U bent hier: Home » Modelreglementen » Splitsingsreglement 1972
Ga naar: Homepage
A. Definities
Artikel 1
In het reglement wordt verstaan onder:
a. "de akte": de akte van splitsing;
b. "gebouw": het gebouw of de gebouwen dat/die in de splitsing is/zijn betrokken;
c. "eigenaar": de gerechtigde tot een appartementsrecht,
daaronder begrepen hij, die een beperkt zakelijk genotsrecht op
een appartementsrecht heeft;
d. "gemeenschappelijke gedeelten": die gedeelten van het gebouw
alsmede de daarbij behorende grond die blijkens de akte niet
bestemd zijn of worden om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;
e. "gemeenschappelijke zaken": alle zaken die bestemd zijn of
worden om door alle eigenaars of een bepaalde groep van eigenaars
gebruikt te worden voorzover niet vallende onder d;
f. "privé gedeelte": het gedeelte of de gedeelten van het
gebouw en de daarbij behorende grond dat/die blijkens de akte
bestemd is/zijn of wordt/worden om als afzonderlijk geheel te
worden gebruikt;
g. "gebruiker": degene die anders dan als eigenaar of als
hebbende een zakelijk genotsrecht op een appartementsrecht het
recht van uitsluitend gebruik heeft van een privé gedeelte
en het medegebruik heeft van gemeenschappelijke gedeelten en/of
gemeenschappelijke zaken;
h. "vereniging": de vereniging van eigenaars als bedoeld in
artikel 876 van het Burgerlijk Wetboek;
i. "vergadering": de vergadering van eigenaars als bedoeld in
artikel 876 b van het Burgerlijk Wetboek.
B. Regeling omtrent het gebruik, het beheer en het onderhoud
van de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke
zaken
(vergelijk artikel 875 f lid 1 onder c Burgerlijk
Wetboek)
Artikel 2
Tot de gemeenschappelijke gedeelten worden ondermeer
gerekend:
a. funderingen, dragende muren en kolommen, het geraamte van het
gebouw en het ruwe metselwerk, alsmede de vloeren, de
buitengevels, waaronder begrepen raamkozijnen, deuren,
balkon-constructies, borstweringen, galerijen, terrassen en
gangen, de daken, schoorstenen en ventilatiekanalen, de
traphuizen en hellingbanen, alsmede het hek- en traliewerk;
b. technische installaties met de daarbij behorende leidingen,
met name centrale verwarming (met uitzondering van de radiatoren
en radiatorkranen in de privé gedeelten),
luchtbehandeling, vuilafvoer, afvoer van hemelwater en riolering,
gas, water en hydrofoor, electriciteits- en telefoonleidingen,
gemeenschappelijke antenne, bliksembeveiliging, liften,
alarminstallatie, systemen voor oproep en deuropeners.
Artikel 3
Indien er twijfel bestaat of een zaak tot de gemeenschappelijke
gedeelten of de gemeenschappelijke zaken behoort, wordt hierover
beslist door de vergadering.
Artikel 4
Een eigenaar of gebruiker heeft het genot van de
gemeenschappelijke gedeelten en/of de gemeenschappelijke zaken,
volgens de bestemming daarvan.
Hij moet daarbij inachtnemen het reglement en het huishoudelijk
reglement en hij mag geen inbreuk maken op het recht van
mede-genot van de andere eigenaars of gebruikers.
Artikel 5
1. De eigenaars en gebruikers zijn verplicht zich te onthouden
van luidruchtigheid, het onnodig verblijf in de
gemeenschappelijke gedeelten, voorzover deze niet voor verblijf
voor korte of lange tijd bestemd zijn, en het daarin plaatsen van
fietsen, bromfietsen of andere voorwerpen op plaatsen, die
hiervoor niet zijn bestemd.
2. De wanden en/of plafonds van de hall en van het trappenhuis
mogen niet worden gebruikt voor het ophangen van schilderijen of
andere voorwerpen, en het aanbrengen van decoraties en
dergelijke.
3. De vergadering kan tot de in het eerste en tweede lid genoemde
handelingen toestemming verlenen, en een reeds verleende
toestemming intrekken.
Artikel 6
1. Iedere op-, aan- of onderbouw zonder toestemming van de
vergadering is verboden.
2. Het aanbrengen van naamborden, reclame- aanduidingen,
uithangborden, zonneschermen, vlaggen, bloembakken en andere
uitstekende voorwerpen mag slechts geschieden met toestemming van
de vergadering of volgens regels te bepalen in het huishoudelijk
reglement.
3. Een door de vergadering verleende toestemming kan - tenzij
anders bepaald is - worden ingetrokken.
4. Iedere eigenaar of gebruiker is te allen tijde bevoegd tot het
nemen van maatregelen, die strekken tot het afwenden van een voor
de gemeenschappelijke gedeelten of de gemeenschappelijke zaken
onmiddellijk dreigend gevaar. Hij is alsdan verplicht de
administrateur onmiddellijk te waarschuwen.
Artikel 7
De eigenaars of gebruikers mogen zonder toestemming van de
vergadering geen verandering in het gebouw aanbrengen, waardoor
de hechtheid ervan in gevaar zou worden gebracht of waardoor het
architectonisch uiterlijk of de constructie ervan gewijzigd zou
worden.
Artikel 8
(vergelijk artikel 876 a Burgerlijk Wetboek)
De vereniging voert het beheer over de gemeenschappelijke
gedeelten en de gemeenschappelijke zaken met inachtneming van het
in artikel 37 bepaalde.
C. Regeling omtrent het gebruik, het beheer en het onderhoud
van privé gedeelten
(vergelijk artikel 875 f lid 4 Burgerlijk Wetboek)
Artikel 9
1. Iedere eigenaar of gebruiker heeft het recht op uitsluitend
gebruik van zijn privé gedeelte, mits hij bij de
uitoefening van dat recht het reglement en het huishoudelijk
reglement in acht neemt en mits hij aan de andere eigenaars en
gebruikers geen onredelijke hinder toebrengt.
2. (zie artikel 875 l, laatste lid, gewijzigd bij de Memorie van
Antwoord)
De eigenaars en gebruikers zijn verplicht het privé
gedeelte te gebruiken overeenkomstig de daaraan nader in de akte
te regelen bestemming.
Een gebruik dat afwijkt van deze bestemming is slechts geoorloofd
met toestemming van de vergadering. De vergadering kan bij het
verlenen van de toestemming bepalen dat deze weer kan worden
ingetrokken.
3. In geval van wijziging van de bestemming van een privé
gedeelte, is artikel 875 l lid 2 van het Burgerlijk Wetboek van
toepassing.
Artikel 10
1. Iedere eigenaar of gebruiker is verplicht zijn privé
gedeelte behoorlijk te onderhouden. Tot dat onderhoud behoort met
name het schilder-, behang- en tegelwerk, de plafonds, de
afwerklagen van vloeren en balkons, het stucwerk, het
schoonhouden en ontstoppen van alle sanitair en leidingen, de
reparatie en vervanging van hang- en sluitwerk aan deuren en
ramen, ook aan die, welke zich in de buitengevel bevinden of de
scheiding vormen tussen de gemeenschappelijke gedeelten en het
privé gedeelte, de reparatie en vervanging van de
privé brievenbus, de reparatie van radiatoren en
radiatorkranen.
2. Iedere eigenaar of gebruiker is verplicht de nodige
zorgvuldigheid in acht te nemen met betrekking tot de
gemeenschappelijke gedeelten en/of de gemeenschappelijke zaken,
ook wanneer laatstgenoemde zaken zich in zijn privé
gedeelte bevinden.
3. Indien voor het verrichten van een handeling met betrekking
tot de gemeenschappelijke gedeelten of zaken de toegang tot of
het gebruik van een privé gedeelte noodzakelijk is, is de
betreffende eigenaar verplicht hiertoe zijn toestemming te
verlenen. Eventuele schade die hieruit voortvloeit, wordt door de
vereniging vergoed.
4. Indien voor het verrichten van een handeling met betrekking
tot een privé gedeelte de toegang of het gebruik van een
ander privé gedeelte noodzakelijk is, kan de toestemming
van de betreffende eigenaar met toepassing van artikel 875 o van
het Burgerlijk Wetboek vervangen worden door een machtiging van
de kantonrechter.
5. In het geval dat in een privé gedeelte belangrijke
schade is ontstaan of dreigt te ontstaan of gevaar dreigt voor
ernstige hinder van de andere eigenaars of gebruikers, dient de
eigenaar of de gebruiker de administrateur hiervan onverwijld in
kennis te stellen.
6. Glasschade in of aan een privé gedeelte komt voor
rekening van de betrokken eigenaar of gebruiker.
Artikel 11
1. De eigenaars of gebruikers van de privé gedeelten
gelegen direct onder het dak, zijn verplicht de installaties voor
radio, televisie en dergelijke, welke met toestemming of
krachtens besluit van de vergadering op het dak worden
aangebracht, te gedogen.
2. De eigenaars of gebruikers van de privé gedeelten
moeten de hoofdaansluitingen van gas, water, electriciteit, radio
en televisie met bijbehorende meters en installaties gedogen,
alles voorzover deze niet in de gemeenschappelijke gedeelten
zijn/worden geplaatst.
Artikel 12
Iedere eigenaar of gebruiker is tegenover de andere eigenaars of
gebruikers aansprakelijk voor de schade toegebracht aan het
gebouw of de gemeenschappelijke zaken en voor onredelijke hinder
veroorzaakt door de schuld van hemzelf of van zijn huisgenoten en
hij is verplicht voorzover dit redelijk is maatregelen te nemen
of te dulden die de strekking hebben bedoelde schade te
voorkomen.
Artikel 13
Het voortbrengen van muziek en andere storende geluiden is tussen
vier en twintig uur 's-nachts en 's-morgens zeven uur
verboden.
Artikel 14
1. Alle privé gedeelten met uitzondering van de zich
daarin bevindende gemeenschappelijke gedeelten en/of
gemeenschappelijke zaken, zijn voor rekening en risico van de
betrokken eigenaars.
2. Het in lid 1 bepaalde geldt niet voor schade die veroorzaakt
is door een evenement dat buiten de betrokken privé
gedeelten heeft plaats gehad. In dat geval komt de schade voor de
eigenaars gezamenlijk, onverminderd hun verhaal op degene die
voor de schade aansprakelijk is.
3. Alle zich in het privé gedeelte bevindende
gemeenschappelijke gedeelten en/of gemeenschappelijke zaken zijn
voor rekening en risico van de eigenaars gezamenlijk,
onverminderd hun verhaal op degene die voor de schade
aansprakelijk is.
Artikel 15
1. De eigenaar of gebruiker van een privé gedeelte,
voorzover bestemd tot tuin, is verplicht deze voor zijn rekening
als tuin aan te leggen en te onderhouden met inachtneming van de
besluiten van de vergadering en van het huishoudelijk
reglement.
2. De vierde titel van het tweede (lees: derde) Boek van het
Burgerlijk Wetboek is op de eigenaars en gebruikers van
toepassing.
3. Het is niet geoorloofd zonder toestemming van de vergadering
opgaand hout in de tuin te hebben, waardoor het uitzicht van de
andere eigenaars of gebruikers en het ontvangen van licht en
lucht door de ramen en openingen van het gebouw zouden worden
belemmerd.
4. Het is evenmin zonder toestemming van de vergadering
geoorloofd tegen de muren planten of heesters te laten opgroeien
tot voorbij vijftig centimeter beneden het laagste raamkozijn van
de eerste etage.
5. Een reeds verleende toestemming kan - tenzij anders is bepaald
- worden ingetrokken.
Artikel 16
Iedere eigenaar of gebruiker is verplicht alle handelingen na te
laten, waardoor schade kan worden toegebracht aan de belangen van
hypotheekhouders en andere zakelijke gerechtigden en hij is
verplicht alles te doen wat dienstig kan zijn ter voorkoming van
die schade.
D. Schulden en kosten voor rekening van de gezamenlijke
eigenaars
Artikel 17
Tot de schulden en kosten als bedoeld in artikel 875 f eerste lid
onder a van het Burgerlijk Wetboek worden gerekend:
a. die welke gemaakt zijn in verband met het normale onderhoud of
het normale gebruik van de gemeenschappelijke gedeelten of van de
gemeenschappelijke zaken of tot het behoud daarvan;
b. die welke verband houden met noodzakelijke
herstellingswerkzaamheden en vernieuwingen van de
gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken,
voorzover die ingevolge het reglement of een rechterlijke
beslissing als bedoeld in artikel 875 o van het Burgerlijk
Wetboek niet ten laste komen van bepaalde eigenaars;
c. de schulden en kosten van de vereniging;
d. het bedrag van de schadevergoeding door de gezamenlijke
eigenaars als zodanig verschuldigd aan één van hen
of een derde;
e. de kosten van een rechtsgeding waarin de gezamenlijke
eigenaars als eisers of als verweerders optreden;
f. de assurantiepremiën verschuldigd naar aanleiding van de
verzekeringen, die door het reglement zijn voorgeschreven of
waartoe ingevolge artikel 26 door de vergadering is besloten;
g. de verschuldigde publiekrechtelijke lasten voorzover geen
aanslag is opgelegd aan de afzonderlijke eigenaars;
h. de kosten van brandstof, de electriciteit en het water,
benodigd voor de centrale verwarming annex warmwaterinstallaties,
tenzij de akte daaromtrent een afwijkende regeling bevat;
i. alle overige schulden en kosten, gemaakt in het belang van de
gezamenlijke eigenaars als zodanig.
E. Jaarlijkse exploitatierekening en begroting en te storten
bijdragen
(vergelijk artikel 875 f lid 1 onder b Burgerlijk
Wetboek)
Artikel 18
1. Van de gezamenlijke schulden en kosten genoemd in het vorige
artikel alsmede van een naar tijdsduur evenredig gedeelte van de
kosten verbonden aan het periodiek schilderwerk en noodzakelijke
vernieuwingen wordt jaarlijks door de administrateur een
begroting ontworpen en ter vaststelling aan de jaarlijkse
vergadering voorgelegd.
2. Met ingang van een nader in de akte te bepalen datum zal door
de eigenaars ten behoeve van de vereniging bij wijze van
voorschot-bijdragen maandelijks aan de administrateur worden
overgemaakt een/twaalfde gedeelte van hun na te vermelden aanslag
in het onder 1 bedoelde bedrag, bij welk bedrag gevoegd wordt
een/twaalfde gedeelte van het bedrag dat de eigenaars uit hoofde
van de in artikel 37 lid 7 bedoelde omslag verschuldigd zijn,
alsmede een in de akte te bepalen percentage van het totale
bedrag van de begroting zulks tot het vormen van het
reservefonds, hierna in artikel 31 omschreven.
3. Na afloop van elk boekjaar, dat in de akte nader zal worden
aangegeven, wordt ter berekening van na te vermelden definitieve
bijdrage door iedere eigenaar verschuldigd, door de
administrateur een exploitatierekening opgesteld over dat
boekjaar en ter vaststelling aan de jaarlijkse vergadering
voorgelegd. In deze rekening zullen de schulden en kosten van dat
boekjaar worden opgenomen.
4. Tenzij de vergadering anders beslist, zullen overschotten
betrekking hebbende op de exploitatierekening van het afgelopen
boekjaar aan de eigenaars worden gerestitueerd.
5. Mocht de exploitatierekening een tekort opleveren, dan moeten
de eigenaars dit tekort binnen een maand na daartoe door de
administrateur te zijn aangemaand, aanzuiveren.
6. Indien een eigenaar niet binnen acht dagen na verloop van de
in het vorige lid genoemde termijn het door hem verschuldigde aan
de administrateur heeft voldaan, is hij daarover rente
verschuldigd, waarvan het percentage nader in het huishoudelijk
reglement zal worden bepaald.
Artikel 27 is niet van toepassing.
Artikel 19
Indien een eigenaar het bedrag van zijn definitieve bijdrage niet
binnen zes maanden na verloop van de termijn bedoeld in lid 5 van
het vorige artikel heeft voldaan, wordt zijn schuld omgeslagen
over de andere eigenaars in de verhouding als is omschreven in
artikel 23 lid 3, ongeacht de maatregelen die jegens de nalatige
eigenaar kunnen worden genomen en behoudens recht van verhaal van
de andere eigenaars op eerstgenoemde.
F. Het in gebruik geven door de eigenaar van zijn privé
gedeelte aan een gebruiker
(vergelijk artikel 875 m juncto artikel 875 f lid 4 van het
Burgerlijk Wetboek)
Artikel 20
1. Indien een eigenaar zijn privé gedeelte met inbegrip
van het medegebruik van de gemeenschappelijke gedeelten en/of de
gemeenschappelijke zaken aan een ander in gebruik wil geven, zal
die ander het gebruik slechts kunnen verkrijgen na ondertekening
van een in duplo opgemaakte en gedagtekende verklaring dat hij
het reglement en het huishoudelijk reglement, alsmede een besluit
als bedoeld in artikel 876 c van het Burgerlijk Wetboek,
voorzover die op een gebruiker betrekking hebben, zal
naleven.
2. Van de in lid 1 bedoelde verklaring behoudt zowel de gebruiker
als de administrateur een exemplaar.
3. Onverminderd het bepaalde in artikel 875 m lid 3 van het
Burgerlijk Wetboek zal de in lid 1 bedoelde verklaring geacht
worden ook betrekking te hebben op besluiten en bepalingen die
eerst na die verklaring worden vastgesteld, tenzij een beroep op
die bepalingen jegens de gebruiker in strijd zou zijn met de
goede trouw.
4. De administrateur zal de gebruiker van iedere aanvulling of
verandering van het reglement of huishoudelijk reglement, alsmede
van een besluit als bedoeld in artikel 876 c van het Burgerlijk
Wetboek, op de hoogte stellen.
Artikel 21
1. De administrateur kan te allen tijde verlangen dat de
gebruiker zich jegens de vereniging als borg verbindt voor de
eigenaar, en wel voor de richtige voldoening van hetgeen
laatstgenoemde ingevolge het reglement aan de vereniging schuldig
is of zal worden.
2. Voormelde borgtocht zal zich slechts uitstrekken tot
verplichtingen van de betrokken eigenaar die opeisbaar worden na
het tijdstip, waarop per aangetekende brief door de
administrateur aan de gebruiker is medegedeeld, dat de vereniging
van de in het vorige lid bedoelde bevoegdheid gebruik wenst te
maken. Bovendien zal de gebruiker uit hoofde van de hier bedoelde
borgtocht per maand nimmer meer verschuldigd zijn dan een bedrag,
overeenkomende met de geschatte maandelijkse huurwaarde van het
desbetreffende privé gedeelte.
Verlangd zal kunnen worden dat de borg afstand doet van het
voorrecht van uitwinning en van alle andere voorrechten en
excepties door de wet aan borgen toegekend of nog toe te
kennen.
Artikel 22
1. De gebruiker die zonder de in de artikelen 20 en 21 bedoelde
verklaringen getekend te hebben een privé gedeelte
betrokken heeft, kan door de administrateur hieruit verwijderd
worden en hem kan het medegebruik van de gemeenschappelijke
gedeelten en/of gemeenschappelijke zaken worden ontzegd.
2. Indien iemand zonder enige titel een privé gedeelte
betrokken heeft kan hij hieruit door de administrateur worden
verwijderd als onherroepelijk hiertoe door de eigenaars
gemachtigd. De administrateur gaat niet tot ontruiming over dan
nadat hij de betrokkene tot ontruiming heeft aangemaand. Van het
bevel tot ontruiming staat binnen veertien dagen beroep open op
de vergadering.
G. Aandelen, die door de splitsing ontstaan, en aandelen in de
verplichting tot het bijdragen in de schulden en kosten, die voor
gemeenschappelijke rekening zijn
(zie artikel 875 g Burgerlijk Wetboek)
Artikel 23
1. De eigenaars zijn in de gemeenschap gerechtigd in de nader in
de akte te bepalen breukdelen.
2. De gemeenschappelijke baten worden in eenzelfde verhouding
tussen de eigenaars verdeeld.
3. In gelijke verhouding zijn de eigenaars verplicht bij te
dragen in de schulden en kosten, die voor gemeenschappelijke
rekening zijn.
H. Ontzegging van het gebruik van privé gedeelten
(zie artikel 875 f lid 4 Burgerlijk Wetboek)
Artikel 24
1. Aan de eigenaar die zelf het recht van gebruik uitoefent en
die:
a. de bepalingen van het reglement of het huishoudelijk reglement
of de bepalingen bedoeld in artikel 876 c van het Burgerlijk
Wetboek niet nakomt of overtreedt;
b. zich schuldig maakt aan onbehoorlijk gedrag jegens de andere
eigenaars en/of gebruikers,
kan door de vergadering een waarschuwing worden gegeven dat
indien hij ondanks deze waarschuwing binnen een jaar nadat hij
deze heeft ontvangen andermaal een of meer der genoemde
gedragingen verricht of voortzet, de vergadering overgaat tot de
in het volgende lid bedoelde maatregel.
2. Wordt een of meer der in het vorige lid bedoelde gedragingen
binnen genoemde termijn andermaal gepleegd of wordt deze
voortgezet, dan kan de vergadering besluiten tot ontzegging van
het gebruik van het privé gedeelte dat aan de eigenaar
toekomt.
3. De vergadering besluit niet tot het geven van een waarschuwing
of besluit niet tot ontzegging van het gebruik dan na verhoor of
behoorlijke oproeping van de eigenaar. De oproeping geschiedt ten
minste veertien dagen vóór de dag van de
vergadering, en wel bij aangetekende brief met vermelding van de
gerezen bezwaren. De eigenaar kan zich ter vergadering doen
vertegenwoordigen of doen bijstaan door een raadsman.
4 De in dit artikel bedoelde besluiten moeten worden genomen met
een meerderheid van ten minste twee/derde van de uitgebrachte
stemmen, in een vergadering waarin ten minste twee/derde van het
totaal aantal stemmen vertegenwoordigd is. Artikel 37 lid 5 is
van overeenkomstige toepassing.
5. De in dit artikel bedoelde besluiten worden door de
administrateur bij aangetekend schrijven ter kennis van de
belanghebbende en van de op zijn appartement ingeschreven
hypotheekhouders gebracht. De besluiten zullen de gronden
vermelden die tot de maatregel hebben geleid.
6. Een besluit tot ontzegging van het gebruik zal niet eerder ten
uitvoer mogen worden gelegd dan na verloop van een termijn van
een maand na verzending van de kennisgeving als in lid 5 bedoeld.
Beroep op de rechter ingevolge artikel 876 d van het Burgerlijk
Wetboek schorst de tenuitvoerlegging van het genomen besluit met
dien verstande, dat de schorsing wordt opgeheven, wanneer de
rechter zich met het besluit verenigt, zelfs wanneer de
betrokkene tegen deze uitspraak de rechtsmiddelen van hoger
beroep of cassatie zou kunnen aanwenden.
7. Indien een eigenaar zijn privé gedeelte in gebruik
heeft gegeven, is het in de vorige leden bepaalde op de gebruiker
van toepassing, wanneer deze een gedraging verricht als vermeld
in lid 1, of indien hij niet voldoet aan de financiële
verplichtingen voortvloeiende uit de door hem gestelde
borgtocht.
I. Vervreemding en bezwaring van het appartementsrecht
(zie artikel 875 k Burgerlijk Wetboek en 875 p Burgerlijk
Wetboek)
Artikel 25
1. Een appartementsrecht kan worden vervreemd en met hypotheek en
andere zakelijke rechten worden bezwaard. Onder vervreemding valt
ook toedeling.
2. Voor de terzake van het verkregen appartementsrecht
verschuldigde voorschot-bijdragen en definitieve bijdragen die in
het lopende of in het voorafgaande boekjaar opeisbaar zijn
geworden of nog zullen worden, zijn de verkrijger en de vroegere
eigenaar hoofdelijk aansprakelijk.
3. Alleen de vroegere eigenaar is aansprakelijk voor de extra
voorschot-bijdragen bedoeld in artikel 37 en de definitieve
bijdragen die verschuldigd zijn als gevolg van besluiten van de
vergadering die tot stand gekomen zijn in het tijdvak, gedurende
hetwelk hij eigenaar was.
Hetzelfde geldt voor bijzondere bijdragen verschuldigd terzake
van andere rechtsfeiten, die in voormeld tijdvak hebben plaats
gehad.
4. In afwijking van het vorige lid is uitsluitend de nieuwe
eigenaar aansprakelijk voor assurantiepremiën en het
verschuldigde loon aan de administrateur, voorzover deze premie
of dit loon opeisbaar is geworden na de vervreemding.
5. De administrateur draagt zorg dat alle daarvoor in aanmerking
komende overeenkomsten op naam van de nieuwe eigenaar gesteld
worden.
J. Regeling omtrent verzekering
(zie artikel 875 f, eerste lid onder d, alsmede artikel 876 j en
k Burgerlijk Wetboek)
Artikel 26
1. Het gebouw zal door de administrateur worden verzekerd bij
één of meer door de vergadering aan te wijzen
verzekeraars tegen brand-, waaronder begrepen ontploffingsschade.
Voorts zal de vergadering bevoegd zijn te besluiten tot het
aangaan van verzekering tegen andere gevaren.
2. Het bedrag der verzekeringen wordt vastgesteld door de
vergadering; het zal wat de brandverzekering betreft moeten
overeenstemmen met de herbouwkosten van het gebouw; de vraag, of
deze overeenstemming bestaat, zal jaarlijks gecontroleerd moeten
worden door een deskundige.
3. Verzekeringsovereenkomsten worden door de administrateur
afgesloten ten name van de gezamenlijke eigenaars. Hij is daartoe
slechts bevoegd indien het bepaalde in lid 5 wordt nageleefd.
4. De eigenaars verbinden zich de uit hoofde van de
verzekeringsovereenkomsten uit te keren schadepenningen, indien
deze een nader in de akte te bepalen bedrag te boven gaan, te
doen plaatsen op een voor dat doel door de administrateur te
openen afzonderlijke bankrekening ten name van de vereniging, die
de op deze rekening gestorte gelden zal houden voor de eigenaars;
ten aanzien van de op deze rekening te storten gelden is artikel
31 leden 3 tot en met 5 van overeenkomstige toepassing, met dien
verstande dat de gelden steeds bestemd moeten blijven voor het
herstel of de wederopbouw, onverminderd artikel 876 j lid 4 van
het Burgerlijk Wetboek.
5. De administrateur dient ervoor te zorgen, dat de
verzekeringsovereenkomst de volgende clausule bevat:
"Zolang de eigendom van het hierbij verzekerde gebouw gesplitst
is in appartementsrechten, gelden de volgende aanvullende
voorwaarden.
Een daad of verzuim van een eigenaar, welke krachtens de wet of
de verzekeringsvoorwaarden gehele of gedeeltelijke ongehoudenheid
van ondergetekenden tot schadeloosstelling tot gevolg zou hebben,
zal slechts te zijnen nadele werken en mitsdien de uit deze polis
voortvloeiende rechten van de andere eigenaars - tot het beloop
van hun aandelen in de gemeenschap - onverlet laten.
Indien een of meer hypotheekhouders, die op een of meer van de
appartementsrechten recht van eerste hypotheek hebben,
ondergetekenden van het bestaan van dat recht schriftelijk hebben
verwittigd, zal ingeval van schade aan het hierbij verzekerde
gebouw een nader in de akte te bepalen bedrag te boven gaande, de
uit hoofde hiervan volgens deze polis verschuldigde vergoeding
niet eerder worden uitgekeerd, dan nadat ondergetekenden hiertoe
schriftelijk toestemming hebben ontvangen van die
hypotheekhouders, die recht van eerste hypotheek hebben en
ondergetekenden van het bestaan van dat recht schriftelijk hebben
verwittigd; in de plaats van de schriftelijke toestemming van
genoemde hypotheekhouders kan treden hetzij een uitspraak van de
kantonrechter, hetzij een verklaring van een door deze
kantonrechter voor dit doel aangewezen deskundige, inhoudende dat
de belangen van genoemde hypotheekhouders door de uitkering niet
worden geschaad; de kantonrechter beslist in deze op verzoek van
een of meer eigenaars en/of hypotheekhouders, die zelf
toestemming tot uitkering hebben gegeven en na verhoor of
behoorlijke oproeping van alle eigenaars, hypotheekhouders en
andere zakelijke gerechtigden, benevens van de
administrateur.
Indien de volgens deze polis verschuldigde vergoeding een nader
in de akte te bepalen bedrag te boven gaat, zal de uitkering
daarvan aan de administrateur door ondergetekenden uitsluitend
geschieden door storting op een voor dat doel door de
administrateur geopende afzonderlijke bankrekening ten name van
de vereniging van eigenaars.
Door uitkering overeenkomstig de voorwaarden dezer polis zullen
ondergetekenden tegenover alle belanghebbenden volledig zijn
gekweten."
6. In geval door de eigenaars besloten wordt tot herstel of
herbouw, is het bepaalde in artikel 876 j van het Burgerlijk
Wetboek leden 2 tot en met 4 en artikel 876 k van het Burgerlijk
Wetboek van toepassing met dien verstande dat uitkering van het
aan iedere eigenaar toekomende aandeel in de assurantiepenningen
aan deze slechts zal kunnen geschieden met toestemming van
degenen die op het desbetreffende appartementsrecht een recht van
hypotheek hebben.
7. Indien de schadepenningen niet toereikend blijken te zijn voor
herstel of herbouw, draagt iedere eigenaar bij in het tekort, in
de verhouding vermeld in artikel 23, onverminderd het verhaal op
degene die voor de schade aansprakelijk is.
8. Iedere eigenaar is bevoegd een suppletoire verzekering te
sluiten. In het geval bedoeld in het tweede lid van artikel 875 l
van het Burgerlijk Wetboek is de administrateur tot het sluiten
van een suppletoire verzekering verplicht.
K. Overtredingen
Artikel 27
1. Bij overtreding van één der bepalingen van de
wet, van het reglement of van het huishoudelijk reglement, hetzij
door een eigenaar, hetzij door een gebruiker, zal de
administrateur de betrokkene een schriftelijke waarschuwing doen
toekomen per aangetekende brief en hem wijzen op de
overtreding.
2. Indien de betrokkene geen gevolg geeft aan de waarschuwing kan
de vergadering hem een boete opleggen van ten hoogste een bedrag
dat nader in de akte zal worden bepaald voor elke overtreding,
onverminderd de gehoudenheid van de overtreder tot
schadevergoeding, zo daartoe termen aanwezig zijn, en
onverminderd de andere maatregelen, welke de vergadering kan
nemen krachtens de wet of het reglement.
3. Het vorenstaande geldt niet, indien een eigenaar zijn
financiële verplichtingen jegens de vereniging of jegens de
gezamenlijke eigenaars niet of niet tijdig nakomt.
4. De te verbeuren boeten komen ten bate van het
reservefonds.
L. Huishoudelijk Reglement
(zie artikel 876 c van het Burgerlijk Wetboek)
Artikel 28
1. Behoudens het bepaalde in de voorafgaande artikelen kan het
gebruik van de gemeenschappelijke gedeelten worden geregeerd door
een huishoudelijk reglement, dat alsdan zal worden vastgesteld en
dat kan worden aangevuld of gewijzigd door de vergadering met een
meerderheid van tenminste drie/vierde van het aantal uitgebrachte
stemmen, waarin een aantal eigenaars tegenwoordig of
vertegenwoordigd is, dat ten minste twee/derde van het totaal
aantal stemmen kan uitbrengen.
Artikel 37 lid 5 is van overeenkomstige toepassing.
2. De regels als bedoeld in artikel 876 c van het Burgerlijk
Wetboek moeten in het huishoudelijk reglement worden opgenomen en
zullen met het reglement niet in strijd mogen zijn.
Ook op deze regels is het in het voorgaande lid bepaalde van
toepassing.
3. Bij vervreemding van een appartementsrecht is de nieuwe
eigenaar die het privé gedeelte zelf in gebruik wil nemen,
verplicht een verklaring te tekenen dat hij de bepalingen van het
huishoudelijk reglement zal naleven. Voor de toepassing van deze
bepaling wordt het vestigen van een zakelijk genotsrecht op een
appartementsrecht met vervreemding gelijkgesteld.
M. Oprichting van een vereniging van eigenaars en vaststelling
van de statuten van deze vereniging
I Algemene bepalingen
Artikel 29
1. Bij de akte wordt opgericht een vereniging van eigenaars als
bedoeld in artikel 875 f 1e lid onder e van het Burgerlijk
Wetboek.
2. De naam van de vereniging en de plaats waar zij gevestigd is
worden in de akte bepaald.
3. De vereniging heeft ten doel het behartigen van de
gemeenschappelijke belangen van de eigenaars en meer in het
bijzonder het beheer van de gemeenschap.
Artikel 30
Het vermogen van de vereniging wordt gevormd door de bijdragen
door de eigenaars verschuldigd overeenkomstig de bepalingen van
het reglement, alsmede door toevallige baten.
Artikel 31
1. Er wordt een reservefonds gevormd, waaruit buitengewone
uitgaven kunnen worden bestreden. Aan dat fonds zal geen andere
bestemming worden gegeven tenzij krachtens besluit van de
vergadering met toepassing van het bepaalde in artikel 37 lid 5,
dan wel na opheffing van de splitsing.
2. De gelden van het reservefonds worden krachtens besluit van de
vergadering gedeponeerd op een afzonderlijke bankrekening ten
name van de vereniging.
3. Over de in het vorige lid bedoelde gelden kan slechts door de
voorzitter en één van de eigenaars, die daartoe
door de vergadering zal worden aangewezen, en na bekomen
machtiging van de vergadering worden beschikt, tenzij de gelden
worden gebruikt in overeenstemming met een tevoren vastgestelde
begrotingspost.
4. De vergadering zal kunnen besluiten tot belegging van de
geldmiddelen van het reservefonds, welke belegging echter niet
anders zal mogen geschieden dan op de wijze als aangegeven in de
Beleggingswet.
5. De waardepapieren zullen moeten worden bewaard op de wijze als
door de vergadering bepaald.
II Vergadering van eigenaars
Artikel 32
1. De vergaderingen van eigenaars worden gehouden op een door de
vergadering te bepalen plaats.
2. Jaarlijks binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar zal
een vergadering worden gehouden, waarin, in overeenstemming met
artikel 18 lid 3, door de administrateur de exploitatierekening
over het afgelopen boekjaar wordt verstrekt die door de
vergadering moet worden goedgekeurd voor de vaststelling van de
definitieve bijdrage door iedere eigenaar. In deze of een eerdere
vergadering wordt tevens een nieuwe begroting opgesteld voor het
aangevangen of het komende jaar.
3. Vergaderingen worden voorts gehouden zo dikwijls de
administrateur of de voorzitter zulks nodig achten, alsmede
indien tenminste een nader in de akte te bepalen aantal eigenaars
onder nauwkeurige schriftelijke opgave van de te behandelen
punten zulks verzoeken aan de administrateur.
4. Indien een door eigenaars verlangde vergadering niet door de
administrateur wordt bijeengeroepen op een zodanige termijn, dat
de verlangde vergadering binnen 1 maand na binnenkomen van het
verzoek wordt gehouden, zijn de verzoekers bevoegd zelf een
vergadering bijeen te roepen met inachtneming van dit
reglement.
5. Door de vergadering wordt uit de eigenaars of hun echtgenoten
een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter benoemd. Voor
de eerste maal geschiedt de benoeming van de voorzitter bij de
akte van splitsing.
De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter worden voor
onbepaalde tijd benoemd met dien verstande, dat zij als zodanig
van rechtswege defungeren zodra zij ophouden eigenaars te zijn.
Zij kunnen te allen tijde door de vergadering worden
ontslagen.
6. De voorzitter, casu quo de plaatsvervangend voorzitter, is
belast met de leiding van de vergadering; bij hun afwezigheid
voorziet de vergadering zelf in haar leiding.
De oproeping ter vergadering vindt plaats met een termijn van ten
minste acht vrije dagen en wordt verzonden naar de werkelijke of,
in overeenstemming met artikel 15 (lees: artikel 15 Boek 1)
Burgerlijk Wetboek, gekozen woonplaats van de eigenaars; zij
bevat de opgave van de punten der agenda alsmede de plaats van de
vergadering.
7. De plaatsvervangend voorzitter treedt op ingeval van
ontstentenis of belet van de voorzitter.
8. De aanwezigheid ter vergadering blijkt uit de
vóór de aanvang van de vergadering ondertekende
presentielijst.
Artikel 33
1. Stemgerechtigd zijn de eigenaars, onverminderd het bepaalde in
artikel 875 q lid 3 Burgerlijk Wetboek.
2. Zolang een opvolgend eigenaar niet heeft voldaan aan het
bepaalde in artikel 875 p van het Burgerlijk Wetboek, heeft hij
niet het recht zijn stemrecht uit te oefenen, noch het recht
vergaderingen bij te wonen.
3. Het maximum aantal stemmen in de vergadering en de verdeling
van de stemmen worden in de akte bepaald.
Artikel 34
1. Indien een appartementsrecht aan meer personen toekomt zullen
dezen hun rechten in de vergadering slechts kunnen uitoefenen
door middel van één hunner of van een derde,
daartoe schriftelijk aangewezen.
2. Indien zij over hun vertegenwoordiging ter vergadering niet
tot overeenstemming kunnen komen, is de meest gerede hunner
bevoegd de kantonrechter te verzoeken een derde aan te wijzen als
vertegenwoordiger.
Artikel 35
Ieder der eigenaars is bevoegd, hetzij in persoon, hetzij bij een
schriftelijk gevolmachtigde, de vergadering bij te wonen, daarin
het woord te voeren en het stemrecht uit te oefenen.
Artikel 36
1. Alle besluiten, waarvoor in dit reglement of krachtens de wet
geen afwijkende regeling is voorgeschreven, worden genomen met
volstrekte meerderheid der uitgebrachte stemmen.
2. Bij staking van stemmen over zaken wordt het voorstel geacht
te zijn verworpen. Indien bij stemming over personen geen hunner
de volstrekte meerderheid der uitgebrachte stemmen verkrijgt,
wordt herstemd tussen de twee personen, die de meeste stemmen op
zich verenigd hebben.
Indien meer dan twee personen in dit geval verkeren en een gelijk
aantal stemmen hebben verkregen, wordt door loting uitgemaakt,
welke twee van hen voor herstemming in aanmerking komen. Indien
het grootste aantal stemmen slechts door één
persoon is verkregen, zal worden herstemd tussen die persoon en
een persoon, die een aantal stemmen verkregen heeft, hetwelk het
dichtst het grootste aantal stemmen nabijkomt, en indien meer
personen in dit laatste geval verkeren, zal door het lot worden
beslist, wie van hen voor herstemming in aanmerking komt. Bij
deze tweede stemming is alsdan gekozen hij, die de meeste stemmen
op zich verenigd heeft, terwijl ingeval bij deze tweede stemming
de stemmen staken, het lot beslist.
Blanco stemmen zijn van onwaarde.
3. Met een besluit van de vergadering staat gelijk een voorstel,
waarmede alle eigenaars schriftelijk hun instemming hebben
betuigd.
4. In een vergadering, waarin minder dan de helft van het in
artikel 33 lid 3 bedoelde maximum aantal stemmen kan worden
uitgebracht, kan geen geldig besluit worden genomen.
In dat geval zal een nieuwe vergadering worden uitgeschreven, te
houden niet vroeger dan twee en niet later dan zes weken na de
eerste. In de oproeping tot deze vergadering zal mededeling
worden gedaan, dat de komende vergadering een tweede vergadering
is als bedoeld in dit artikel. In deze vergadering zal over de
aanhangige onderwerpen een besluit kunnen worden genomen ongeacht
het aantal stemmen, dat ter vergadering kan worden
uitgebracht.
Artikel 37
1. De vergadering beslist over het beheer van de
gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken,
voorzover de beslissing hierover niet aan de administrateur is
opgedragen.
2. De beslissing over het onderhoud van de gemeenschappelijke
gedeelten en de gemeenschappelijke zaken berust bij de
administrateur. Deze kan echter geen onderhoudswerkzaamheden
opdragen die een nader in de akte te bepalen bedrag te boven
gaan, indien hij daartoe niet vooraf door de vergadering is
gemachtigd.
3. De vergadering beslist over de kleur van het buitenverfwerk
alsmede over de kleur van dat gedeelte van het binnenverfwerk
hetwelk moet geschieden aan de gemeenschappelijke gedeelten en de
gemeenschappelijke zaken en aan die zijde van de particuliere
voordeur die is gekeerd naar de hallzijde.
4. Ieder der eigenaars of gebruikers is verplicht zijn
medewerking te verlenen aan de uitvoering van de besluiten der
vergadering, voor zover dit redelijkerwijze van hem verlangd kan
worden. Lijdt hij als gevolg hiervan schade dan wordt deze hem
door de vereniging vergoed.
5. Besluiten door de vergadering tot het doen van uitgaven die
een in de akte nader te bepalen bedrag te boven gaan, kunnen
slechts worden genomen met een meerderheid van ten minste
drie/vierde van het aantal uitgebrachte stemmen in een
vergadering, waarin een aantal eigenaars tegenwoordig of
vertegenwoordigd is, dat ten minste twee/derde van het totaal
aantal stemmen kan uitbrengen. In een vergadering, waarin minder
dan twee/derde van het in de vorige zin bedoelde maximum aantal
stemmen kan worden uitgebracht, kan geen geldig besluit worden
genomen.
In dat geval zal een nieuwe vergadering worden uitgeschreven, te
houden niet vroeger dan twee en niet later dan zes weken na de
eerste.
In de oproep tot deze vergadering zal mededeling worden gedaan
dat de komende vergadering een tweede vergadering is als bedoeld
in dit artikel. In deze vergadering zal over de aanhangige
onderwerpen een besluit kunnen worden genomen ongeacht het aantal
stemmen, dat ter vergadering kan worden uitgebracht.
6. Het in het vorige lid bepaalde geldt niet voor uitgaven met
betrekking tot posten die door de vergadering overeenkomstig
artikel 18 lid 1 en artikel 32 lid 2 op de jaarlijkse begroting
zijn geplaatst voorzover deze posten met niet meer dan 10%
overschreden worden, of voor uitgaven waarvoor een speciale
reserve is gevormd.
7. Indien door de vergadering overeenkomstig het in het vijfde
lid bepaalde tot het doen van een uitgave wordt besloten, wordt
tevens de extra voorschotbijdrage bepaald, welke door de
administrateur te dier zake van de eigenaars kan worden
gevorderd. De uitvoering van zodanige besluiten kan eerst
geschieden wanneer de voor de uitvoering benodigde gelden in de
kas van de vereniging gereserveerd zijn.
8. Het in het lid 5 bepaalde geldt eveneens voor besluiten tot
verbouwing of voor besluiten tot het aanbrengen van nieuwe
installaties of tot het wegbreken van bestaande installaties,
voor zover deze niet als een uitvloeisel van het normale beheer
zijn te beschouwen.
De eigenaar, die van zodanige maatregel geen voordeel trekt, is
niet verplicht in de kosten hiervan bij te dragen.
Artikel 38
1. Tot het aangaan van overeenkomsten, waaruit regelmatig
terugkerende verplichtingen, die zich over een langere periode
dan een jaar uitstrekken, voortvloeien, met uitzondering van de
contracten die betrekking hebben op het normale beheer, kan
slechts door de vergadering worden besloten, voorzover de
mogelijkheid hiertoe uit het reglement blijkt.
2. Van deze bepaling kan zelfs niet met algemene stemmen worden
afgeweken.
Artikel 39
1. Van het behandelde in de vergadering worden, tenzij hiervan
een notarieel proces-verbaal wordt opgemaakt, onderhandse notulen
gehouden, welke moeten worden ondertekend door de voorzitter en
de administrateur.
2. Artikel 46 Wetboek van Koophandel is ten deze van
overeenkomstige toepassing (lees: Het staat de rechter vrij aan
de notulen van de vergaderingen van eigenaars zodanige
bewijskracht toe te kennen, als hij in ieder bijzonder geval zou
vermenen te behoren; onverminderd de wettelijke bewijskracht van
authentieke akten).
3. Iedere eigenaar kan te allen tijde inzage van de notulen
verlangen.
III Het Bestuur van de vereniging
Artikel 40
1. Het bestuur van de vereniging berust bij de administrateur,
die benoemd wordt door de vergadering. Deze zal ook een
plaatsvervangend administrateur kunnen benoemen.
2. De administrateur en de plaatsvervangend administrateur worden
benoemd voor onbepaalde tijd en kunnen te allen tijde worden
ontslagen.
3. De administrateur beheert de middelen van de vereniging en
draagt zorg voor de tenuitvoerlegging van de besluiten van de
vergadering, onverminderd het bepaalde in artikel 31.
4. Hij behoeft de machtiging van de vergadering voor het
instellen van en berusten in rechtsvorderingen en het aangaan van
dadingen alsmede voor het aangaan van rechtshandelingen en het
geven van kwijtingen een belang van een nader in de akte te
bepalen bedrag te boven gaande. Hij behoeft geen machtiging om
verweer te voeren in een kort geding.
5. Voorzover in verband met de omstandigheden het nemen van
spoedeisende maatregelen, welke uit een normaal beheer kunnen
voortvloeien, noodzakelijk is, is de administrateur zonder
opdracht van de vergadering hiertoe bevoegd, met dien verstande
dat hij voor het aangaan van verbintenissen een belang van een
nader in de akte te bepalen bedrag te boven gaande de machtiging
nodig heeft van de voorzitter van de vergadering en voor het
aangaan van verbintenissen een belang van een nader in de akte te
bepalen bedrag te boven gaande de machtiging van de
vergadering.
6. De administrateur is verplicht aan iedere eigenaar alle
inlichtingen te verstrekken betreffende de administratie van het
gebouw en het beheer van de fondsen, welke die eigenaar mocht
verlangen, en hem op zijn verzoek inzage te verstrekken van alle
op die administratie en dat beheer betrekking hebbende boeken,
registers en bescheiden; hij houdt de eigenaars op de hoogte van
zijn woonplaats en telefoonnummer.
Artikel 41
De administrateur legt een register aan van eigenaars en
gebruikers. Na kennisgeving als bedoeld in de artikelen 875 p lid
2 en 875 q lid 4 van het Burgerlijk Wetboek wordt het register
door hem bijgewerkt.
Artikel 42
De administrateur is verplicht de kasmiddelen van de vereniging
te plaatsen op een giro- of bankrekening ten name van de
vereniging.
ANNEX 1
Variatie op het reglement:
BEPALINGEN OP TE NEMEN, WANNEER HET GEBRUIK VAN HET PRIVE GEDEELTE AFHANKELIJK WORDT GESTELD VAN DE TOESTEMMING VAN DE VERGADERING
Invoegen na artikel 19:
Artikel 20
1. Indien een eigenaar zijn privé gedeelte met inbegrip
van het medegebruik van de gemeenschappelijke gedeelten en/of de
gemeenschappelijke zaken aan een ander in gebruik wil geven, zal
die ander het gebruik slechts kunnen verkrijgen na voorafgaande
toestemming van de vergadering alsmede na ondertekening van een
in duplo opgemaakte en gedagtekende verklaring dat hij het
reglement en het huishoudelijk reglement alsmede een besluit als
bedoeld in artikel 876 c van het Burgerlijk Wetboek, voorzover
die op hem betrekking hebben, zal naleven.
2. Van de in lid 1 bedoelde verklaring behoudt zowel de gebruiker
als de administrateur een exemplaar.
3. Onverminderd het bepaalde in artikel 875 m lid 3 van het
Burgerlijk Wetboek zal de in lid 1 bedoelde verklaring geacht
worden ook betrekking te hebben op besluiten en bepalingen die
eerst na die verklaring worden vastgesteld, tenzij een beroep op
die bepalingen jegens de gebruiker in strijd zou zijn met de
goede trouw.
4. De administrateur zal de gebruiker van iedere aanvulling of
verandering van het reglement of huishoudelijk reglement, alsmede
van een besluit als bedoeld in artikel 876 c van het Burgerlijk
Wetboek, op de hoogte stellen.
Artikel 20a
1. Teneinde de toestemming van de vergadering te verkrijgen zal
de gegadigde zich schriftelijk wenden tot de administrateur,
onder verstrekking van alle verlangde gegevens, welke dienstig
zijn ter beoordeling van de gegadigde en zijn gezin.
2. De administrateur is verplicht binnen veertien dagen na de
ontvangst van het in het vorige lid bedoelde schrijven een
vergadering bijeen te roepen, waarop over de toelating van de
gegadigde wordt beslist.
3. Weigering van de gegadigde zal slechts mogen plaats vinden,
indien naar redelijkheid en billijkheid van de overige bewoners
niet mag worden verlangd dat zij de gegadigde in hun midden
opnemen en wanneer niet voldaan is aan het bepaalde in de
artikelen 20 en 21.
Artikel 21
1. De administrateur kan te allen tijde verlangen dat de
gebruiker zich jegens de vereniging als borg verbindt voor de
eigenaar, en wel voor de richtige voldoening van hetgeen
laatstgenoemde ingevolge het reglement aan de vereniging schuldig
is of zal worden.
2. Voormelde borgtocht zal zich slechts uitstrekken tot
verplichtingen van de betrokken eigenaar die opeisbaar worden na
het tijdstip, waarop per aangetekende brief door de
administrateur aan de gebruiker is medegedeeld dat de vereniging
van de in het vorige lid bedoelde bevoegdheid gebruik wenst te
maken. Bovendien zal de gebruiker uit hoofde van de hier bedoelde
borgtocht per maand nimmer meer verschuldigd zijn dan een bedrag,
overeenkomende met de geschatte maandelijkse huurwaarde van het
desbetreffende privé gedeelte.
Verlangd zal kunnen worden dat de borg afstand doet van het
voorrecht van uitwinning en van alle andere voorrechten en
excepties door de wet aan borgen toegekend of nog toe te
kennen.
Artikel 22
1. De gebruiker die zonder de in de artikel 20a en 21 bedoelde
verklaring getekend te hebben of zonder de in artikel 20 vereiste
toestemming het privé gedeelte betrokken heeft, kan door
de administrateur hieruit worden verwijderd en hem kan de toegang
tot de gemeenschappelijke gedeelten worden ontzegd.
2. Indien iemand zonder enige titel een privé gedeelte
betrokken heeft kan hij hieruit door de administrateur worden
verwijderd als onherroepelijk hiertoe door de eigenaars
gemachtigd. De administrateur gaat niet tot ontruiming over dan
nadat het de betrokkene tot ontruiming heeft aangemaand. Van het
bevel tot ontruiming staat binnen veertien dagen beroep open op
de vergadering.
Invoegen na artikel 25:
Artikel 25a
1. De nieuwe eigenaar is verplicht de toestemming van de
vergadering te vragen alvorens het privé gedeelte zelf in
gebruik te nemen dan wel een ander als gebruiker daarvan toe te
laten. Artikel 20a leden 1-3 en artikel 22 zijn van
toepassing.
2. In geval van openbare verkoping zal in afwijking van het
eerste lid de toestemming moeten worden gevraagd aan de
administrateur, die haar kan verlenen nadat hij de voorzitter van
de vergadering geraadpleegd heeft.
Te dien einde zal iedere gegadigde zich kunnen wenden tot de
administrateur met het verzoek af te geven de verklaring dat geen
bezwaar zal worden gemaakt tegen gebruik door de gegadigde met
zijn gezin van het privé gedeelte waarop het te verkopen
appartementsrecht betrekking heeft, indien dit bij de openbare
verkoop aan hem mocht worden toegewezen.
Teneinde de toestemming van de administrateur te verkrijgen zal
de gegadigde deze onder betaling van een in het huishoudelijk
reglement te bepalen bedrag ter bestrijding van de te maken
onkosten, de gegevens verstrekken bedoeld in artikel 20a lid
1.
3. Indien de administrateur de toestemming weigert kan de
gegadigde in beroep komen bij de vergadering.
Deze wordt in dat geval terstond bijeen geroepen en kan beslissen
ongeacht het aanwezige quorum, terwijl de termijn van oproeping
ten hoogste drie dagen bedraagt.
4. Het bepaalde in lid 2 en 3 is mede van toepassing bij verkoop
door de eerste hypothecaire schuldeiser ingevolge een beding als
bedoeld in artikel 1223 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek, tenzij
bedoelde schuldeiser ten minste 30 dagen vóór de
veiling aan de administrateur bij aangetekende brief heeft
medegedeeld dat hij in de veilingsvoorwaarden de bepaling wenst
op te nemen, dat de koper een verklaring zal kunnen afleggen
krachtens welke hij en zijn rechtsopvolgers bevoegd zullen zijn
het privé gedeelte zelf in gebruik te nemen - in afwijking
van artikel 20a - of aan derden in gebruik af te staan zonder dat
hiervoor enige toestemming vereist is. De hier bedoelde
verklaring dient te worden opgenomen in een daartoe bestemde
notariële akte, waarvan een afschrift zal worden
overgeschreven in de openbare registers gelijktijdig met het
afschrift of uittreksel van het proces-verbaal van gunning. De
administrateur is verplicht de verklaring ter kennis te brengen
van de andere eigenaars.
5. Indien de koper een verklaring bedoeld in lid 4 heeft
afgelegd, zal binnen één maand na de overschrijving
in de openbare registers door de administrateur een vergadering
bijeen geroepen worden, waarin beraadslaagd zal worden over de
wijziging van het in artikel 20 en in dit artikel bepaalde in
dier voege dat ook de andere eigenaars en hun rechtsopvolgers
bevoegd zullen zijn het privé gedeelte waarop hun
appartementsrecht betrekking heeft in gebruik te nemen of aan
anderen in gebruik af te staan, zonder dat hiervoor enige
toestemming nodig is.
Heeft u een vraag of een opmerking? Neem dan contact met ons op!
Disclaimer: Disclaimer
U bent hier: Home » Modelreglementen » Splitsingsreglement 1972