ongeacht het aantal
stemmen, dat ter vergadering kan worden uitgebracht, echter met
inachtneming van een meerderheid van twee/ derde van het aantal
uitgebrachte stemmen.
6. Indien door de vergadering overeenkomstig het in het vijfde
lid bepaalde tot het doen van een uitgave wordt besloten, wordt
tevens de extra voorschotbijdrage bepaald, welke door het bestuur
te dier zake van de eigenaars kan worden gevorderd. De uitvoering
van zodanige besluiten kan eerst geschieden wanneer de voor de
uitvoering benodigde gelden in de kas van de vereniging
gereserveerd zijn.
7. Het in het vijfde lid bepaalde geldt eveneens voor besluiten
tot verbouwing of voor besluiten tot het aanbrengen van nieuwe
installaties of tot het wegbreken van bestaande installaties,
voor zover deze niet als een uitvloeisel van het onderhoud zijn
te beschouwen.
De eigenaar, die van zodanige maatregel geen voordeel trekt, is
niet verplicht in de kosten hiervan bij te dragen.
8. Op besluiten van de vergadering van eigenaars als bedoeld in
artikel 876 e vierde lid van het Burgerlijk Wetboek is het in het
vijfde lid bepaalde van overeenkomstige toepassing.
Artikel 44
1. Tot het aangaan van overeenkomsten, waaruit regelmatig
terugkerende verplichtingen, die zich over een langere periode
dan een jaar uitstrekken, voortvloeien, kan slechts door de
vergadering worden besloten, voor zover de mogelijkheid hiertoe
uit het reglement blijkt.
Van deze bepaling kan zelfs niet met algemene stemmen worden
afgeweken.
2. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor overeenkomsten
die betrekking hebben op het onderhoud en/of op het normale
beheer van de gemeenschappelijke gedeelten en zaken en op de
gemeenschappelijke huishouding, waaronder begrepen het aanstellen
van het daarvoor vereiste personeel.
Artikel 45
1. Van het verhandelde in de vergadering worden, tenzij hiervan
een notarieel proces-verbaal wordt opgemaakt, onderhandse notulen
gehouden, welke moeten worden ondertekend door de voorzitter van
de vergadering en welke worden vastgesteld in dezelfde of de
eerstvolgende vergadering.
2. Iedere eigenaar kan te allen tijde inzage van de notulen
verlangen.
III Bestuur van de vereniging
Artikel 46
1. Het bestuur berust bij één of meer
administrateurs, die benoemd worden door de vergadering. In het
geval dat er meer administrateurs zijn, benoemen zij
één hunner tot voorzitter van het bestuur.
2. De administrateurs worden benoemd voor onbepaalde tijd en
kunnen te allen tijde worden ontslagen.
3. Het bestuur beheert de middelen van de vereniging en draagt
zorg voor de tenuitvoerlegging van de besluiten van de
vergadering, onverminderd het bepaalde in artikel 37.
4. De vergadering kan besluiten bepaalde met name genoemde
bevoegdheden die haar ingevolge dit reglement toekomen te doen
uitoefenen door het bestuur.
Artikel 47
1. Indien het bestuur uit meer dan één persoon
bestaat besluit het bij volstrekte meerderheid van de
uitgebrachte stemmen in een bestuursvergadering waarin alle
administrateurs aanwezig of schriftelijk vertegenwoordigd
zijn.
2. Met inachtneming van het bepaalde in het vorige lid wordt de
vereniging in en buiten rechte vertegenwoordigd door de
voorzitter van het bestuur.
Bij tijdelijke verhindering of ontstentenis van de voorzitter van
het bestuur, alsmede bij tegenstrijdig belang van de voorzitter
van het bestuur met de vereniging of met de gezamenlijke
eigenaars, wijzen de overige bestuursleden één van
hen aan, die de voorzitter zal vervangen. Ingeval van
tegenstrijdig belang van het gehele bestuur met de vereniging of
met de gezamenlijke eigenaars, zal de vergadering iemand
aanwijzen ter vertegenwoordiging van de vereniging.
3. Het bestuur behoeft de machtiging van de vergadering voor het
instellen van en het berusten in rechtsvorderingen en het aangaan
van dadingen alsmede voor het verrichten van rechtshandelingen en
het geven van kwijtingen een belang van een nader in het
huishoudelijk reglement vast te stellen bedrag te boven
gaande.
Het bestuur behoeft echter geen machtiging om in een geding
verweer te voeren en voor het nemen van conservatoire
maatregelen.
4. Voor zover in verband met de omstandigheden het nemen van
spoedeisende maatregelen, welke uit een normaal beheer kunnen
voortvloeien, noodzakelijk is, is het bestuur zonder opdracht van
de vergadering hiertoe bevoegd, met dien verstande dat het voor
het aangaan van verbintenissen een belang van een nader door de
vergadering vast te stellen bedrag te boven gaande de machtiging
van de voorzitter van de vergadering nodig heeft.
5. Het bestuur is verplicht aan iedere eigenaar alle inlichtingen
te verstrekken betreffende de administratie welke die eigenaar
mocht verlangen, en hem op zijn verzoek inzage te verstrekken van
alle op die administratie betrekking hebbende boeken, registers
en bescheiden; het houdt de eigenaars op de hoogte van het adres
en het telefoonnummer van het bestuur.
Artikel 48
Het bestuur legt een register aan van eigenaars en gebruikers. Na
kennisgeving als bedoeld in de artikelen 875 p tweede lid en 875
q vierde lid van het Burgerlijk Wetboek en na ontvangst van de
verklaring als bedoeld in artikel 26 eerste lid wordt het
register door het bestuur bijgewerkt.
Artikel 49
Het bestuur is verplicht de kasmiddelen van de vereniging te
plaatsen op een giro- of bankrekening ten name van de
vereniging.
Artikel 50
De vergadering is bevoegd een besluit te nemen krachtens hetwelk
de regeling van de gemeenschappelijke huishouding wordt
opgedragen aan een directeur en een door het bestuur te bepalen
aantal personeelsleden.
De benoeming en het ontslag van de directeur en vorenbedoelde
personeelsleden geschieden door het bestuur, dat ook de
arbeidsvoorwaarden met de betrokken werknemer overeenkomt. De
taak van de directeur wordt geregeld in het huishoudelijk
reglement.
N. Huishoudelijk Reglement
Artikel 51
1. De vergadering zal een huishoudelijk reglement vaststellen ter
regeling van de volgende onderwerpen:
a. het gebruik van de gemeenschappelijke gedeelten en zaken; de
regels als bedoeld in artikel 876 c van het Burgerlijk Wetboek
moeten in het huishoudelijk reglement worden opgenomen en daarvan
deel uitmaken;
b. het gebruik van de privé gedeelten;
c. het genot van de gemeenschappelijke huishouding en het
vaststellen van een model van een overeenkomst zoals bedoeld in
artikel 12 tweede en derde lid;
d. de instructie aan het bestuur;
e. al hetgeen krachtens het reglement bij huishoudelijk reglement
geregeld moet worden;
f. al hetgeen overigens naar het oordeel van de vergadering
regeling behoeft; alles voor zover dit niet reeds in het
reglement is geregeld.
Bepalingen in het huishoudelijk reglement die in strijd zijn met
de wet of het reglement worden voor niet-geschreven gehouden.
2. Het huishoudelijk reglement kan door de vergadering slechts
worden vastgesteld, gewijzigd en aangevuld met een meerderheid
van tenminste twee/derde van het aantal uitgebrachte stemmen, in
een vergadering waarin een aantal eigenaars tegenwoordig of
vertegenwoordigd is dat tenminste twee/derde van het totaal
aantal stemmen kan uitbrengen. Artikel 43 vijfde lid is van
overeenkomstige toepassing.
Noot
In artikel 35 lid 4 dient opgenomen te worden welke diensten en
voorzieningen de gemeenschappelijke huishouding omvat.
Aangezien de te verlenen diensten en voorzieningen per
service-flat kunnen verschillen, is het niet mogelijk in het
modelreglement hiervan een opsomming te geven. De notaris zal bij
iedere splitsing in appartementsrechten dienen na te gaan welke
diensten en voorzieningen in casu in de gemeenschappelijke
huishouding zijn begrepen.
Heeft u een vraag of een opmerking? Neem dan contact met ons op!
Disclaimer: Disclaimer
U bent hier: Home » Modelreglementen » Regelement serviceflat 1987