U bent hier: Home » Modelreglementen » Regelement serviceflat 1975
Ga naar: Homepage
Artikel 1
In het reglement wordt verstaan onder:
a. "akte": de akte van splitsing;
b. "gebouw": het gebouw of de gebouwen dat/die in de splitsing
is/zijn betrokken;
c. "eigenaar": de gerechtigde tot een appartementsrecht,
daaronder begrepen hij, die een beperkt zakelijk genotsrecht op
een appartementsrecht heeft;
d. "gemeenschappelijke gedeelten": die gedeelten van het gebouw
alsmede de daarbij behorende grond die blijkens de akte niet
bestemd zijn of worden om als afzonderlijk geheel te worden
gebruikt;
e. "gemeenschappelijke zaken": alle zaken die bestemd zijn of
worden om door alle eigenaars of een bepaalde groep van eigenaars
gebruikt te worden voorzover niet vallende onder d;
f. "privé gedeelte": het gedeelte of de gedeelten van het
gebouw en de daarbij behorende grond dat/die blijkens de akte
bestemd is/zijn of wordt/worden om als afzonderlijk geheel te
worden gebruikt;
g. "gebruiker": degene die anders dan als eigenaar het recht van
uitsluitend gebruik heeft van een privé gedeelte en het
medegebruik heeft van gemeenschappelijke gedeelten en/of
gemeenschappelijke zaken;
h. "vereniging": de vereniging van eigenaars als bedoeld in
artikel 876 van het Burgerlijk Wetboek;
i. "vergadering": de vergadering van eigenaars als bedoeld in
artikel 876 b van het Burgerlijk Wetboek.
B. Regeling omtrent het gebruik, het beheer en het onderhoud
van de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke
zaken, alsmede omtrent het genot van de gemeenschappelijke
huishouding
Artikel 2
Tot de gemeenschappelijke gedeelten of de gemeenschappelijke
zaken worden onder meer gerekend:
a. de funderingen, dragende muren en kolommen, het geraamte van
het gebouw met de ondergrond, het ruwe metselwerk, alsmede de
vloeren, de buitengevels, waaronder begrepen raamkozijnen,
ruiten, deuren, balkonconstructies, borstweringen, galerijen,
terrassen en gangen, de daken, schoorstenen en ventilatiekanalen,
de trappenhuizen en hellingbanen, alsmede het hek- en
traliewerk;
b. de technische installaties met de daarbij behorende leidingen,
met name voor centrale verwarming - met uitzondering van de
radiatoren en radiatorkranen in de privé gedeelten -, voor
luchtbehandeling, vuilafvoer, brandbeveiliging, afvoer van
hemelwater en riolering, gas, water en verder de hydrofoor, de
electriciteits- en telefoonleidingen, de gemeenschappelijke
antenne, de bliksembeveiliging, de liften, de alarminstallatie en
de systemen voor oproep en deuropeners;
c. de stoffering, het meubilair en de overige inventaris,
aanwezig in de gemeenschappelijke gedeelten, daaronder begrepen
de keukeninventaris.
Artikel 3
Indien er twijfel bestaat of een zaak tot de gemeenschappelijke
gedeelten of de gemeenschappelijke zaken behoort, wordt hierover
beslist door de vergadering.
Artikel 4
1. Een eigenaar of gebruiker heeft recht op het gebruik van de
gemeenschappelijke gedeelten en/of de gemeenschappelijke zaken,
volgens de bestemming daarvan, alsmede op het genot van de
gemeenschappelijke huishouding.
Hij moet daarbij in acht nemen het reglement en het huishoudelijk
reglement en de regels bedoeld in artikel 876 c van het
Burgerlijk Wetboek; het recht van medegebruik respectievelijk
genot van andere eigenaars of gebruikers moet hij dulden.
2. Een eigenaar is gehouden gebruik te maken van de door de
vereniging te verlenen diensten zoals in artikel 29 lid 4
omschreven en in verband daarmede bij de verkrijging van zijn
appartementsrecht een daartoe strekkende overeenkomst als
omschreven in het huishoudelijk reglement met de vereniging aan
te gaan door ondertekening van de hierna in artikel 28 lid 3
bedoelde verklaring.
3. Ingeval een eigenaar zijn privé gedeelte, met
inachtneming van het in het eerste lid van artikel 20 bepaalde,
aan een ander in gebruik wil geven, dient de gebruiker met de
vereniging een overeenkomst aan te gaan, waarbij hij zich
verplicht gebruik te maken van de door de vereniging te verlenen
diensten gedurende de tijd van het gebruik door hem van het
privé gedeelte, tegen een vergoeding op gelijke wijze te
berekenen als ten aanzien van een eigenaar en door hem aan de
vereniging te voldoen. Gedurende de tijd dat het in de vorige zin
van dit artikel bedoelde genot van de gebruiker van de door de
vereniging te verlenen diensten voortduurt, is dat genot van de
eigenaar opgeschort.
4. De vergadering beslist over de aanleg en het onderhoud van de
bij het gebouw behorende voor gemeenschappelijk gebruik bestemde
tuin en paden. Het is niet geoorloofd opgaand hout in
vorenbedoelde tuin te planten, zodanig dat daardoor het uitzicht
en het ontvangen van licht en lucht door de ramen en openingen
van het gebouw zouden worden belemmerd.
Artikel 5
1. De eigenaars en gebruikers zijn verplicht zich te onthouden
van luidruchtigheid, het onnodig verblijf in de
gemeenschappelijke gedeelten, voor zover deze niet voor verblijf
voor korte of lange tijd bestemd zijn, en het daarin plaatsen van
fietsen, bromfietsen of andere voorwerpen op plaatsen, die
hiervoor niet zijn bestemd.
2. De gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken
mogen niet worden gebruikt voor het ophangen van schilderijen of
het aanbrengen van andere voorwerpen.
3. De vergadering kan tot de in het eerste en tweede lid genoemde
handelingen toestemming verlenen, en een reeds verleende
toestemming intrekken.
Artikel 6
1. Iedere op-, aan- of onderbouw zonder toestemming van de
vergadering is verboden.
2. Het aanbrengen van naamborden, reclame-aanduidingen,
uithangborden, zonneschermen, vlaggen, bloembakken, schijnwerpers
en uitstekende voorwerpen mag slechts geschieden met toestemming
van de vergadering of volgens regels te bepalen in het
huishoudelijk reglement.
3. Een door de vergadering verleende toestemming kan - tenzij
anders bepaald is - worden ingetrokken.
4. Iedere eigenaar of gebruiker is te allen tijde bevoegd tot het
nemen van maatregelen, die strekken tot het afwenden van een voor
de gemeenschappelijke gedeelten of gemeenschappelijke zaken
onmiddellijk dreigend gevaar. Hij is alsdan verplicht het bestuur
onmiddellijk daarvan op de hoogte te brengen.
Artikel 7
De eigenaars of gebruikers mogen zonder toestemming van de
vergadering geen verandering in het gebouw aanbrengen, waardoor
de hechtheid ervan in gevaar zou worden gebracht of waardoor het
architectonisch uiterlijk of de constructie ervan gewijzigd zou
worden.
Artikel 8
De vereniging behartigt de gemeenschappelijke belangen van de
eigenaars, zoals het beheer over de gemeenschappelijke gedeelten
en de gemeenschappelijke zaken alsmede de verzorging van de
gemeenschappelijke huishouding, met inachtneming van het in
artikel 37 bepaalde.
C. Regeling omtrent het gebruik, het beheer en het onderhoud
van privé gedeelten
Artikel 9
1. Iedere eigenaar of gebruiker heeft het recht op uitsluitend
gebruik van zijn privé gedeelte, mits hij bij de
uitoefening van dat recht het reglement en het huishoudelijk
reglement in acht neemt en mits hij aan andere eigenaars en
gebruikers geen onredelijke hinder toebrengt.
De vergadering kan regels opstellen die tot onderwerp hebben het
maximum aantal personen dat ten aanzien van een privé
gedeelte de ingevolge dit reglement aan een eigenaar of gebruiker
toekomende gebruiksrechten kan uitoefenen.
2. De eigenaars en gebruikers zijn verplicht het privé
gedeelte te gebruiken overeenkomstig de daaraan in de akte te
geven bestemming.
3. Een gebruik dat afwijkt van deze bestemming is slechts
geoorloofd met toestemming van de vergadering. De vergadering kan
aan die toestemming voorwaarden verbinden en kan bij het verlenen
van de toestemming bepalen dat deze weer kan worden
ingetrokken.
4. Ingeval van wijziging van de bestemming van een privé
gedeelte is artikel 875 l lid 2 van het Burgerlijk Wetboek van
toepassing.
Artikel 10
1. Iedere eigenaar en/of gebruiker is verplicht zijn privé
gedeelte behoorlijk te onderhouden. Tot dat onderhoud behoort met
name het schilder-, behang- en tegelwerk, de afwerklagen van
vloeren, plafonds en balkons, het stucwerk, het schoonhouden en
ontstoppen van alle sanitair en leidingen, de reparatie en
vervanging van hang- en sluitwerk aan deuren en ramen, ook aan
die, welke zich in de buitengevel bevinden of de scheiding vormen
tussen de gemeenschappelijke gedeelten en het privé
gedeelte, de reparatie en vervanging van de privé
brievenbus, de reparatie van radiatoren en radiatorkranen.
2. Iedere eigenaar en/of gebruiker is verplicht de nodige
zorgvuldigheid in acht te nemen met betrekking tot de
gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken, ook
wanneer laatstgenoemde zaken zich in zijn privé gedeelte
bevinden.
3. Indien voor het verrichten van een handeling met betrekking
tot enig gedeelte van het gebouw de toegang tot of het tijdelijk
gebruik van een privé gedeelte noodzakelijk is, is de
desbetreffende eigenaar of gebruiker verplicht hiertoe zijn
toestemming te verlenen. Eventuele schade die hieruit
voortvloeit, wordt door de vereniging vergoed.
4. De in het vorige lid bedoelde toestemming van de
desbetreffende eigenaar of gebruiker kan met toepassing van
artikel 875 o van het Burgerlijk Wetboek vervangen worden door
een machtiging van de kantonrechter.
5. In het geval dat in een privé gedeelte belangrijke
schade is ontstaan of dreigt te ontstaan of gevaar dreigt voor
ernstige hinder van de andere eigenaars of gebruikers, dient de
eigenaar of de gebruiker het bestuur hiervan onverwijld in kennis
te stellen.
6. Glasschade in een privé gedeelte komt voor rekening van
de betrokken eigenaar of gebruiker.
Artikel 11
1. De eigenaars of gebruikers van de privé gedeelten
gelegen direct onder het dak, zijn verplicht de installaties voor
afzuiging, liften, centrale verwarming, radio, televisie en
dergelijke, welke met toestemming of krachtens besluit van de
vergadering op het dak worden aangebracht, te gedogen.
2. De eigenaars of gebruikers van de privé gedeelten
moeten de hoofdaansluitingen van gas, water, electriciteit, radio
en televisie met bijbehorende meters en installaties gedogen,
alles voor zover deze niet in de gemeenschappelijke gedeelten
zijn/worden geplaatst.
Artikel 12
Iedere eigenaar en/of gebruiker is tegenover de andere eigenaars
of gebruikers aansprakelijk voor de schade toegebracht aan het
gebouw of de gemeenschappelijke zaken en voor onredelijke hinder
veroorzaakt door de schuld van hemzelf, van zijn huisgenoten of
zijn personeel en hij is verplicht voorzover dit redelijk is
maatregelen te nemen of te dulden die de strekking hebben
bedoelde schade te voorkomen.
Artikel 13
Het voortbrengen van muziek en storende geluiden is op nader bij
het huishoudelijk reglement vast te stellen tijdstippen
verboden.
Artikel 14
1. Alle privé gedeelten met uitzondering van de zich
daarin bevindende gemeenschappelijke gedeelten en
gemeenschappelijke zaken, zijn voor rekening en risico van de
betrokken eigenaars.
2. Het in lid 1 bepaalde geldt niet voor schade die veroorzaakt
is door een evenement dat buiten de betrokken privé
gedeelten heeft plaatsgehad. In dat geval komt de schade voor de
eigenaars gezamenlijk, onverminderd hun verhaal op degene die
voor de schade aansprakelijk is.
3. Alle zich in het privé gedeelte bevindende
gemeenschappelijke gedeelten en gemeenschappelijke zaken zijn
voor rekening en risico van de eigenaars gezamenlijk,
onverminderd hun verhaal op degene die voor de schade
aansprakelijk is.
Artikel 15
1. De eigenaar of gebruiker van een privé gedeelte,
voorzover bestemd tot tuin, is verplicht deze voor zijn rekening
als tuin aan te leggen en te onderhouden met inachtneming van de
besluiten van de vergadering en van het bepaalde in het
huishoudelijk reglement.
2. De vierde titel van het tweede (lees derde) Boek van het
Burgerlijk Wetboek is op de eigenaars en gebruikers van
toepassing.
3. Het is niet geoorloofd zonder toestemming van de vergadering
opgaand hout in de tuin te hebben, waardoor het uitzicht van
andere eigenaars of gebruikers en het ontvangen van licht en
lucht door de ramen en openingen van het gebouw zouden worden
belemmerd.
4. Het is evenmin zonder toestemming van de vergadering
geoorloofd tegen de muren planten of heesters te laten opgroeien
tot voorbij vijftig centimeter beneden het laagste raamkozijn van
de eerste etage.
5. Een reeds verleende toestemming kan - tenzij anders is bepaald
- , worden ingetrokken.
Artikel 16
Iedere eigenaar en/of gebruiker is verplicht alle handelingen na
te laten, waardoor schade kan worden toegebracht aan de belangen
van hypotheekhouders en andere zakelijk gerechtigden en hij is
verplicht alles te doen wat dienstig kan zijn ter voorkoming van
die schade.
D. Schulden en kosten voor rekening van de gezamenlijke
eigenaars
Artikel 17
Tot de schulden en kosten als bedoeld in artikel 875 f, eerste
lid onder a van het Burgerlijk Wetboek worden gerekend:
a. die welke gemaakt zijn in verband met het normale onderhoud of
het normale gebruik van de gemeenschappelijke gedeelten en van de
gemeenschappelijke zaken dan wel tot het behoud daarvan;
b. die welke verband houden met noodzakelijke
herstellingswerkzaamheden en vernieuwingen van de
gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken, voor
zover die ingevolge het reglement of een rechterlijke beslissing
als bedoeld in artikel 875 o van het Burgerlijk Wetboek niet ten
laste komen van bepaalde eigenaars;
c. de schulden en kosten van de vereniging;
d. het bedrag van de schadevergoeding door de gezamenlijke
eigenaars als zodanig verschuldigd aan één van hen
of een derde;
e. de kosten van een rechtsgeding waarin de gezamenlijke
eigenaars als eisers of als verweerders optreden;
f. de assurantiepremiën verschuldigd naar aanleiding van de
verzekeringen, die door het reglement zijn voorgeschreven of
waartoe ingevolge de artikelen 26 en 26a door de vergadering is
besloten;
g. de verschuldigde publiekrechtelijke lasten voor zover geen
aanslag is opgelegd aan de afzonderlijke eigenaars;
h. de kosten van brandstof, de electriciteit en het water,
benodigd voor de centrale verwarming annex warmwaterinstallaties,
tenzij de akte daaromtrent een afwijkende regeling bevat;
i. alle overige schulden en kosten, gemaakt in het belang van de
gezamenlijke eigenaars als zodanig.
E. Jaarlijkse exploitatierekening en begroting en te storten
bijdragen
Artikel 18
1. Van de schulden en kosten genoemd in het vorige artikel
alsmede van een naar tijdsduur evenredig gedeelte van de kosten
verbonden aan het periodiek schilderwerk en noodzakelijke
vernieuwingen wordt jaarlijks door het bestuur een begroting
ontworpen en ter vaststelling aan de jaarlijkse vergadering
voorgelegd.
2. Met ingang van een door het bestuur te bepalen datum zal door
de eigenaars ten behoeve van de vereniging bij wijze van
voorschot-bijdrage maandelijks aan het bestuur worden overgemaakt
een/twaalfde gedeelte van hun omslag in het onder lid 1 bedoelde
bedrag, bij welk bedrag gevoegd wordt een/twaalfde gedeelte van
het bedrag dat de eigenaars uit hoofde van de in artikel 37 lid 7
bedoelde omslag verschuldigd zijn, alsmede, indien hiertoe door
de vergadering wordt besloten, een nader te bepalen percentage
van het totale bedrag van de begroting, zulks tot het vormen van
een reservefonds, hierna in artikel 31 omschreven.
3. Na afloop van elk boekjaar, dat gelijk is aan het
kalenderjaar, wordt ter berekening van de definitieve bijdrage
door iedere eigenaar verschuldigd, door het bestuur een
exploitatierekening opgesteld over dat boekjaar en ter
vaststelling aan de jaarlijkse vergadering voorgelegd. In deze
rekening zullen de schulden en kosten van dat boekjaar worden
opgenomen.
4. Tenzij de vergadering anders beslist, zullen overschotten
betrekking hebbende op de exploitatierekening van het afgelopen
boekjaar aan de eigenaars worden gerestitueerd.
5. Mocht de exploitatierekening een tekort opleveren, dan moeten
de eigenaars dit tekort binnen een maand na daartoe door het
bestuur te zijn aangemaand, aanzuiveren.
6. Indien een eigenaar niet binnen acht dagen na verloop van de
in het vorige lid genoemde termijn het door hem verschuldigde aan
het bestuur heeft voldaan, is hij daarover rente verschuldigd,
waarvan het percentage nader in het huishoudelijk reglement zal
worden bepaald.
Artikel 27 is niet van toepassing.
Artikel 19
Indien een eigenaar het bedrag van zijn definitieve bijdrage niet
binnen zes maanden na verloop van de termijn bedoeld in lid 5 van
het vorige artikel heeft voldaan, wordt zijn schuld omgeslagen
over de andere eigenaars in de verhouding als is omschreven in
artikel 23 lid 3, ongeacht de maatregelen die jegens de nalatige
eigenaar kunnen worden genomen en behoudens recht van verhaal van
de andere eigenaars op eerstgenoemde.
F. Het in gebruik geven door de eigenaar van zijn privé
gedeelte en het genot verschaffen van de gemeenschappelijke
huishouding aan een gebruiker
Artikel 20
1. Indien een eigenaar zijn privé gedeelte met inbegrip
van het medegebruik van de gemeenschappelijke gedeelten en de
gemeenschappelijke zaken aan een ander in gebruik wil geven en
eveneens het genot van de gemeenschappelijke huishouding aan die
ander wil doen verschaffen, zal die ander het gebruik
respectievelijk genot slechts kunnen verkrijgen na ondertekening
van een in duplo opgemaakte en gedagtekende verklaring dat hij
het reglement en het huishoudelijk reglement, alsmede een besluit
als bedoeld in artikel 876 c van het Burgerlijk Wetboek,
voorzover die op een gebruiker betrekking hebben, zal naleven en
dat hij een overeenkomst als bedoeld in artikel 4 lid 3
aangaat.
2. Van de in lid 1 bedoelde verklaring behoudt zowel de gebruiker
als het bestuur een exemplaar.
3. De in lid 1 bedoelde verklaring zal geacht worden ook
betrekking te hebben op besluiten en bepalingen die eerst na die
verklaring worden vastgesteld, tenzij een beroep op die besluiten
en bepalingen jegens de gebruiker in strijd zou zijn met de goede
trouw.
4. Het bestuur zal de gebruiker van iedere aanvulling of
verandering van het reglement of huishoudelijk reglement, alsmede
van een besluit als bedoeld in artikel 876 c van het Burgerlijk
Wetboek, op de hoogte stellen.
Artikel 21
1. Het bestuur kan te allen tijde verlangen dat de gebruiker zich
jegens de vereniging als borg verbindt voor de eigenaar, en wel
voor de richtige voldoening van hetgeen laatstgenoemde ingevolge
de wet, het reglement en het huishoudelijk reglement aan de
vereniging schuldig is of zal worden.
2. Voormelde borgtocht zal zich slechts uitstrekken tot
verplichtingen van de betrokken eigenaar die opeisbaar worden na
het tijdstip, waarop per aangetekende brief door het bestuur aan
de gebruiker is medegedeeld dat de vereniging van de in het
vorige lid bedoelde bevoegdheid gebruik wenst te maken.
Bovendien zal de gebruiker uit hoofde van de hierbedoelde
borgtocht per maand nimmer meer verschuldigd zijn dan een bedrag,
overeenkomende met de geschatte maandelijkse huurwaarde van het
desbetreffende privé gedeelte.
3. Verlangd zal kunnen worden dat de borg afstand doet van het
voorrecht van uitwinning en van alle andere voorrechten en
excepties door de wet aan borgen toegekend of nog toe te
kennen.
Artikel 22
1. De gebruiker die zonder de in artikel 20 bedoelde verklaring
getekend te hebben of zonder de in artikel 21 bedoelde
verplichting te zijn nagekomen een privé gedeelte
betrokken heeft, kan door het bestuur hieruit verwijderd worden
en hem kan het medegebruik van de gemeenschappelijke gedeelten en
de gemeenschappelijke zaken worden ontzegd.
2. Indien iemand zonder enige titel een privé gedeelte
betrokken heeft kan hij hieruit door het bestuur worden
verwijderd als onherroepelijk hiertoe door de eigenaar
gemachtigd.
3. Het bestuur gaat niet tot ontruiming over dan nadat de
betrokkene tot ontruiming is aangemaand. Van het bevel tot
ontruiming staat binnen veertien dagen beroep open op de
vergadering.
G. Aandelen, die door de splitsing ontstaan, en aandelen in de
verplichting tot het bijdragen in de schulden en kosten, die voor
gemeenschappelijke rekening zijn
Artikel 23
1. De eigenaars zijn in de gemeenschap gerechtigd overeenkomstig
de in de akte te bepalen breukdelen.
2. De gemeenschappelijke baten worden in eenzelfde verhouding
tussen de eigenaars verdeeld.
3. In gelijke verhouding zijn de eigenaars verplicht bij te
dragen in de schulden en kosten, die voor gemeenschappelijke
rekening zijn, behoudens in de schulden en kosten die voor de
diensten, zoals omschreven in artikel 29 lid 4, worden
gemaakt.
H. Ontzegging van het gebruik van privé gedeelten en
van het genot van de gemeenschappelijke huishouding
Artikel 24
1. Aan de eigenaar die zelf het recht van gebruik uitoefent en
het genot van de gemeenschappelijke huishouding heeft en die:
a. de bepalingen van het reglement of het huishoudelijk reglement
of de bepalingen bedoeld in artikel 876 c van het Burgerlijk
Wetboek niet nakomt of overtreedt;
b. zich schuldig maakt aan onbehoorlijk gedrag jegens de andere
eigenaars of gebruikers,
kan door de vergadering een waarschuwing worden gegeven dat,
indien hij ondanks deze waarschuwing binnen een jaar nadat hij
deze heeft ontvangen andermaal één of meer der
genoemde gedragingen verricht of voortzet, de vergadering
overgaat tot de in het volgende lid bedoelde maatregel.
2. Wordt één of meer der in het vorige lid bedoelde
gedragingen binnen genoemde termijn andermaal gepleegd of wordt
deze voortgezet, dan kan de vergadering besluiten tot ontzegging
van het gebruik van het privé gedeelte dat aan de eigenaar
toekomt en van het genot van de gemeenschappelijke
huishouding.
3. De vergadering besluit niet tot het geven van een waarschuwing
of tot ontzegging van het gebruik respectievelijk genot dan na
verhoor of behoorlijke oproeping van de eigenaar. De oproeping
geschiedt ten minste veertien dagen vóór de dag van
de vergadering, en wel bij aangetekende brief met vermelding van
de gerezen bezwaren. De eigenaar kan zich ter vergadering doen
vertegenwoordigen of doen bijstaan door een raadsman.
4 De in dit artikel bedoelde besluiten moeten worden genomen met
een meerderheid van ten minste twee/derde van de uitgebrachte
stemmen, in een vergadering waarin een aantal eigenaars
tegenwoordig of vertegenwoordigd is, dat tenminste twee/derde van
het totaal aantal stemmen kan uitbrengen.
Artikel 37 lid 5 is van overeenkomstige toepassing.
5. De in dit artikel bedoelde besluiten worden door het bestuur
per aangetekende brief ter kennis van de belanghebbende en van de
op zijn appartementsrecht ingeschreven hypotheekhouders gebracht.
De besluiten zullen de gronden vermelden die tot de maatregel
hebben geleid.
6. Een besluit tot ontzegging van het gebruik respectievelijk
genot zal niet eerder ten uitvoer mogen worden gelegd dan na
verloop van een termijn van een maand na verzending van de
kennisgeving als in lid 5 bedoeld. Beroep op de rechter ingevolge
artikel 876 d van het Burgerlijk Wetboek schorst de
tenuitvoerlegging van het genomen besluit met dien verstande, dat
de schorsing wordt opgeheven, wanneer de rechter zich met het
besluit verenigt, zelfs wanneer de betrokkene tegen deze
uitspraak de rechtsmiddelen van hoger beroep of cassatie zou
kunnen aanwenden.
7. Indien een eigenaar zijn privé gedeelte in gebruik
heeft gegeven, is het in de vorige leden bepaalde op de gebruiker
van toepassing, wanneer deze een gedraging verricht als vermeld
in lid 1, of indien hij niet voldoet aan de financiële
verplichtingen voortvloeiende uit de door hem met de vereniging
aangegane overeenkomst, zoals bedoeld in het derde lid van
artikel 4, of uit de door hem gestelde borgtocht.
I. Vervreemding en bezwaring van het appartementsrecht
Artikel 25
1. Een appartementsrecht kan worden vervreemd en met hypotheek en
andere zakelijke rechten worden bezwaard. Onder vervreemding valt
ook toedeling.
2. Voor de terzake van het verkregen appartementsrecht
verschuldigde voorschot-bijdragen en definitieve bijdragen die in
het lopende of in het voorafgaande boekjaar opeisbaar zijn
geworden of nog zullen worden, zijn de verkrijger en de vroegere
eigenaar hoofdelijk aansprakelijk.
3. Alleen de vroegere eigenaar is aansprakelijk voor de extra
voorschot-bijdragen bedoeld in artikel 37 en de definitieve
bijdragen die verschuldigd zijn als gevolg van besluiten van de
vergadering die tot stand gekomen zijn in het tijdvak, gedurende
hetwelk hij eigenaar was.
Hetzelfde geldt voor bijzondere bijdragen verschuldigd terzake
van andere rechtsfeiten, die in voormeld tijdvak hebben
plaatsgehad.
4. In afwijking van het vorige lid is uitsluitend de nieuwe
eigenaar aansprakelijk voor assurantiepremiën en het
verschuldigde loon van de administrateurs, voorzover deze premie
of dit loon opeisbaar is geworden na de vervreemding.
5. Het bestuur draagt zorg dat alle daarvoor in aanmerking
komende overeenkomsten op naam van de nieuwe eigenaar gesteld
worden.
J. Regeling omtrent verzekering
Artikel 26
1. Het gebouw zal door het bestuur worden verzekerd bij
één of meer door de vergadering aan te wijzen
verzekeraars tegen brand-, waaronder ontploffingsschade. Voorts
zal de vergadering bevoegd zijn te besluiten tot het aangaan van
verzekering tegen andere gevaren, bijvoorbeeld tegen water- en
stormschade, wettelijke aansprakelijkheid en dergelijke.
2. Het bedrag der verzekeringen wordt vastgesteld door de
vergadering; het zal wat de brandverzekering betreft moeten
overeenstemmen met de herbouwkosten van het gebouw; de vraag of
deze overeenstemming bestaat, zal jaarlijks gecontroleerd moeten
worden door een deskundige.
3. Verzekeringsovereenkomsten worden door het bestuur afgesloten
ten name van de gezamenlijke eigenaars. Het bestuur is daartoe
slechts bevoegd indien het bepaalde in lid 5 wordt nageleefd.
4. De eigenaars verbinden zich de uit hoofde van de
verzekeringsovereenkomsten uit te keren schadepenningen, indien
deze een in de akte te bepalen bedrag te boven gaan, te doen
plaatsen op een voor de financiering van het herstel van de
schade krachtens besluit van de vergadering door het bestuur te
openen afzonderlijke bankrekening ten name van de vereniging, die
de op deze rekening gestorte gelden zal houden voor de eigenaars;
ten aanzien van de op deze rekening te storten gelden is artikel
31 leden 3 tot en met 5 van overeenkomstige toepassing, met dien
verstande, dat de gelden steeds bestemd moeten blijven voor het
herstel of de wederopbouw, onverminderd artikel 876 j lid 4 van
het Burgerlijk Wetboek.
In het geval bedoeld in artikel 876 j lid 4 van het Burgerlijk
Wetboek, zal, indien een eigenaar zich heeft schuldig gemaakt aan
een daad of verzuim, welke krachtens de wet of de
verzekeringsvoorwaarden gehele of gedeeltelijke ongehoudenheid
van de verzekeraar tot uitkering van de schadepenningen tot
gevolg zou hebben, de uitkering van het aandeel van de
betreffende eigenaar dienen te geschieden aan de verzekeraar.
5. Het bestuur dient ervoor te zorgen, dat de
verzekeringsovereenkomst de volgende clausule bevat:
"Zolang de eigendom van het hierbij verzekerde gebouw gesplitst
is in appartementsrechten, gelden de volgende aanvullende
voorwaarden. Een daad of verzuim van een eigenaar, welke
krachtens de wet of de verzekeringsvoorwaarden gehele of
gedeeltelijke ongehoudenheid van ondergetekenden tot uitkering
van de schadepenningen tot gevolg zou hebben, laat de uit deze
polis voortvloeiende rechten onverlet. Niettemin zullen de
ondergetekenden in zodanig geval gerechtigd zijn, mits zij voor
de uitkering de wens daartoe te kennen hebben gegeven, een
aandeel in de schadepenningen overeenkomende met het aandeel
waarin de betreffende eigenaar in de gemeenschap gerechtigd is,
van deze terug te vorderen. Ingeval van toepassing van artikel
876 j lid 4 van het Burgerlijk Wetboek zal de uitkering van het
aandeel in bedoeld geval in plaats van aan de eigenaar geschieden
aan de ondergetekenden.
Gaat de verschuldigde uitkering een bedrag van tweeduizend
vijfhonderd gulden ((¦ 2.500,--) te boven, dan geschiedt
zij op de wijze te bepalen door de vergadering van eigenaars,
zulks blijkende uit een door de voorzitter gewaarmerkt afschrift
van de notulen der vergadering.
Door uitkering overeenkomstig de voorwaarden dezer polis zullen
ondergetekenden tegenover alle belanghebbenden volledig zijn
gekweten."
6. In geval door de eigenaars besloten wordt tot herstel of
herbouw, is het bepaalde in artikel 876 j leden 2 tot en met 4 en
artikel 876 k van het Burgerlijk Wetboek van toepassing, met dien
verstande, dat uitkering van het aan iedere eigenaar toekomende
aandeel in de assurantiepenningen aan deze slechts zal kunnen
geschieden met toestemming van degenen die op het desbetreffende
appartementsrecht een recht van hypotheek hebben.
7. Indien de schadepenningen niet toereikend blijken te zijn voor
herstel of herbouw, draagt iedere eigenaar bij in het tekort, in
de verhouding vermeld in artikel 23, onverminderd het verhaal op
degene die voor de schade aansprakelijk is.
8. Iedere eigenaar is bevoegd een suppletoire verzekering te
sluiten. In het geval bedoeld in het tweede lid van artikel 875 l
van het Burgerlijk Wetboek is het bestuur tot het sluiten van een
suppletoire verzekering verplicht.
Artikel 26a
De roerende goederen als bedoeld in artikel 2 sub c zullen ten
name van de gezamenlijke eigenaars door het bestuur worden
verzekerd bij één of meer door de vergadering aan
te wijzen verzekeraars tegen brand-, waaronder begrepen
ontploffingsschade.
Voorts zal de vergadering bevoegd zijn te besluiten tot het
aangaan van verzekeringen tegen andere gevaren, bijvoorbeeld
tegen water- en stormschade, wettelijke aansprakelijkheid en
dergelijke.
K. Overtredingen
Artikel 27
1. Bij overtreding van één der bepalingen van de
wet, van het reglement of van het huishoudelijk reglement, hetzij
door een eigenaar, hetzij door een gebruiker, zal het bestuur de
betrokkene een schriftelijke waarschuwing doen toekomen per
aangetekende brief en hem wijzen op de overtreding.
2. Indien de betrokkene geen gevolg geeft aan de waarschuwing,
kan de vergadering hem een boete opleggen van ten hoogste een
bedrag dat in de akte zal worden bepaald voor elke overtreding,
onverminderd de gehoudenheid van de overtreder tot
schadevergoeding, zo daartoe termen aanwezig zijn, en
onverminderd de andere maatregelen, welke de vergadering kan
nemen krachtens de wet of het reglement.
3. Het vorenstaande geldt niet, indien een eigenaar zijn
financiële verplichtingen jegens de vereniging of jegens de
gezamenlijke eigenaars niet of niet tijdig nakomt.
4. De te verbeuren boeten komen ten bate van het reservefonds,
indien dit gevormd is; mocht er geen reservefonds gevormd zijn,
dan zullen de boeten op een andere, door het bestuur te bepalen
wijze ten bate van de vereniging komen.
L. Huishoudelijk Reglement
Artikel 28
1. Behoudens het bepaalde in de voorafgaande artikelen kan het
gebruik van de gemeenschappelijke gedeelten en de
gemeenschappelijke zaken alsmede het genot van de
gemeenschappelijke huishouding worden geregeerd door een
huishoudelijk reglement, dat alsdan zal worden vastgesteld en dat
kan worden aangevuld of gewijzigd door de vergadering met een
meerderheid van tenminste twee/derde van het aantal uitgebrachte
stemmen, waarin een aantal eigenaars tegenwoordig of
vertegenwoordigd is, dat tenminste twee/derde van het totaal
aantal stemmen kan uitbrengen.
Artikel 37 lid 5 is van overeenkomstige toepassing.
2. De regels als bedoeld in artikel 876 c van het Burgerlijk
Wetboek moeten in het huishoudelijk reglement worden opgenomen en
zullen met het reglement niet in strijd mogen zijn. Ook op deze
regels is het in het voorgaande lid bepaalde van toepassing.
3. Bij vervreemding van een appartementsrecht is de nieuwe
eigenaar die het privé gedeelte zelf in gebruik wil nemen,
verplicht een verklaring te tekenen dat hij de bepalingen van het
huishoudelijk reglement zal naleven. Voor de toepassing van deze
bepaling wordt het vestigen van een zakelijk genotsrecht op een
appartementsrecht met vervreemding gelijkgesteld.
M. Oprichting van een vereniging van eigenaars en vaststelling
van statuten van deze vereniging
I Algemene bepalingen
Artikel 29
1. Bij de akte wordt opgericht een vereniging van eigenaars als
bedoeld in artikel 875 f, eerste lid onder e van het Burgerlijk
Wetboek.
2. De naam van de vereniging en de plaats waar zij gevestigd is
worden in de akte bepaald.
3. De vereniging heeft ten doel het behartigen van de
gemeenschappelijke belangen van de eigenaars en meer in het
bijzonder:
a. het beheer van de gemeenschap, met uitzondering van de
privé gedeelten;
b. het voeren van een gemeenschappelijke huishouding ten behoeve
van de eigenaars en de gebruikers;
c. het aangaan van overeenkomsten met de eigenaars en met de
gebruikers, zoals bedoeld in artikel 4 lid 3;
d. het verkrijgen van eigen appartementsrechten en het bezwaren
daarvan.
4. Onder het voeren van een gemeenschappelijke huishouding als
vorenbedoeld zal in ieder geval het vervullen van de volgende
diensten en voorzieningen zijn begrepen:
a. het verstrekken van één warme maaltijd per
persoon per dag;
b. het verstrekken van huishoudelijke hulp gedurende een aantal
uren per week, waaronder begrepen het schoonmaken van de
gemeenschappelijke gedeelten en, voorzover daarin in het
huishoudelijk reglement wordt voorzien, van de privé
gedeelten;
c. het tegen vergoeding beschikbaar stellen van de eventueel in
het gebouw aanwezige logeerkamers;
d. het verwarmen van het gebouw, met inbegrip van de privé
gedeelten, door middel van een centrale verwarmingsinstallatie,
alsmede het leveren van warm water.
Artikel 30
De activa van het vermogen van de vereniging worden gevormd door
de bijdragen van de eigenaars en gebruikers verschuldigd
ingevolge de bepalingen van dit reglement, alsmede door andere
baten.
Artikel 31
1. Er kan een reservefonds worden gevormd, waaruit buitengewone
uitgaven kunnen worden bestreden. Aan dat fonds zal geen andere
bestemming worden gegeven tenzij krachtens besluit van de
vergadering met toepassing van het bepaalde in artikel 37, lid 5,
dan wel na opheffing van de splitsing.
2. De gelden van het reservefonds worden krachtens besluit van de
vergadering gedeponeerd op een afzonderlijke bankrekening, ten
name van de vereniging.
3. Over de in het vorige lid bedoelde gelden kan slechts door de
voorzitter en één van de eigenaars, die daartoe
door de vergadering zal worden aangewezen, en na bekomen
machtiging van de vergadering worden beschikt, tenzij de gelden
worden gebruikt in overeenstemming met een tevoren vastgestelde
begrotingspost.
4. De vergadering zal kunnen besluiten tot belegging van de
geldmiddelen van het reservefonds, welke belegging echter niet
anders zal mogen geschieden dan op de wijze als aangegeven in de
Beleggingswet.
5. De waardepapieren zullen moeten worden bewaard op de wijze als
door de vergadering bepaald.
II Vergadering van eigenaars
Artikel 32
1. De vergaderingen van eigenaars worden gehouden op een door de
vergadering te bepalen plaats.
Jaarlijks binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar zal een
vergadering worden gehouden waarin, in overeenstemming met
artikel 18 lid 3, door het bestuur de exploitatierekening over
het afgelopen boekjaar wordt verstrekt die door de vergadering
moet worden vastgesteld voor de vaststelling van de definitieve
bijdrage door iedere eigenaar. In deze of een eerdere vergadering
wordt tevens een nieuwe begroting opgesteld voor het aangevangen
of het komende jaar.
3. Vergaderingen worden voorts gehouden zo dikwijls het bestuur
of de voorzitter zulks nodig achten, alsmede indien tenminste een
in de akte te bepalen aantal eigenaars onder nauwkeurige
schriftelijke opgave van de te behandelen punten zulks verzoeken
aan het bestuur.
4. Indien een door eigenaars verlangde vergadering niet door het
bestuur wordt bijeengeroepen op een zodanige termijn, dat de
verlangde vergadering binnen één maand na
binnenkomen van het verzoek wordt gehouden, zijn de verzoekers
bevoegd zelf een vergadering bijeen te roepen met inachtneming
van dit reglement.
5. Door de vergadering wordt uit de eigenaars of hun echtgenoten
een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter benoemd. Voor
de eerste maal kan de benoeming van de voorzitter bij de akte
geschieden.
De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter worden voor
onbepaalde tijd benoemd met dien verstande, dat zij als zodanig
van rechtswege defungeren zodra zij ophouden eigenaars te zijn.
Zij kunnen te allen tijde door de vergadering worden
ontslagen.
6. De voorzitter, casu quo de plaatsvervangend voorzitter, is
belast met de leiding van de vergaderingen; bij hun afwezigheid
voorziet de vergadering zelf in haar leiding.
7. De oproeping ter vergadering vindt plaats met inachtneming van
een termijn van tenminste acht vrije dagen en wordt verzonden
naar de werkelijke of, in overeenstemming met artikel 15 Boek 1
van het Burgerlijk Wetboek, gekozen woonplaats van de eigenaars;
zij bevat de opgave van de punten der agenda alsmede de plaats
van de vergadering.
8. De plaatsvervangend voorzitter treedt op ingeval van
ontstentenis of belet van de voorzitter.
9. De aanwezigheid ter vergadering blijkt uit de
vóór de aanvang van de vergadering ondertekende
presentielijst.
Artikel 33
1. Stemgerechtigd zijn de eigenaars, onverminderd het bepaalde in
artikel 875 q lid 3 van het Burgerlijk Wetboek.
2. Zolang een opvolgend eigenaar niet heeft voldaan aan het
bepaalde in artikel 875 p van het Burgerlijk Wetboek, heeft hij
niet het recht zijn stemrecht uit te oefenen, noch het recht
vergaderingen bij te wonen.
3. Het maximum aantal stemmen in de vergadering en de verdeling
van de stemmen worden in de akte bepaald.
4. Voor de appartementsrechten die toekomen aan de vereniging
kunnen de daaraan verbonden stemmen door de vereniging worden
uitgebracht.
Artikel 34
1. Indien een appartementsrecht aan meer personen toekomt, zullen
deze hun rechten in de vergadering slechts kunnen uitoefenen door
middel van één hunner of van een derde, daartoe
schriftelijk aangewezen.
2. Indien zij over hun vertegenwoordiging ter vergadering niet
tot overeenstemming kunnen komen, is de meest gerede hunner
bevoegd de kantonrechter te verzoeken een derde aan te wijzen als
vertegenwoordiger.
Artikel 35
1. Ieder der eigenaars is bevoegd, hetzij in persoon, hetzij bij
een schriftelijk gevolmachtigde, de vergadering bij te wonen,
daarin het woord te voeren en het stemrecht uit te oefenen,
behoudens het bepaalde in artikel 875 q van het Burgerlijk
Wetboek.
2. Ook de echtgenoten van de eigenaars mogen ter vergadering
aanwezig zijn.
3. De voorzitter kan het hoofd van de gemeenschappelijke
huishouding uitnodigen ter vergadering aanwezig te zijn.
Artikel 36
1. Alle besluiten, waarvoor in dit reglement of krachtens de wet
geen afwijkende regeling is voorgeschreven, worden genomen met
volstrekte meerderheid der uitgebrachte stemmen.
2. Bij staking van stemmen over zaken wordt het voorstel geacht
te zijn verworpen.
Indien bij stemming over personen geen hunner de volstrekte
meerderheid der uitgebrachte stemmen verkrijgt, wordt herstemd
tussen de twee personen, die de meeste stemmen op zich verenigd
hebben.
Indien meer dan twee personen in dit geval verkeren en een gelijk
aantal stemmen hebben verkregen, wordt door loting uitgemaakt,
welke twee van hen voor herstemming in aanmerking komen.
Indien het grootste aantal stemmen slechts door één
persoon is verkregen, zal worden herstemd tussen die persoon en
een persoon, die een aantal stemmen verkregen heeft, hetwelk het
dichtst het grootste aantal stemmen nabijkomt, en indien meer
personen in dit laatste geval verkeren, zal door het lot worden
beslist, wie van hen voor herstemming in aanmerking komt. Bij
deze tweede stemming is alsdan gekozen hij, die de meeste stemmen
op zich verenigd heeft, terwijl ingeval bij deze tweede stemming
de stemmen staken, het lot beslist. Blanco stemmen zijn van
onwaarde.
3. Met een besluit van de vergadering staat gelijk een voorstel,
waarmede alle eigenaars schriftelijk hun instemming hebben
betuigd.
4. In een vergadering, waarin minder dan de helft van het in
artikel 33 lid 3 bedoelde maximum aantal stemmen kan worden
uitgebracht, kan geen geldig besluit worden genomen.
In dat geval zal een nieuwe vergadering worden uitgeschreven, te
houden niet vroeger dan twee en niet later dan zes weken na de
eerste.
In de oproeping tot deze vergadering zal mededeling worden
gedaan, dat de komende vergadering een tweede vergadering is als
bedoeld in dit artikel. In deze vergadering zal over de
aanhangige onderwerpen een besluit kunnen worden genomen ongeacht
het aantal stemmen, dat ter vergadering kan worden
uitgebracht.
Artikel 37
1. De vergadering beslist over het beheer van de
gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken,
voorzover de beslissing hierover niet aan het bestuur is
opgedragen.
2. De beslissing over het onderhoud van de gemeenschappelijke
gedeelten en de gemeenschappelijke zaken berust bij het bestuur.
Het bestuur kan echter geen onderhoudswerkzaamheden opdragen die
een in de akte te bepalen bedrag te boven gaan, indien het
daartoe niet vooraf door de vergadering is gemachtigd.
3. De vergadering beslist over de kleur van het buitenverfwerk
alsmede over de kleur van dat gedeelte van het binnenverfwerk
hetwelk moet geschieden aan de gemeenschappelijke gedeelten en de
gemeenschappelijke zaken en aan die zijde van de particuliere
voordeur die is gekeerd naar de hallzijde.
4. Iedere eigenaar en/of gebruiker is verplicht zijn medewerking
te verlenen aan de uitvoering van de besluiten der vergadering,
voor zover dit redelijkerwijze van hem verlangd kan worden. Lijdt
hij als gevolg hiervan schade dan wordt deze hem door de
vereniging vergoed.
5. Besluiten door de vergadering tot het doen van uitgaven die
een in de akte te bepalen bedrag te boven gaan, kunnen slechts
worden genomen met een meerderheid van tenminste twee/derde van
het aantal uitgebrachte stemmen in een vergadering, waarin een
aantal eigenaars tegenwoordig of vertegenwoordigd is dat
tenminste twee/derde van het totaal aantal stemmen kan
uitbrengen. In een vergadering, waarin minder dan twee/derde van
het in de vorige zin bedoelde maximum aantal stemmen kan worden
uitgebracht, kan geen geldig besluit worden genomen.
In dat geval zal een nieuwe vergadering worden uitgeschreven, te
houden niet vroeger dan twee en niet later dan zes weken na de
eerste.
In de oproeping tot deze vergadering zal mededeling worden gedaan
dat de komende vergadering een tweede vergadering is als bedoeld
in dit artikel. In deze vergadering zal over de aanhangige
onderwerpen een besluit kunnen worden genomen ongeacht het aantal
stemmen, dat ter vergadering kan worden uitgebracht, echter met
inachtneming van een meerderheid van twee/derden.
6. Het in het vorige lid bepaalde geldt niet voor uitgaven met
betrekking tot posten die door de vergadering overeenkomstig
artikel 18 lid 1 en artikel 32 lid 2 op de jaarlijkse begroting
zijn geplaatst voorzover deze posten niet een in het
huishoudelijk reglement te bepalen percentage overschrijden, of
voor uitgaven waarvoor een speciale reserve is gevormd.
7. Indien door de vergadering overeenkomstig het in het vijfde
lid bepaalde tot het doen van een uitgave wordt besloten, wordt
tevens de extra voorschot-bijdrage bepaald, welke door het
bestuur te dier zake van de eigenaars kan worden gevorderd. De
uitvoering van zodanige besluiten kan eerst geschieden wanneer de
voor de uitvoering benodigde gelden in de kas van de vereniging
gereserveerd zijn.
8. Het in lid 5 bepaalde geldt eveneens voor besluiten tot
verbouwing of voor besluiten tot het aanbrengen van nieuwe
installaties of tot het wegbreken van bestaande installaties,
voor zover deze niet als een uitvloeisel van het normale beheer
zijn te beschouwen.
De eigenaar, die van zodanige maatregel geen voordeel trekt, is
niet verplicht in de kosten hiervan bij te dragen.
9. Op besluiten van de vergadering van eigenaars zoals bedoeld in
artikel 876 e lid 4 van het Burgerlijk Wetboek is het in lid 5
bepaalde van overeenkomstige toepassing.
Artikel 38
1. Tot het aangaan van overeenkomsten, waaruit regelmatig
terugkerende verplichtingen voortvloeien, die zich over een
langere periode dan een jaar uitstrekken, kan slechts door de
vergadering worden besloten, voorzover de mogelijkheid hiertoe
uit het reglement blijkt.
2. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor overeenkomsten
die betrekking hebben op het normale beheer van de gemeenschap en
de gemeenschappelijke huishouding, waaronder begrepen het
aanstellen van het daarvoor vereiste personeel.
3. Van deze bepaling kan zelfs niet met algemene stemmen worden
afgeweken.
Artikel 39
1. Van het behandelde in de vergaderingen worden, tenzij hiervan
een notarieel proces-verbaal wordt opgemaakt, onderhandse notulen
gehouden, welke moeten worden ondertekend door de voorzitter en
een lid van het bestuur.
2. Artikel 46 van het Wetboek van Koophandel is ten deze van
overeenkomstige toepassing (lees: Het staat de rechter vrij aan
de notulen van de vergaderingen van eigenaars zodanige
bewijskracht toe te kennen, als hij in ieder bijzonder geval zou
vermenen te behoren; onverminderd de wettelijke bewijskracht van
authentieke akten).
3. Iedere eigenaar kan te allen tijde inzage van de notulen
verlangen.
III Het Bestuur van de vereniging
Artikel 40
1. Het bestuur van de vereniging berust bij drie of meer
administrateurs, die benoemd worden door de vergadering. Deze zal
ook een plaatsvervangend administrateur kunnen benoemen.
2. De administrateurs worden benoemd voor onbepaalde tijd en
kunnen te allen tijde door de vergadering worden geschorst en
ontslagen.
Behalve de penningmeester of - indien het secretariaat en het
penningmeesterschap door één persoon worden
uitgeoefend - de secretaris-penningmeester, kunnen de
administrateurs uitsluitend worden benoemd uit de eigenaars, de
echtgenoten van de eigenaars dan wel degenen, die statutair ter
vertegenwoordiging van een eigenaar-rechtspersoon optreden.
3. Het bestuur beheert de middelen van de vereniging en draagt
zorg voor de tenuitvoerlegging van de besluiten van de
vergadering, onverminderd het bepaalde in artikel 31.
Artikel 41
1. Het bestuur besluit bij volstrekte meerderheid van de
uitgebrachte stemmen in een bestuursvergadering waarin alle
administrateurs aanwezig of schriftelijk vertegenwoordigd
zijn.
2. Met inachtneming van het bepaalde in het vorige lid wordt de
vereniging in- en buiten rechte vertegenwoordigd door de
voorzitter van het bestuur.
Bij tijdelijke verhindering of ontstentenis van de voorzitter van
het bestuur, alsmede bij tegenstrijdig belang van de voorzitter
van het bestuur met de vereniging of met de gezamenlijke
eigenaars, treden twee andere administrateurs ter
vertegenwoordiging van de vereniging op. Ingeval van
tegenstrijdig belang van het gehele bestuur met de vereniging of
met de gezamenlijke eigenaars, zal de vergadering iemand
aanwijzen ter vertegenwoordiging van de vereniging.
3. Het bestuur behoeft de machtiging van de vergadering voor het
instellen van en het berusten in rechtsvorderingen en het aangaan
van dadingen alsmede voor het aangaan van rechtshandelingen en
het geven van kwijtingen een belang van een in de akte te bepalen
bedrag te boven gaande. Op het ontbreken van de machtiging kan
tegenover derden een beroep worden gedaan. Het bestuur behoeft
echter geen machtiging om verweer te voeren in kort geding.
4. Voor zover in verband met de omstandigheden het nemen van
spoedeisende maatregelen, welke uit een normaal beheer kunnen
voortvloeien, noodzakelijk is, is het bestuur zonder opdracht van
de vergadering hiertoe bevoegd, met dien verstande, dat het
bestuur voor het aangaan van verbintenissen die een in de akte te
bepalen bedrag te boven gaan, de machtiging van de vergadering
nodig heeft.
5. Het bestuur is verplicht aan iedere eigenaar alle inlichtingen
te verstrekken betreffende de administratie, welke die eigenaar
mocht verlangen en hem op zijn verzoek inzage te verstrekken van
alle op die administratie betrekking hebbende boeken, registers
en bescheiden.
Artikel 42
Het bestuur legt een register aan van eigenaars en gebruikers. Na
kennisgeving als bedoeld in de artikelen 875p lid 2 en 875q lid 4
van het Burgerlijk Wetboek, wordt het register door het bestuur
bijgewerkt.
Artikel 43
Het bestuur is verplicht de kasmiddelen van de vereniging te
plaatsen op een giro- of bankrekening ten name van de
vereniging.
Artikel 44
Het bestuur is bevoegd de regeling van de gemeenschappelijke
huishouding op te dragen aan een directeur en een door het
bestuur te bepalen aantal personeelsleden. De benoeming en het
ontslag van de directeur en vorenbedoelde personeelsleden
geschieden door het bestuur, dat ook de arbeidsvoorwaarden
vaststelt. De taak van de directeur wordt geregeld in het
huishoudelijk reglement.
ANNEX A
Variatie op het reglement:
BEPALINGEN OP TE NEMEN, WANNEER HET GEBRUIK VAN HET PRIVE GEDEELTE AFHANKELIJK WORDT GESTELD VAN DE TOESTEMMING VAN DE VERGADERING
Invoegen na artikel 19:
Artikel 20
1. Indien een eigenaar zijn privé gedeelte met inbegrip
van het medegebruik van de gemeenschappelijke gedeelten en de
gemeenschappelijke zaken aan een ander in gebruik wil geven en
eveneens het genot van de gemeenschappelijke huishouding aan die
ander wil doen verschaffen, zal die ander het gebruik
respectievelijk genot slechts kunnen verkrijgen na voorafgaande
schriftelijke toestemming van de vergadering alsmede na
ondertekening van een in duplo opgemaakte en gedagtekende
verklaring dat hij het reglement en het huishoudelijk reglement,
alsmede een besluit als bedoeld in artikel 876c van het
Burgerlijk Wetboek, voorzover die op een gebruiker betrekking
hebben, zal naleven en dat hij een overeenkomst zoals bedoeld in
artikel 4 lid 3 aangaat.
2. Van de in lid 1 bedoelde verklaring behoudt zowel de gebruiker
als het bestuur een exemplaar.
3. De in lid 1 bedoelde verklaring zal geacht worden ook
betrekking te hebben op besluiten en bepalingen die eerst na die
verklaring worden vastgesteld, tenzij een beroep op die besluiten
en bepalingen jegens de gebruiker in strijd zou zijn met de goede
trouw.
4. Het bestuur zal de gebruiker van iedere aanvulling of
verandering van het reglement of huishoudelijk reglement, alsmede
van een besluit als bedoeld in artikel 876c van het Burgerlijk
Wetboek, op de hoogte stellen.
Artikel 20a
1. Teneinde de toestemming van de vergadering te verkrijgen zal
de gegadigde zich schriftelijk wenden tot het bestuur, onder
verstrekking van alle verlangde gegevens, welke dienstig zijn ter
beoordeling van de gegadigde en zijn gezin.
2. Het bestuur is verplicht binnen veertien dagen na de ontvangst
van het in het vorige lid bedoelde schrijven een vergadering
bijeen te roepen, waarop over de toelating van de gegadigde wordt
beslist.
3. Weigering van de gegadigde zal slechts mogen plaats vinden,
indien naar redelijkheid en billijkheid van de overige bewoners
niet mag worden verlangd dat zij de gegadigde in hun midden
opnemen en wanneer niet voldaan is aan het bepaalde in de
artikelen 20 en 21.
Artikel 21
1. Het bestuur kan te allen tijde verlangen dat de gebruiker zich
jegens de vereniging als borg verbindt voor de eigenaar, en wel
voor de richtige voldoening van hetgeen laatstgenoemde ingevolge
de wet, het reglement en het huishoudelijk reglement aan de
vereniging schuldig is of zal worden.
2. Voormelde borgtocht zal zich slechts uitstrekken tot
verplichtingen van de betrokken eigenaar die opeisbaar worden na
het tijdstip, waarop per aangetekende brief door het bestuur aan
de gebruiker is medegedeeld dat de vereniging van de in het
vorige lid bedoelde bevoegdheid gebruik wenst te maken. Bovendien
zal de gebruiker uit hoofde van de hierbedoelde borgtocht per
maand nimmer meer verschuldigd zijn dan een bedrag,
overeenkomende met de geschatte maandelijkse huurwaarde van het
desbetreffende privé gedeelte.
3. Verlangd zal kunnen worden dat de borg afstand doet van het
voorrecht van uitwinning en van alle andere voorrechten en
excepties door de wet aan borgen toegekend of nog toe te
kennen.
Artikel 22
1. De gebruiker die zonder de in artikel 20 bedoelde verklaring
getekend te hebben of zonder de in artikel 21 bedoelde
verplichting te zijn nagekomen dan wel zonder de ingevolge de in
artikel 20 vereiste toestemming het privé gedeelte
betrokken heeft, kan door het bestuur hieruit worden verwijderd
en hem kan het medegebruik van de gemeenschappelijke gedeelten en
de gemeenschappelijke zaken worden ontzegd.
2. Indien iemand zonder enige titel een privé gedeelte
betrokken heeft, kan hij hieruit door het bestuur worden
verwijderd als onherroepelijk hiertoe door de eigenaars
gemachtigd.
3. Het bestuur gaat niet tot ontruiming over dan nadat de
betrokkene tot ontruiming is aangemaand. Van het bevel tot
ontruiming staat binnen veertien dagen beroep open op de
vergadering.
Invoegen na artikel 25:
Artikel 25a
1. De nieuwe eigenaar is verplicht de toestemming van de
vergadering te vragen alvorens het privé gedeelte zelf in
gebruik te nemen dan wel een ander als gebruiker daarvan toe te
laten. Artikel 20a leden 1 tot en met 3 en artikel 22 zijn van
toepassing.
2. Ingeval van openbare verkoping zal in afwijking van het eerste
lid de toestemming moeten worden gevraagd aan het bestuur, dat
haar kan verlenen nadat de voorzitter van de vergadering
geraadpleegd is. Te dien einde zal iedere gegadigde zich kunnen
wenden tot het bestuur met het verzoek af te geven de verklaring
dat geen bezwaar zal worden gemaakt tegen gebruik door de
gegadigde met zijn gezin van het privé gedeelte waarop het
te verkopen appartementsrecht betrekking heeft, indien dit bij de
openbare verkoop aan hem mocht worden toegewezen.
Teneinde de toestemming van het bestuur te verkrijgen zal de
gegadigde deze onder betaling van een in het huishoudelijk
reglement te bepalen bedrag ter bestrijding van de te maken
onkosten, de gegevens verstrekken bedoeld in artikel 20a lid
1.
3. Indien het bestuur de toestemming weigert, kan de gegadigde in
beroep komen bij de vergadering.
Deze wordt in dat geval terstond bijeengeroepen en kan beslissen
ongeacht het aanwezige quorum, terwijl de termijn van oproeping
ten hoogste drie dagen bedraagt.
4. Het bepaalde in de leden 2 en 3 is mede van toepassing bij
verkoop door de eerste hypothecaire schuldeiser ingevolge een
beding als bedoeld in artikel 1223 van het Burgerlijk Wetboek,
tenzij bedoelde schuldeiser tenminste dertig dagen
vóór de veiling aan het bestuur bij aangetekende
brief heeft medegedeeld dat hij in de veilingsvoorwaarden de
bepaling wenst op te nemen, dat de koper een verklaring zal
kunnen afleggen krachtens welke hij en zijn rechtsopvolgers
bevoegd zullen zijn het privé gedeelte zelf in gebruik te
nemen en - in afwijking van artikel 20 - aan derden in gebruik af
te staan zonder dat hiervoor enige toestemming vereist is. De
hierbedoelde verklaring dient te worden opgenomen in een daartoe
bestemde notariële akte, waarvan een afschrift zal worden
overgeschreven in de openbare registers gelijktijdig met het
afschrift of uittreksel van het proces-verbaal van gunning. Het
bestuur is verplicht de verklaring ter kennis te brengen van de
andere eigenaars.
5. Indien de koper een verklaring als bedoeld in lid 4 heeft
afgelegd, zal binnen één maand na de overschrijving
in de openbare registers door het bestuur een vergadering
bijeengeroepen worden, waarin beraadslaagd zal worden over de
wijziging van het in artikel 20 en in dit artikel bepaalde, in
dier voege, dat ook de andere eigenaars en hun rechtsopvolgers
bevoegd zullen zijn het privé gedeelte waarop hun
appartementsrecht betrekking heeft in gebruik te nemen of aan
anderen in gebruik af te staan, zonder dat hiervoor enige
toestemming nodig is.
Heeft u een vraag of een opmerking? Neem dan contact met ons op!
Disclaimer: Disclaimer
U bent hier: Home » Modelreglementen » Regelement serviceflat 1975